Niet doen

Toen halverwege het vorige decennium de oorlog in Irak zich tot een uitzichtloze chaos ontwikkelde, werden er soms vergelijkingen met Vietnam gemaakt. Daarop volgde dan van deskundige zijde meteen de krachtige tegenspraak. Vietnam was heel anders, een oorlog in de jungle, viel alleen te begrijpen als onderdeel van de Koude Oorlog, daar werd de vijand tersluiks gesteund door vrijwilligers uit andere communistische landen, enzovoort. De deskundigen hadden op hun manier gelijk. Terwijl Irak na de voorgenomen democratisering niet meer dan een failed state is, waar wekelijks nog tientallen mensen worden opgeblazen, en de oorlog in Afghanistan zijn tiende jaar ingaat, zijn vergelijkingen met Vietnam uit de mode geraakt.

Morgen stemt de Tweede Kamer over het plan van het kabinet om opnieuw Nederlandse militairen naar Afghanistan te sturen, een ‘trainingsmissie’ van 545 man, bedoeld om Afghaanse politiemensen op te leiden die in Kunduz de orde en veiligheid moeten handhaven. De afgelopen week zijn de Kamerleden belegerd door deskundigen die hun visie pro en contra hebben gegeven. Er zijn ook hooggeplaatste Afghanen aangevoerd. Zij hebben ons bij wijze van spreken gesmeekt om naar Kunduz te gaan omdat anders de hele provincie beter meteen aan de Talibaan kon worden uitgeleverd. Andere experts hebben verzekerd dat deze missie van vitaal belang is voor het Nederlandse aanzien in de internationale gemeenschap. Dankzij onze trainers in Kunduz zou Nederland misschien weer kunnen ‘aanschuiven’ bij de G20, de vergadering van de grootste economieën. Vorig jaar mocht in Toronto demissionair premier Balkenende aanschuiven, maar dat ging niet door omdat hij wegens de rellen zijn hotel niet uitkon. Er is niet onderzocht hoeveel schade dit de natie heeft opgeleverd.

Toch nog even terug naar Vietnam. Afgezien van alle verschillen in de politieke context, de motivering van de tegenstanders, de aard van het slagveld, zijn er een paar overeenkomsten. In beide conflicten zoeken de Amerikanen naar een oplossing met overwegend militaire middelen. In Vietnam was het generaal Westmoreland die voortdurend omvangrijke versterkingen vroeg en eerst ook kreeg. Zo ongeveer gaat het nu in Afghanistan, al bijna tien jaar. President Obama is in dit opzicht geen uitzondering. Met 30.000 man extra moet generaal Petraeus in 2014 het werk hebben afgerond en daarna vertrekken de Amerikanen. Over strategie en tactiek die daarbij zullen worden gebruikt, beslist de Amerikaanse regering. Geen Nederlander zal daarbij aanschuiven. Hoe de labiele toestand in Pakistan zich zal ontwikkelen, weet niemand. Of de Talibaan onze militairen als vredesapostelen zullen beschouwen, valt te betwijfelen. Gezien de tien jaar Afghaanse ervaring zou het geweldig meevallen als het probleem in 2014 zou zijn opgelost.

Dan komt er nog een vergelijking met Vietnam. Voor de Amerikanen is de oorlog daar pas goed begonnen in 1964. In ongeveer tien jaar zijn 58.226 Amerikaanse soldaten gesneuveld, hebben ongeveer 2,5 miljoen Vietnamezen het leven verloren en heeft het conflict Amerika miljarden gekost. Naarmate meer mensen begrepen dat daar een uitzichtloze strijd werd gevoerd, groeide het verzet, en dat breidde zich uit tot Hollywood. Apocalyps Now en The Deer Hunter behoren tot de aangrijpendste films. In New York staat op Veteran Square een ontroerend monument met in reliëf fragmenten uit brieven van het front. Ten slotte werd het verzet tegen de oorlog tot een internationale beweging. Johnson molenaar.

Op een andere manier hoort de oorlog in Afghanistan tot de twijfelachtigste die door het Westen ooit zijn gevoerd. We steunen daar een president die een voorbeeld van corruptie is. Van krijgsheren tot politieagenten die we zelf hebben opgeleid, ze kunnen plotseling van vriend in vijand veranderen. Dat komt nu in toenemende mate tot uitdrukking in het verzet, in alle deelnemende landen. In Nederland is volgens de laatste peilingen 70 procent tegen.

Op 11 januari stond op deze pagina een bijdrage van de Pakistaanse schrijver Ahmed Rashid. Een overwinning op het slagveld is volgens hem niet mogelijk. In plaats daarvan heeft hij een ingewikkeld plan bedacht waarvan de essentie is dat de vrede via onderhandelingen tussen alle partijen onder bemiddeling van de Verenigde Naties zal worden bereikt. Er zijn meer deskundigen die van mening zijn dat het de hoogste tijd is om de optie van onderhandelingen niet alleen theoretisch te overwegen, maar een poging te doen om deze praktisch te proberen. Enige garantie op succes is er niet, maar de ervaring van de afgelopen dertig jaar leert dat voor militaire oplossingen hetzelfde geldt. Onderhandelingen zijn in het nu gevoerde debat niet aan de orde geweest.

Onze militairen zouden in Kunduz nuttig werk kunnen doen zoals ze dat in Uruzgan hebben gedaan. Maar neemt het kabinet het besluit tot hernieuwde uitzending, dan stuurt het deze missie het chaotische geheel in, terwijl het over het verloop van de strijd daar niets te vertellen heeft. En het is niet onwaarschijnlijk dat door de uitzichtloze oorlog het terrorisme eerder wordt aangemoedigd dan bestreden. Met een hernieuwde uitzending wagen we mensenlevens met de geringste kans op resultaat. (Behalve aanschuiven).

Niet doen.