Perverse filmstukjes

Filmvoorstelling voor Kamerleden kan niet doorgaan

Door een onzer redacteuren

– De besloten voorstelling van een aantal door de keuring verboden filmfragmenten, die morgen in het Haagse Bijoutheater zou worden gehouden voor een aantal Kamerleden, de parlementaire pers, vertegenwoordigers van de Nederlandse Jeugdgemeenschap en de Raad voor de jeugdvorming, gaat niet door.

De filmverhuurders hebben zich niet bereid getoond de bedoelde fragmenten voor vertoning ter beschikking te stellen. Ze beschouwen een voorstelling op deze wijze als niet zuivere en objectieve voorlichting. De bedoeling van de Tweede- en Eerste-Kamerleden, in het bijzonder de speciale commissie die zich bezighoudt met het wetsontwerp tot herziening van de filmkeuring, is een indruk te geven van het werk van de Centrale commissie voor de filmkeuring voor wat betreft het couperen van filmfragmenten van bijvoorbeeld sadistische of perverse aard. Tijdens de hoorzitting enkele weken geleden was op zo’n voorstelling aangedrongen. De Nederlandse bioscoopbond, waarmee de verhuurders overleg hebben gepleegd, vindt dat de fragmenten te zeer uit hun verband zijn gerukt als ze op deze wijze aan de Kamerleden worden voorgeschoteld. Hij meent dat een afgekeurde film in zijn geheel vertoond beter tot voorlichting zou kunnen dienen.

„De bioscoopwetgeving dateert van 1927”, zei ons de directeur van de Nederlandse bioscoopbond, de heer J. Th. Van Taalingen; „waarom moet dat nu zo haastje-repje worden behandeld? Is het zo gek om de commissieleden daar een paar dagen voor te laten uittrekken? Op deze manier worden alleen de excessen bekeken. En vergeet niet dat tal van Kamerleden in jaren niet meer naar de film zijn geweest. Zij weten niet wat in de bioscopen allemaal gedraaid wordt, vandaag de dag.”

De heer H. Wiegel, voorzitter van de speciale Kamercommissie die zich met het wetsontwerp tot herziening van de filmkeuring bezighoudt, zei ons vanochtend desgevraagd: „Dat vind ik toch wel hoogst merkwaardig. Eerst doet de Bioscoopbond de toezegging om mee te werken en nu trekt hij zich terug. De bond is kennelijk in paniek geraakt. Ik beschouw dit als een zwaktebod: men is bang, de Bioscoopbond of de verhuurders, dat de mening van de Kamerleden zo wordt beïnvloed dat behartiging van hun belangen in gevaar komt. [..]”