In deze wijk bel je de politie niet

Twee meisjes, 8 en 10 jaar oud, mishandelden en bestalen bejaarden in de Eindhovense wijk Vaartbroek. Een incident? Bericht uit de wijk.

Doorkijkje naar het Amandelpark, midden in de wijk Vaartbroek. In de seniorenflat boven de vijver woont de mishandelde bejaarde vrouw. Foto Joyce van Belkom Nederland, Eindhoven, 18-11-2010 Bladblazers aan het werk voor de 55 plus-flat Amandelpoort in de wijk Woensel in Eindhoven. In de flat wonen ouderen die werden lastiggevallen door (roma) kinderen uit de buurt. Foto: Joyce van Belkom Joyce van Belkom

Ze is 90 jaar, amper 1,50 meter, en loopt met een rollator. Met haar hondje woont ze op de tweede verdieping van een seniorenflat in het noorden van Eindhoven.

Ze vertelt. Het was zaterdagmorgen. Ze wandelde door het park, zoals elke dag. Bij de kinderboerderij vroeg een groepje kinderen hoe laat het was. Ze hielden een mobieltje voor haar neus, maar ze kon niets zien, want haar bril lag thuis. Daarom liep ze door. „Toen sloegen ze hard op mijn rug. Ik vroeg of ze me met rust wilden laten. Ze sloegen met een tak in mijn gezicht.” Een buurvrouw belde de politie.

Inmiddels wandelt ze weer alle dagen met haar 10-jarige Fleur. Maar altijd gespannen. En minder lang dan vroeger.

Ze was niet het enige slachtoffer. Andere bejaarden werden bespuwd of bestolen. Eén werd beroofd van haar scootmobiel. En altijd waren er twee meisjes bij betrokken. Twee meisjes van 8 en 10.

De meisjes, zussen, werden met hun moeder op het politiebureau ontboden en bekenden. Burgemeester Van Gijzel, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming grepen in. De twee meisjes werden uit huis geplaatst. Twee andere dochters, van 5 en 13, mochten van de kinderrechter onder toezicht bij hun moeder blijven. Directeur Marja van Heel van Bureau Jeugdzorg: „We hebben al jaren bemoeienis met dit gezin. We streven ernaar kinderen thuis te laten wonen.” Maar nu was „de veiligheid van de meisjes in het geding”.

Vaartbroek is gebouwd in de jaren 60, in het noorden van Eindhoven. Eenvormige huizenblokken, straten genoemd naar granen, noten, groenten. In het hart het winkelcentrum, waar op straatbordjes staat ‘Veilig Vaartbroek’. Daarnaast de seniorenflat.

Buurtbewoners vertellen over lawaaiige hangjongeren, stenen door ramen, eieren tegen muren, vernielde picknicktafels. Meestal gaat het om Marokkaanse jongens. Maar dat het een keer zou misgaan met deze Romameisjes, hadden ze allemaal zien aankomen.

De moeder van de Romameisjes woont op een hoek in een eengezinswoning, aan een pleintje met een speeltuin. Er wordt niet opengedaan. De overbuurvrouw wenkt. „Jeugdzorg? Ze is niet thuis hoor, want de auto staat er niet. Kom maar even binnen.”

Ze vertelt dat Jehovagetuige Hans voorjaar 2009 trouwde met Zumreta, een Romavrouw met zeven kinderen. De oudste 22, de jongste 4. De buurt stond versteld: Hans, die rustige man die naast zijn gehandicapte moeder woonde. Met zo’n vrouw.

„Twee maanden later stonden er vijf politieauto’s voor de deur”, vertelt de overbuurvrouw. „Ik kwam naar buiten en de meisjes renden naar me toe. Hun moeder was overstuur. Ze schreeuwde: ‘Hij is homo’, ‘hij kijkt niet naar me om’, ‘hij geeft me geen geld’. Ze dreigde een mes in haar buik te steken. Er was daar geregeld onenigheid.”

