Nieuw Afghaans parlement biedt weinig hoop

Ruim vier maanden na de verkiezingen is het nieuwe Afghaanse parlement eindelijk geopend. Maar de vooruitzichten voor het land blijven somber.

Het had een feestelijk hoogtepunt in het bestaan van de nog jonge Afghaanse democratie moeten zijn: de plechtige opening vanmorgen in Kabul door president Hamid Karzai van een nieuw parlement. Maar de glans was er al bij voorbaat van af.

„Er zijn een hoop vragen die we moeten beantwoorden over de parlementsverkiezing”, hield Karzai vanmorgen de nieuwe volksvertegenwoordigers voor.

Hij drukte zich voorzichtig uit. Maanden is er gesteggeld over de uitslag van de door fraude en geweld ontsierde verkiezingen van 18 september vorig jaar. De onafhankelijke kiesraad verwijderde 21 van de 249 leden uit het nieuwe Lagerhuis wegens fraude. En nog steeds zijn de parlementariërs er – tot hun woede – niet zeker van dat ze nu aan de slag kunnen. Karzai had de opening eigenlijk nog een maand willen verzetten.

De president houdt er aan vast dat een inmiddels ingesteld speciaal hof de bevoegdheid behoudt om leden die alsnog aan fraude schuldig worden bevonden uit de volksvertegenwoordiging te stoten. De parlementariërs vrezen dat Karzai dit hof, waarvan de leden door de president zelf worden benoemd, zal gebruiken om het parlement onder de duim te houden met al dan niet ware beschuldigingen van fraude.

Het lijkt niet aannemelijk dat Karzai zich plotseling veel zorgen maakt over de integriteit van de parlementariërs. Bij zijn eigen herverkiezing als president in 2009 kwam een onafhankelijke commissie tot de conclusie dat ruim een derde deel van de op hem uitgebrachte stemmen vals waren. Onbekommerd bleef Karzai aan en nam benoemingen van de leden van de onafhankelijke kiesraad, die hem zo pijnlijk te kijk had gezet, voortaan in eigen hand.

Het was een episode die niet alleen Karzais reputatie schaadde, ook de Verenigde Staten en de andere NAVO-bondgenoten raakten er door in verlegenheid. Was dit de manier om de Afghanen ervan te overtuigen dat het met hun land de goede kant uitgaat en dat ze beter vertrouwen kunnen hebben in Karzai en zijn bondgenoten dan in de Talibaan?

Zulke pijnlijke vragen borrelden opnieuw op door de politieke impasse in Kabul van de laatste maanden. De secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, waarschuwde maandag dat deze de exit-strategie van de NAVO, die voorziet in een overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid naar het Afghaanse leger en de politie, in gevaar kon brengen. Dat proces moet komende zomer beginnen.

„Het is een vereiste voor een succesvolle overgang dat we een stabiele politieke omgeving hebben”, zei hij in Brussel tegen de media. „Dat is waarom ik de nadruk heb gelegd op de noodzaak van een tijdige opening van het parlement.”

De NAVO hoopt dat de politieke spanningen vanzelf afnemen als het parlement is aangetreden. Het is zeer de vraag of die wens uitkomt, al was het maar omdat op de representativiteit van het parlement veel valt af te dingen. In een vijfde deel van de districten konden op 18 september helemaal geen verkiezingen plaatsvinden. Dat was vooral het geval in veel roerige districten in het zuiden en oosten van het land, waar veel etnische Pashtun wonen en de Talibaan sterk zijn.

Bovendien is de positie van het parlement vrij zwak, doordat Karzai veel bevoegdheden heeft. Partijen zijn bovendien niet toegestaan in het Lagerhuis.

De NAVO hoopt dat regering en parlement zich nu eindelijk richten op het landsbestuur. De economische problemen zijn acuut. De VS proberen al via speciale programma’s de landbouw productiever te maken en de stroomvoorziening te verbeteren. Ook hopen ze de uitgebreide papaverteelt voor drugs terug te dringen.

Maar ook zulke projecten staan of vallen met een verbetering van de veiligheid in het land. De Amerikaanse generaal David Petraeus toonde zich gisteren voor president Obama’s State of the Union tamelijk optimistisch. Hij prees zijn troepen voor de wijze waarop ze vorig jaar hadden gevochten om aan de spiraal van een verslechterende veiligheid te ontsnappen en die in sommige gebieden van groot belang om te buigen.

Maar volgens andere berichten schort er steeds meer aan de veiligheid. Juist gisteren kwam ANSO, een organisatie die de veiligheid in Afghanistan bijhoudt voor hulporganisaties met nieuwe cijfers. In 2010 telde ANSO 64 procent meer aanvallen van Talibaan en andere militante groepen dan in 2009. Gemiddeld deden zich elke dag 33 gewelddadige incidenten voor.

Volgens velen, ook Karzai, is de enige uitweg een vergelijk met de Talibaan en andere tegenstanders. Maar de vraag is of die daar nog voor voelen en niet liever gokken op groeiende vermoeidheid bij veel Westerse landen. Verwerping door de Tweede Kamer van de politiemissie in Kunduz, die het Nederlandse kabinet wil, kan hen in die gedachte sterken.