Kinderen met een 'vlekje' zitten thuis

Jongeren die zich aan de leerplicht onttrekken, worden te lang aan hun lot overgelaten. „De onderwijsmachinerie denkt in standaardkinderen.”

Het kan gaan om een meisje zoals de vijftienjarige Franny uit Leiderdorp, die zoveel angst had om naar school te fietsen, dat ze onderweg ging hyperventileren, omdraaide en uiteindelijk maar thuisbleef. Het kan gaan om autistische kinderen die niet aarden in een gewone klas, maar te slim zijn voor speciaal onderwijs. Of om jongeren die hun leraren de stuipen op het lijf hebben gejaagd met agressief gedrag, maar die nog niet elders kunnen schoolgaan.

Ze komen thuis te zitten, terwijl ze leerplichtig zijn. Ongeveer duizend leerplichtige jongeren gaan op dit moment niet naar school, bleek deze week uit twee rapporten van de Nationale Ombudsman en van Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren. Deze jongeren zijn nadrukkelijk geen gewone spijbelaars, ze gaan gemiddeld zes maanden niet naar school – maar eigenlijk willen ze wel.

Hoe kan het dat er zoveel jongeren thuis zitten? „De voornaamste oorzaak is dat de instanties langs elkaar heen werken, zoals je dat wel vaker ziet in de jeugdzorg”, zegt Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer desgevraagd.

Dat merkt Naomi Veerman dagelijks. Zij is moeder van een autistische dochter. Met een door haarzelf opgerichte organisatie begeleidt ze in Amsterdam andere ouders met autistische kinderen bij het aanvragen van hulp in de wirwar van instanties. „Er zijn veel organisaties die mooi werk verrichten, maar het systeem werkt niet omdat er niet wordt samengewerkt”, zegt ze.

Soms melden scholen niet snel genoeg dat een kind niet komt opdagen. „Ze willen het vaak eerst zelf oplossen”, zegt Carry Roozemond, voorzitter van leerplichtorganisatie Ingrado. Officieel moet een school het melden als een kind zestien lesuren verzuimt binnen vier aaneengesloten lesweken.

Oscar (17) uit Amsterdam zat echter wekenlang thuis nadat er meerdere dingen waren misgegaan met school. Hij zag in die tijd geen leerplichtambtenaar, kreeg nooit een boete, vertelt hij. Dat kan een enkele keer gebeuren, erkent Nel Winkel, teamhoofd Leerplicht bij het Amsterdamse Bureau Leerplicht Plus. „Maar in veel van de gevallen waar het misgaat, gaat het om kinderen waarbij meerdere problemen samenkomen. Ze kunnen een combinatie van stoornissen hebben waar het onderwijs geen antwoord op heeft. Soms kunnen ze ook niet terecht in het speciaal onderwijs.”

Volgens ombudsman Brenninkmeijer heeft „de onderwijsmachinerie de neiging om in standaardkinderen te denken”. „Als kinderen ‘afwijkend gedrag’ vertonen, een ‘vlekje’ hebben, dan blijkt maatwerk moeilijk te realiseren.”

Hij wijst op de grote scholen in Nederland en de anonimiteit die daarmee gepaard gaat. „Grote organisaties hebben de neiging om in zichzelf gekeerd te zijn. Het is dan moeilijk om kinderen extra aandacht te geven.” Het gaat niet voor niets vaker mis met kinderen die net de overstap hebben gemaakt naar de – grotere – middelbare school.

Volgens Roozemond van Ingrado is het „te makkelijk” om alleen het onderwijs de schuld te geven. „Het is een samenloop van factoren. Je kunt niet scholen de schuld geven, of de ouders.”

Al kan ook gedrag van ouders een oplossing in de weg staan. Naomi Veerman: „Het is een proces om te erkennen dat je kind niet naar een gewone school kan. Veel ouders houden vast aan een droombeeld.”

Aan het aantal beschikbare leerplichtambtenaren ligt het niet, volgens Nel Winkel van Bureau Leerplicht Plus. Althans niet in Amsterdam, met ongeveer honderd leerplichtambtenaren. Maar volgens Ingrado zijn er ook regio’s waar leerplichtambtenaren niet toekomen aan al het werk.

Bij Franny met haar straatfobie lukte het naar schoolgaan pas nadat ze een brief had geschreven aan televisiemaker Prem Radhakishun, die persoonlijk alle betrokkenen voor de camera stevig ondervroeg. Net zolang tot er een oplossing kwam voor haar.

Die rol zou eigenlijk de leerplichtambtenaar moeten opnemen. Hij is de persoon bij uitstek die ervoor kan zorgen dat kinderen minder lang thuis zitten, blijkt uit de rapporten. „Eigenlijk is de leerplichtambtenaar de enige partij zonder persoonlijk belang, die namens de gemeenschap zorgdraagt voor de kinderen ”, zegt Roozemond.

Winkel zegt dat dit al gebeurt in Amsterdam: „Je probeert als leerplichtambtenaar je gezag aan te wenden om het traject te versnellen bij hulpverleningsorganisaties, maar je hebt ze niet aan een touwtje.”