Nederland wil blijven praten met Minsk

De Nederlandse regering wil blijven praten met het Wit-Russische regime, ondanks de fraude bij de verkiezingen in december en het hardhandig optreden van de autoriteiten bij een opstand die daarop volgde.

Dat heeft minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal gisteren verklaard, na een ontmoeting met Wit-Russische oppositieleiders in Den Haag. Op een persconferentie zei Rosenthal dat Nederland voorstander is van het „opnieuw instellen van sancties, zoals het bevriezen van financiële tegoeden en een inreisverbod voor hoge regeringsfunctionarissen en al diegenen die verantwoordelijk zijn voor de verkiezingsfraude”.

Maar Nederland pleit vooralsnog niet voor verdere maatregelen, zoals het staken van de dialoog tussen Minsk en de EU over politieke en economische samenwerking, of het eisen van nieuwe verkiezingen. „We zullen daarover in Europees verband een lijn bepalen”, aldus de minister. De EU-ministers van Buitenlandse Zaken besluiten maandag over een gezamenlijke reactie op de verkiezingsfraude en het politiegeweld.

De Wit-Russische oppositie is bezorgd over de positie van Den Haag. Loekasjenko moet volgens haar meer geïsoleerd worden en West-Europese landen moeten zich richten op de oppositie en activisten, in plaats van het regime te steunen. „Compromissen sluiten met dictators kan schadelijk zijn”, zei Aleksandr Kozoelin, die presidentskandidaat was in 2006 en daarna twee jaar gevangen zat.

De oppositie is kritisch over de ‘zachte diplomatie’ van de EU. In een poging om Wit-Rusland aan zich te binden en uit de Russische invloedssfeer te halen, schortte de EU in 2008 sancties tegen Loekasjenko op. Nederland was destijds tegen het opheffen van die sancties. Als compromis besloot de EU de sancties op te schorten.