Honderd dagen een pseudoregeringspartij

Geert belde. Het was laat. Ik stond op de camping in Frankrijk. Of ik iets wilde lezen, net geschreven. Er was haast bij. Toen ik mijn laptop aan de praat kreeg, raakte de tekst mij als een mokerslag. Ik stond ’s avonds bij de receptie (alleen daar had ik bereik) tussen de tongzoenende zestienjarigen, net buiten de disco, en dacht: hier is geschiedenis geschreven. Niet zozeer door die pubers, maar door wat ik op het scherm las. Het ging om de tekst waarin de verschillen inzake de islam (godsdienst of politieke ideologie) tussen drie partijen erkend werden. Het vormde de basis van ons gedoogavontuur.

We konden aan de bak. Voor het eerst ging een partij tegen de massa-immigratie en de islam regeringsbeleid meebepalen. Kwamen de drie partijen er uit en hield onze partij het droog (oftewel: geen gedoe, geen LPF) dan zou de internationale uitstraling enorm zijn. Ik klapte de laptop dicht en ging verder met inpakken. De rest van de zomer zou formatietijd zijn. Kamperen deed ik nog wel, maar op het ministerie van Financiën waar we 18 miljard euro bij elkaar mochten sprokkelen.

Gedogen. We doen het nu honderd dagen. Hoe het bevalt? Geweldig, dank u. Is er iets veranderd? Lijkt me wel. Een verschil van dag en nacht om precies te zijn. Geert en ik begonnen zes jaar geleden in een klein kamertje. Ook na 2006 met negen zetels bleven we het clubje outcasts waarvan iedereen dacht: het is maar tijdelijk want de immigratie is geen probleem meer. Achterhoedegevecht, waait wel over. Maar de kiezers schonken ons 24 zetels en een formatie later werden we zowaar een pseudoregeringspartij.

Al die dingen die ik alleen maar vermoedde, blijken ook echt te bestaan. Een bewindspersoon heeft een probleem,’s avonds vindt spoedoverleg plaats samen met de coalitiepartijen en dan doe je zaken. Soms gebeurt wat wij vragen.

Ook nieuw. Linkse journalisten willen ineens koffie drinken. Op de Opiniepagina waar mijn partij 1.428 keer met de nationaal-socialisten werd vergeleken mag ik nu stukjes schrijven. De mensen uit het maatschappelijke middenveld die negatief over ons waren, willen nu ineens langskomen. De meesten staan we te woord. Maar ik moest vreselijk lachen om PVV-collega Harm Beertema die de deur gesloten hield voor de nieuwe voorzitter van de HBO-raad, Guusje ter Horst, opvolger van Doekle ‘de dhimmi’ Terpstra. Harm schreef: „Ik heb begrepen dat mevrouw Ter Horst tot dezelfde verzetsbeweging behoort als de heer Terpstra (iets met Elite en Verzet of Opstand), dus ik ga er vooralsnog van uit dat zij het beleid van haar voorganger ongewijzigd zal voortzetten.”

Het jubileum is aan ons voorbijgegaan, gefocust als we zijn op onze nieuwe grote sprong voorwaarts. In veel provinciehuizen staan de stekels nu al net zo overeind als toen ik mijn eerste column inleverde bij deze krant of toen mijn boek uitkwam en auteurs dreigden op te stappen bij mijn uitgever. Oftewel: help, de Teutonen komen, nu worden hun ideeën salonfähig. Te wapen! Die koudwatervrees duurt nooit lang. Wij blijken geen hoorntjes te dragen en we groeten elkaar niet met gestrekte rechterarm. En de oppositie? Ach, die houdt zich bezig met poppenkast en droomt van een volksfront. Honderd dagen eenzaamheid.

Het op een na mooiste van het gedoogavontuur is dat het vertrouwen in de democratie fors groeit. Decennia werd door opiniebobo’s gekwebbeld over de kloof tussen bestuurders en burgers. Het medicijn bleek schreeuwend eenvoudig: als je niet langer meerderheidsideeën wegzet als populistisch en extreem-rechts, maar ze een plek geeft in het systeem, zeggen burgers ineens: kijk, die regering is ook een beetje van mij.

Het mooiste zal pas over vijftig jaar blijken. Heel misschien is er weer hoop voor Nederland. Veel Europese landen vallen ten prooi aan de islam. In Groot-Brittannië is het aantal mohammedanen in tien jaar met meer dan 70 procent gestegen, 40 procent van de moslims die in dat land geboren zijn wil de sharia. Maak het verhaal zelf af en kleur de plaatjes. Het point of no return is in veel landen al gepasseerd. Misschien ontspringt Nederland de dans. Misschien waren we net op tijd en zijn wij het kleine dorpje dat overleeft in Eurabië.

Misschien zag ik die avond op de camping nog veel meer dan ik bevroedde.

Martin Bosma is Kamerlid voor de PVV. Hij schrijft beurtelings met Ton Elias (VVD) en Jolande Sap (GroenLinks) deze wisselcolumn.