'Ik ga toch niet over de oorlog zitten zeuren?'

Schrijver en kunstenaar Armando maakt vanavond kans op de VSB Poëzieprijs. „Ik ben bezeten, dat is mijn Schicksall.”

„Ik moet werken, dus ik kijk geen televisie”, zegt schrijver en beeldend kunstenaar Armando (81). „Ik kijk hoogstens sportgebeurens. Vooral boksen, één keer per maand op de Duitse televisie. De Nederlandse tv doet niets aan boksen. Ik kijk ook wel naar kickboksen en dergelijke, maar dat vind ik minder leuk dan boksen.’’

Met zijn bundel Gedichten 2009 is Armando genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, die vanavond in Utrecht wordt uitgereikt.

U heeft zelf ook gebokst.

„Halfzwaar gewicht. Maar dat is lang geleden.’’

Wat doet u zoal op internet?

„Niets, ik heb geen computer. Zoals u weet, ben ik de domste van Amstelveen. U kunt me uitleggen hoe het werkt, maar ik ben het een paar uur later weer vergeten.”

Heeft u een iPhone of een andere smart phone?

„Ik heb helemaal geen mobiele telefoon. Zeggen mijn vrienden: ‘Je moet toch bereikbaar zijn?’ Dan zeg ik: ‘Waarom?’ Dan zie je ze nadenkend kijken.’’

Leest u kranten?

„U wil wel veel weten…’’

NRC Handelsblad misschien?

„Daar heb ik zelf jarenlang voor geschreven.’’

Uw columns zijn bekroond...

„Kranten worden niet meer gelezen. Ik heb vrienden, die lezen helemaal geen kranten. Ik wel. Iedere dag zo’n pak.’’

Gefeliciteerd met uw nominatie voor de VSB Poëzieprijs. Doet u dat nog plezier, na zoveel prijzen?

„Nee, ik heb een minderwaardigheidscomplex. Zelf vind ik mijn werk niet zo interessant. Ik doe liever niets, ik ben lui. Maar net als ik wil gaan slapen, dient zich een zin aan, en dan moet ik die opschrijven. Ik word voortgedreven, ik ben bezeten, en dat is niet leuk. Het is mijn Schicksall.”

Kan het winnen van een prijs dat minderwaardigheidscomplex enigszins compenseren?

„Even. Als ik iets gemaakt heb en het is gelukt, ben ik even tevreden. Maar dan begint het weer.’’

Als het vaak genoeg lukt, zou dat toch enig zelfvertrouwen in eigen kunnen moeten geven?

„Ik weet inderdaad uit ervaring: als het laatste woord nu niet komt, dan valt het me over een paar dagen wel in. Dat is vertrouwen.”

En dat groeit met de jaren?

„Daarvoor heb ik de tijd wel gehad, ja.’’

Uw diverse werken vormen één duidelijk geheel. Heeft u naar uw vaste vorm en onderwerp moeten zoeken?

„Nee, dat is altijd zo geweest. Het is niet zo dat ik vroeger over madeliefjes dichtte. Zou ik ook niet kunnen. Ik kan ook geen Sinterklaasgedichten maken.”

Uw dominante thema is de Tweede Wereldoorlog…

„Welnee, ik ga toch niet over de Tweede Wereldoorlog zitten zeuren? Die heb ik toevallig meegemaakt in mijn jeugd. Zolang er mensen zijn, is er oorlog geweest. Kaïn sloeg Abel op zijn hoofd.”

Is uw thema dan dreiging? Geweld? Haat? Vernietiging? Kortom: oorlog?

„In de zeer ruime zin. Ik schrijf over de tragiek van de mens.”

Armando: Gedichten 2009. Uitg. Augustus, € 22,50.