Poetsen geeft voldoening

Ze krijgt 50 euro voor een ochtend schoonmaken. Zwart, anders hou je niks over.

„Maar ik laat me niet afsnauwen.”

Haar rug, dat is een zwakke plek. Vooral na het stofzuigen voelt ze de pijn onderin. Schoonmaken is zwaar werk, zegt mevrouw De Jager (53). Haar voornaam kan niet in de krant, vanwege de Belastingdienst. „Schoonmaken doe je zwart, anders hou je niks over.”

Ze was 14 toen ze begon met werken. Ze heeft veel banen gehad: bij de kaasboer, in de linnenkamer van het ziekenhuis, als serveerster, als winkelbediende. Ook poetste ze bij mensen thuis en in kantoren.

De laatste negen jaar maakt ze op drie adressen schoon: bij haar moeder, bij een vriendin van haar moeder en bij een getrouwd stel van haar eigen leeftijd. Drie ochtenden in de week ramen lappen, vitrage wassen, bedden opmaken. En soms een boodschapje halen. Inkomsten: 50 euro per ochtend, 150 euro in de week.

Van dat geld doet ze de boodschappen. Haar man verdient ook, daar worden de vaste lasten van betaald. Maar zijn salaris is minder geworden. Ze zou wel meer willen werken. „Maar dat wordt te zwaar, want ik werk hard. Bij een ander doe je toch meer je best dan bij jezelf.”

Niet dat het schoonmaken van huizen altijd even leuk is. „Mensen willen soms de baas over je spelen. Maar dat pik ik niet, ik laat nooit over me heenlopen.” En het moet klikken. In de loop van de tijd heeft ze wel geleerd wanneer het goed zit. „Als je een kopje koffie krijgt bij de eerste ontmoeting, dan zit je beter dan als je meteen aan de slag moet.”

Ze maakte eens schoon bij een man in een erg vies huis. „Ik kon niet alles in één keer doen, maar ik had wel de badkamer heel goed schoongemaakt.” De man kwam thuis en zei: nou, veel heb je niet gedaan. „Ik heb mijn centen gepakt en ben weggegaan.” Later belde hij op om excuses aan te bieden. „Maar ik ga dan niet terug, ik laat me niet afsnauwen.”

Of neem die keer bij mensen die een praktijk voor tandtechniek hadden. Ze was nog jong en kwam op de brommer, maar de straat was afgesloten en ze kwam te laat. „Dan laten ze je eerst werken en daarna zeggen ze: je was te laat, dus je hoeft niet meer te komen.” Ook die mensen belden later om excuses aan te bieden. „Maar ik pik het niet als ze zo doen, ik ben geen sloof.”

Ze werkt nu bij fijne mensen. Het getrouwde stel van haar leeftijd, dat zijn meer vrienden. „Als de auto het niet doet, sturen ze gewoon een taxi.” En haar moeder en haar vriendin „zijn ook super”. Het is fijn om wat te beteken voor oudere mensen.

Poetsen is meer dan dat. Ze krijgt haar hoofd leeg als ze boent. „En het geeft voldoening: schone ramen, fris beddengoed en een wc die naar chloor ruikt.” Als ze de douche heeft gedaan, moeten mensen er niet meteen onder gaan staan. „Dat vind ik zonde, dan is het net schoon.”