Zumreta ging elke dag vroeg van huis, vertelt de overbuurvrouw. Als ze vertrok, krijste haar 10-jarige dochter zo hard dat alle bewoners van het pleintje het hoorden. Pas ’s avonds laat kwam moeder terug. Intussen tekenden haar dochters op lantaarnpalen, gooiden rommel in tuinen, pestten kinderen in de buurt.

„Mijn eigen twee dochters zijn voor minder uit huis geplaatst”, zegt de overbuurvrouw. Ze snapt niet dat niemand eerder ingreep. Nee, zij belde Jeugdzorg niet. „Dat is verlinken.” En bovendien: „Die Romafamilie is berucht.”

Een andere buurvrouw – rode joggingbroek, ingevallen ogen en mond – opent even hartelijk haar deur. „Vanaf het moment dat die Romameisjes hier woonden, was het onrustig. Ze liepen altijd maar op straat, tot ’s avonds laat. Ik was opgelucht toen ik hoorde dat er twee uit huis waren geplaatst.”

Het meisje van 10 ging nauwelijks naar school, vertelt ze. Ze moest naar het speciaal onderwijs, net als haar zoon. Maar negen van de tien keer wuifde ze vanachter het gordijn dat de schoolbus kon doorrijden. Ook de andere meisjes waren veel thuis.

Eén keer heeft ze het zelf met de Romakinderen aan de stok gehad, vertelt de buurvrouw. Haar 5-jarige zoon zag hoe ze een duif met stokken sloegen. Zij werd ziedend toen ze de halfdode vogel zag. „We weten je te vinden”, riepen de meisjes haar na.

Hans vroeg afgelopen zomer een scheiding aan, zegt de buurvrouw. Zijn vrouw haalde haar oudste zoon erbij. En andere familieleden. Ze hebben Hans het huis uitgepest. Nu woont hij soms bij vrienden, soms bij zijn moeder.

Maar de politie bellen, nee. „Zo zit ik niet in elkaar. Ik heb het druk genoeg met mijn eigen leven. Ik dacht: ze lopen vanzelf een keer tegen de lamp.”

Zumreta heeft geen behoefte haar verhaal te vertellen, zegt ze telefonisch in gebrekkig Nederlands. „Laat de mensen maar roddelen. Het kan me niets schelen.”

CDA-raadslid Ibrahim Wijbenga (33) – Friese vader, Marokkaanse moeder – groeide op in Vaartbroek. Zijn ouders wonen er nog. De zondag nadat de Romameisjes bekend hadden, organiseerde hij een bijeenkomst om de wijkbewoners gerust te stellen. Als hij opendoet, galmt Nederlandstalige rapmuziek door zijn flat. „Vaartbroek staat bekend om de overlast van Marokkaanse jongeren”, zegt hij. „Het is uitzonderlijk dat het nu over Romameisjes gaat.”

In het winkelcentrum van Vaartbroek maakt Wijbenga een rondgang. Hij schudt handen, maakt overal een praatje. Alle winkeliers kennen de Romameisjes. Ze hadden een winkelverbod bij de Albert Heijn. Ze maakten ruzie met de baas van de friettent. Ze hadden een grote mond tegen de dames van de Marskramer.

Wijbenga maakt zich zorgen. Hij heeft de afgelopen jaren veel oorspronkelijke bewoners uit de wijk zien vertrekken. In de huizen die ze achterlieten, kwamen mensen die problemen gaven. Hij wijst en zucht.

Op de derde verdieping in de seniorenflat opent een 79-jarige vrouw in roze trui haar deur. Ja, ze heeft het gehoord van die Romameisjes. Verschrikkelijk. Maar ja, dat is de jeugd van tegenwoordig. Die is hier heus niet erger dan elders. Nee, ze is niet bang. Als ze angstig was, zou ze geen leven hebben. „Ik woon hier prima.”