Premier Rutte moet nu leiderschap laten zien

Missie Kunduz

Premier Rutte moet een onwillige Tweede Kamer overtuigen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Westerwelle wil graag samenwerken in Kunduz.

Voor Mark Rutte breekt morgen het type moment aan dat de nalatenschap van een politicus definieert. De premier en VVD-leider moet een onwillige Tweede Kamer overtuigen van zijn plan weer een missie naar Afghanistan te sturen. Schuilen achter het goede imago dat hij de afgelopen maanden opbouwde kan hier niet. Rutte staat alleen: hij moet leiden.

De macht van een politicus creëert grote verantwoordelijkheid. Die raakt uit zicht als compromissen en ingewikkelde wetsvoorstellen de morele grondslagen van politieke besluiten vertroebelen. Maar als er vragen opdoemen met alleen ja of nee als antwoord, zijn de principiële keuzes van politici soms erg zichtbaar. En daarmee hun leiderschap.

De historische voorbeelden zijn bekend. De mislukte poging van toenmalig minister van Justitie Dries van Agt in 1972 om drie Duitse oorlogsmisdadigers in een gevangenis in Breda gratie te verlenen. Of het besluit van premier Ruud Lubbers in 1985 om Amerikaanse kernwapens in Nederland toe te staan. Hij trotseerde de grootste demonstratie in Nederland ooit en een door 3,7 miljoen mensen ondertekende petitie.

De politieke leiders van nu staan voor een vraag die tot heel wat minder ophef onder het grote publiek leidt. Toch is het een morele afweging: sturen we soldaten en politieagenten wel of niet naar Afghanistan? Er is veel cynisme: zowel over voorstanders als over tegenstanders van de missie wordt gezegd dat hun standpunt niet zozeer door de toestand in Afghanistan wordt ingegeven, maar door politiek opportunisme. Is dat cynisme terecht? Er zijn weinig onderwerpen waarbij politici zich zo openlijk naar een besluit worstelen.

Twee politieke leiders spelen een hoofdrol: Rutte en GroenLinks-leider Jolande Sap. De eerste zal zich morgen voor het eerst mengen in het politieke debat over de missie. De tweede staat daarin al weken centraal. Van de partijen die het kabinet denkt te kunnen overhalen om de missie te steunen, is GroenLinks de grootste twijfelaar. Wat moeten zij doen?

„De keuze ergens oorlog te gaan voeren, kan alleen een politicus maken. En dat gebeurt uiteindelijk niet op grond van een rationale calculatie”, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen. De kleine politiek (coalitiebelangen, partijpolitieke verhoudingen, zorgen over de achterban) lopen voortdurend door de Grote Politiek heen – Staatsbelang, Geweldsmonopolie, Vreemd Grondgebied, Internationale Rechtsorde Bevorderen. „Het zou sjiek zijn om te zeggen dat alleen de grote p een rol zou moeten spelen”, zegt Frissen. „Maar dat is te idealistisch. De kunst van leiderschap is al die dingen te verbinden.”

Moeilijkere afwegingen zijn er niet, zegt hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries. Van politieke leiders wordt een morele afweging van goed of fout verwacht. „Maar bij deze missie hebben ze alleen onzekerheden. Je weet niet of je de juiste informatie hebt, er is geen overeenstemming over het doel van de missie, noch over de instrumenten waarmee je dat doel bereikt.” En dan is er nog de aard van de missie: in militaire zaken is succes of falen heel lastig te definiëren.

Als er uit literatuur over leiderschap één ding duidelijk wordt, zegt De Vries, is het dit: „Grote leiders zijn de mensen die los van hun achterban naar eigen inzicht handelen. Maar alleen als ze van de geschiedenis gelijk krijgen.”

De wijsheid dat je naar aard en geweten moet handelen, gaat niet altijd op, zegt Peter Milovic van het bureau In Charge, dat leiderschapsadvies geeft. Hij vertelt klanten: kijk eerst naar de aard van het dossier. Is het belangrijk genoeg om je eigen weg te gaan? „Gevoelsmatig zeg ik: het besluit over deze missie is veel minder principieel van aard. De gevaren zijn relatief gezien minder groot.” Dus is het advies van Milovic aan de politieke leiders ook: kijk naar de politieke realiteit, conformeer je aan je achterban.

Dat heeft GroenLinks-leider Sap niet gedaan, zegt Milovic. „Haar positie is niet uit te leggen.” Niet omdat ze de indruk gaf de missie misschien te steunen, maar omdat ze dat doet in evidente strijd met de mening van een groot deel van haar pacifistische achterban. „Elke leider werkt binnen zijn eigen dranghekken”, zegt Milovic. Je moet in je handelen niet afdwalen van je principes. En een van de principes van GroenLinks is: democratie begint onderop.

Toch is nu nog nee zeggen niet een vanzelfsprekende uitweg voor Sap, zegt De Vries. Een draai, of de perceptie daarvan, kan haar leiderschap verzwakken. Omdat ze laat zien dat ze haar eigen positie niet goed heeft ingeschat.

En Rutte? Rationeel gezien, zegt Frissen, doet hij het verstandig. Hij maakt niet te veel ophef, verbindt zijn positie niet aan de uitkomst. „Hij zal niet worden beschadigd, maar moreel leiderschap kun je het niet noemen. Als Rutte er zelf niet met de volle 100 procent voor gaat, waarom zou iemand anders het dan wel doen?”

Er zijn momenten die vragen om ‘transformationeel leiderschap’, zegt Janka Stoker, hoogleraar leiderschap: een leider inspireert anderen hun eigen belang op te offeren voor een groter goed. Het bekendste voorbeeld is de oproep van de Amerikaanse president John F. Kennedy aan zijn landgenoten: „Ask not what your country can do for you - ask what you can do for your country.”

Het sturen van militairen naar het buitenland is zo’n moment, zegt Stoker. Juist nu zou Rutte de verantwoordelijkheid van zijn macht moeten nemen. Zeker vanwege de ongeschreven afspraak dat een grote meerderheid in de Kamer zo’n besluit moet steunen. „Dan onderhandel je niet over 74 of 76 zetels, dan moet je mensen overtuigen met de grote begrippen waar het om gaat.”

Daar heeft de premier nog niets van laten zien, zegt Stoker. Voorlopig gebruikt hij de methode waarmee hij ook zijn kabinet tot stand bracht: het ‘transactioneel leiderschap’, waarin elk besluit het resultaat is van een onderhandeling tussen deelbelangen van partijen. Stoker: „Dat is heel veilig, want je hoeft geen kleur te bekennen. Maar mensen ergens van overtuigen doe je er niet echt mee.”