Lauwe liefde op te breed canvas

Sonny Boy. Regie: Maria Peters. Met: Sergio Hasselbaink, Ricky Koole, Marcel Hensema, Gaite Jansen. In : 113 bioscopen. **

Een bestseller, verfilmd met liefde voor historisch detail. Met gepolijst camerawerk van veteraan Walther van den Ende, met – meestal – geserreerd spel. Een vaderlandfilm bovendien van het type Bride Flight en De Storm: klein drama tegen de achtergrond van grote nationale ontwikkelingen. Drama dat vragen beantwoordt: wie zijn wij, wie willen wij zijn?

Bij Sonny Boy vraag je jezelf na een uur iets anders af: wanneer gaan ze nou naar het concentratiekamp? Want aan het middendeel van deze twee uur en een kwartier durende film lijkt geen eind te komen; pas onderweg naar Neuengamme en Ravensbrück komt Sonny Boy weer een beetje op stoom. Dat kan niet de bedoeling zijn van Maria Peters’ bewerking van het boek van Annejet van der Zijl.

Aan het tragische liefdesverhaal van de Surinaamse student Waldemar en zijn zeventien jaar oudere hospita Rika hoefde het niet te liggen. Die romance in de verdrukking roerde vele lezers tot tranen. Vooral door de vrijgevochten, warmbloedige Rika, praktisch en romantisch tegelijk. Een moderne vrouw die in een verkeerde, benepen tijd leeft.

Annejet van der Zijl is uit de Geert Mak-school van literaire non-fictie, die geschiedenis invoelbaar maakt door kleine verhalen: hoe verzuiling, crisis en oorlog ingrijpen in een mensenleven. Haar Sonny Boy draait om non-conformist Rika, een katholieke kruideniersdochter die zich eerst door de gereformeerde Willem laat schaken, na vier kinderen bij hem wegloopt en daarna de goede zeden aan haar laars lapt door te hokken met haar Surinaamse kostganger. Ze raakt haar kinderen aan Willem kwijt, veert op uit de armoede, begint met haar tweede multiculturele gezin in Scheveningen pension Walda, groeit in de oorlog uit tot spil in een netwerk van onderduikadressen.

Luctor et emergo: een heldinnenleven. Probleem is dat Waldemar in Rika’s schaduw verpietert: in zowel boek als film blijft hij een schim. Netjes, ijverig, attent, vrolijk, geduldig, leuk met kinderen. Terloops of vuig racisme ondergaat Waldemar met een lach of droeve blik, onbegrip uit eigen familie eveneens. Debutant Sergio Hasselbaink kan acteren wat hij wil, hij moet een engel spelen en dat zijn saaie figuren. Een engel die in dienst staat van Rika’s levensdrama: haar strijd om haar kinderen te zien.

Waldemar mag de wensdroom van elke gescheiden vrouw zijn, de romance met Rika kabbelt merkwaardig kuis en conflictloos voort. Een zwoele dans, men zijgt neer tussen de lakens, een kind volgt: dan is het met de intimiteit wel gedaan. Op een kleine uitbarsting in de duinen na, waar Rika opbiecht dat ze overwoog Waldemars kind te aborteren, is er al evenmin ruzie. Je voelt huiver om de interraciale liefde tussen zwarte student en oudere blanke vrouw serieus te exploreren. Net als bij Van der Zijl overigens, die in haar boek een hoofdstuk wijdt aan rassenpolitiek in Paramaribo – de angst van de elite voor ‘vernegering’, de lichtgetinte vrouw als statussymbool voor de zwarte man – maar daar nooit op terugkomt wanneer het concreet wordt.

Ras en seks, het blijft een mijnenveld – maar huiver daarover slaat de romance tussen Rika en Waldemar dood. Dat is de grootste tekortkoming van Sonny Boy, maar niet de enige. Zo gooit regisseur Maria Peters onvoldoende weg: elk bijpersonage lijkt een scène gegund om zijn karakter uit te diepen. Fijn voor de acteurs, maar moeten wij nu echt weten dat een gedeserteerde SS’er die de zaak verraadt in wezen niet zo’n slechte knul is? Of dat een boer in de Hongerwinter stedelingen uitbuit?

Zo maakt ze het canvas te breed, terwijl de centrale driehoek van de film – die van Rika, Waldemar en Willem – niet uit de grondverf komt. Waar Peters afwijkt van het boek is dat om wrijving of mysterie te elimineren, om de zaken simpel en de heldin nobel te houden. Zo loopt Rika weg omdat Willem friemelt met het dienstmeisje: een gereformeerde gluiperd met midlifecrisis past makkelijker in het plaatje dan de botsing tussen de twee stijfkoppen van het boek.

Peters maakte eerder nostalgische familiefilms als Kruimeltje en Pietje Bell en educatieve jeugdfilms als Afblijven: werk dat prima drijft zonder diepgang. Sonny Boy eist meer, maar Peters strijkt slechts rimpels glad zodat niemand echt reliëf krijgt. „Kruimeltje in Auschwitz”, hoorde ik sneren. Vilein, maar waar: in Sonny Boy bokst Peters boven haar gewichtsklasse.