Obligaties noodfonds zijn 'degelijk en sterk'

Het Europese noodfonds plaatste gisteren met succes een eerste obligatielening. Eindelijk weer eens goed nieuws over de euro.

Een daverend euro-succes. Het is iets waar Europese politici de afgelopen tijd niet aan gewend zijn, maar toch was het zo. De eerste plaatsing van obligaties van het Europese Stabiliteitsfonds (EFSF) verliep gisteren vlekkeloos. Op de financiële markten was genoeg interesse om voor 40 miljard euro obligaties te verkopen, terwijl het fonds ‘maar’ 5 miljard aan obligaties in de markt wilde zetten.

De obligaties bleken aanlokkelijk voor beleggers. In september bemachtigde het noodfonds de zegen van de kredietbeoordelaars. Moody’s, Standard & Poor’s, en Fitch gaven de obligaties een AAA-rating. Het fonds heeft dat belangrijkste stempel van betrouwbaarheid te danken aan de Europese landen die garant staan. Een aanzienlijk aantal (Duitsland, Nederland, Frankrijk, Oostenrijk, Luxemburg, Finland) heeft zelf een AAA-rating.

De goede beoordelingen tonen aan dat de kans dat het noodfonds de obligaties niet terugbetaalt erg klein is. Maar ze doen meer. Sommige beleggers (pensioenfondsen en centrale banken) mogen alleen in veiligere soorten obligaties investeren. Dat is belangrijker dan dat ze snel grote winsten boeken. Deze beleggers nemen de lagere rente op veilige staatsobligaties voor lief. En hoe veiliger een obligatie, hoe groter de markt van potentiële kopers.

Binnen de categorie veilige obligaties is de schuld van het EFSF een aantrekkelijke investering. Het risico op wanbetaling wordt net zo laag geschat als op Duitse obligaties, maar de Europese variant levert meer op. De rente op een vijfjaars obligatie van Duitsland bedroeg vanochtend 2,33 procent. De rente die het noodfonds gisteren betaalde was 2,8 procent, een verschil van 47 basispunten. „Het is een degelijke obligatie, met een sterke garantie’’, laat een obligatiehandelaar weten.

Met de uitgifte is voorlopig bewezen dat het noodfonds werkt zoals bedoeld. Probleemlanden kunnen op de internationale kapitaalmarkt alleen tegen torenhoge tarieven lenen. Via het stabiliteitsfonds kunnen ze voor een aanzienlijk lager tarief hun schulden financieren.

Er zit een addertje onder het gras. Het stabiliteitsfonds heeft gisteren 5 miljard euro opgehaald, maar slechts 3,3 miljard daarvan zal naar Ierland vloeien. De rest wordt gebruikt om de kredietwaardigheid van het fonds te versterken, zodat de gekoesterde rating behouden blijft.

Het gevolg voor Ierland is dat er relatief inefficiënt geleend wordt. Mede daardoor is de rente die het land betaalt hoger dan de rente op de EFSF-obligaties. Op het totale reddingspakket – waar behalve het EFSF ook het IMF en individuele lidstaten aan bijdragen – betaalt Ierland tot grote ontevredenheid van de regering 5,8 procent.

De paniek op de Europese obligatiemarkt lijkt even weggeëbd. Dat is ook de constatering van Jim O’Neill, directeur bij zakenbank Goldman Sachs verantwoordelijk voor vermogensbeheer. In een analyse noemt O’Neill redenen waarom de paniek even minder is. „Een aantal probleemlanden heeft met succes obligaties geplaatst. Dat toont aan dat er kopers in de markt zijn’’, schrijft hij.

O’Neill zwaait de Europese Centrale Bank lof toe. De ECB heeft sinds mei voor 76,5 miljard euro obligaties van probleemlanden opgekocht, waardoor de rentepercentages enigszins gedrukt werden. Ook de internationale steun van Aziatische landen aan de eurozone is van belang, volgens O’Neill. Dit soort signalen is volgens hem belangrijk omdat het laat zien dat de G20, de belangrijkste economische mogendheden, bereid zijn samen te werken.

Ondanks het succes van gisteren is de eurozone nog niet uit de problemen. Probleemlanden houden hoge schulden, politici blijven twisten over toekomst en omvang van het noodfonds en het economische herstel zet niet bijzonder hard door. Gisteren bleek ook dat de Britse economie in het vierde kwartaal vorig jaar met 0,5 procent was gekrompen. De rust kan zo weer afgelopen zijn.