Na crisis heerst voorzichtigheid

Nederlandse bedrijven zijn optimistischer over de economie dan een jaar geleden, blijkt uit de enquête Executive-1000 onder 5.600 managers. Vergrijzing van de arbeidsmarkt en tekort aan vakkrachten baren zorgen.

Nederlandse bestuurders zijn minder somber over de economie dan een jaar geleden. Maar er is geen sprake van euforie. Eerder van realisme met een sceptisch tintje.

Een ruime meerderheid, bijna 65 procent, ziet pas economisch herstel na 2011. Over de internationale economische ontwikkelingen zij ze veel positiever dan over de Nederlandse economie.

Dat blijkt uit het Executive 1000-onderzoek dat NRC Handelsblad en organisatieadviesbureau Boer & Croon eind vorig jaar onder bestuurders van circa 5.600 Nederlandse bedrijven hielden.

Uit de vorige editie bleek nog dat ruim de helft (56 procent) rekening hield met een spoedig herstel in 2010. Dit keer is slechts 36 procent ervan overtuigd dat er al in de loop van dit jaar, 2011, een economische heropleving komt.

Toch is er sprake van een verbetering van het algemene sentiment. Bijna 60 procent van de ondervraagde bedrijven ziet een stijgende lijn in de omzetontwikkeling – een jaar geleden was dat een kwart. Maar die groei zal vooral uit het buitenland moeten komen, stellen de respondenten. Een minderheid (40 procent) rekent op omzetherstel in Nederland.

„Ik ben niet verwonderd dat een meerderheid van de bedrijven pas na 2011 een spoedige heropleving ziet”, zegt Jos Baeten, topman van verzekeraar ASR. „De groei in Nederland is nog niet structureel.”

Baeten verwijst naar de vastgoedmarkt: huizen blijven langer te koop staan, er wordt minder gebouwd. „De hypotheekmarkt is terughoudend.” En zelfstandigen zonder personeel hebben het moeilijk, met name om structureel aan werk te komen. „Zij kopen minder verzekeringspolissen tegen arbeidsongeschiktheid.”

Een onderneming die in de Nederlandse bouw actief is zoals handelaar in Bouwmaterialen PontMeyer verwacht slechts een licht herstel in 2011. „Onze markt trekt pas echt aan in 2012”, zegt bestuursvoorzitter Anne Schouten.

„De dip in Nederland was de afgelopen jaren minder diep dan in de meeste andere Europese landen”, zegt René van de Bruggen, bestuursvoorzitter van de technische dienstverlener Imtech. „Het herstel in Nederland dit jaar zal dus ook wat minder intens zijn.”

Het op de Amsterdamse beurs genoteerde Imtech wil dit jaar tien tot vijftien overnames realiseren, uitsluitend in het buitenland. In 2009 waren dergelijke positieve groeivooruitzichten van bedrijven nog vooral te vinden in de zakelijke dienstverlening en in anticyclische sectoren als de gezondheidszorg, de voeding en landbouw, of de energie- en afvalbranche. Nu delen ook handel en industrie en de financiële dienstverlening in dit optimisme.

De helft van de bedrijven plant overnames in 2011, maar dat zijn vooral de grote en internationaal gerichte bedrijven. Een meerderheid van de ondervraagde bestuurders (60 procent of meer) mikt op acquisities in Europa en de rest van de wereld. Iets meer dan 40 procent heeft een voorkeur voor expansie in Nederland.

Kleinere, lokaal opererende bedrijven (met minimaal 50 miljoen euro omzet) zijn minder positief gestemd over de ontwikkeling van hun investeringen in 2011 dan grote, internationale bedrijven. Twee jaar geleden – kort na de kredietcrisis – was dit net omgekeerd.

De terughoudendheid over economisch herstel is ook terug te zien in verwachtingen over de arbeidsmarkt. In Nederland verwacht maar bijna een op de vier bedrijven nieuwe banen te creëren, in het buitenland zal bij 35 procent de werkgelegenheid toenemen. De meeste bedrijven denken met het zelfde aantal personeelsleden door te gaan. De grote somberheid is echter weg.

De arbeidsmarkt is terug als belangrijke strategische prioriteit. ‘Goede mensen vinden, krijgen en houden’ was in 2010 als thema van de zesde naar de veertiende plaats getuimeld op dit lijstje van prioriteiten. Dit jaar maakt het een opvallende comeback: met een achtste plaats.

Ook de kredietcrisis lijkt achter de rug: de geldkraan gaat weer open. Het structurele probleem van een tekort aan geschoold of gespecialiseerd talent wordt weer acuter. „Je wilt nu voorsorteren: talent binnenhalen en binnenhouden”, zegt Baeten. Werving wordt weer mogelijk, maar dan wel rekening houdend met een lagere economische groei.

De economische crisis blijft nog de belangrijkste kopzorg voor bestuurders – al neemt het relatieve belang ervan enigszins af – onmiddellijk gevolgd door regeldruk, overheidsingrijpen, mobiliteit en infrastructuur. Maar een van dé knelpunten van de vorige jaren, bedrijfsfinanciering, is als acute dreiging geweken voor het structurele probleem van de vergrijzing op de arbeidsmarkt.