Gevangenissen zijn de nieuwe psychiatrische ziekenhuizen

Penitentiaire Inrichting (PI) Rotterdam, Noordsingel. Foto Steven de Jong

Gevangenissen in de Verenigde Staten huisvesten gemiddeld drie keer meer geesteszieken dan psychiatrische ziekenhuizen verplegen. In Arizona, de staat waar Jared Loughner woont, gaat het om een factor tien. ‘We zijn mentale stoornissen aan het criminaliseren.’

Loughner is de verdachte van de schietpartij op 8 januari in Tucson, waarbij zes doden vielen en congreslid Gabrielle Giffords ernstig gewond raakte. Voor opname in een psychiatrisch ziekenhuis is het te laat: hij zal hoogstwaarschijnlijk de gevangenis in gaan. En daar zal Loughner andere geesteszieken ontmoeten, want 15 tot 20 procent van de Amerikaanse gevangenen lijdt aan een ernstige mentale stoornis. In 1983 was dat nog maar 6,4 procent.

Gevangenisdirecteur ziet zichzelf als zorgverlener

Deze cijfers komen uit een in mei 2010 verschenen rapport van de National Sheriffs’ Association en het Treatment Advocacy Center. De organisaties leggen een direct verband tussen het sluiten van psychiatrische ziekenhuizen en de toenemende populatie psychiatrisch zieken in gevangenissen. “Ik run het grootste psychiatrisch ziekenhuis in het land”, zegt een gevangenisdirecteur uit San Francisco in het rapport. En in Texas, waar de Harris County Jail 87 miljoen dollar aan medicijnen en behandeling per jaar uitgeeft, zegt een medewerker: “De gevangenissen zijn de psychiatrische ziekenhuizen van de Verenigde Staten geworden.” De tientallen studies die in het rapport aangehaald worden leveren daarvoor overtuigend bewijs.

‘De-institutionalisering’ politiek gemotiveerd

Interessanter is misschien nog wel de historische context. In 1950 was er één psychiatrisch bed per 300 inwoners beschikbaar. Een halve eeuw later, in 2004, waren 3.000 mensen op datzelfde bed aangewezen. De ‘de-institutionalisering’ in de tussentijd kwam voort uit twee bewegingen. De fiscaal georiënteerde conservatieven zagen in het sluiten van psychiatrische ziekenhuizen een gemakkelijke bezuinigingspost. En progressieve belangenbehartigers van burgerrechten meenden dat psychiatrisch patiënten bevrijd dienden te worden.

Alcohol en drugs als ‘medicatie’
Sindsdien wees onderzoek na onderzoek uit dat psychiatrisch patiënten die nergens terecht konden massaal gevangenissen gingen bevolken. In de route daar naartoe gebruikten ze alcohol en drugs als vervanger van medicatie. “We zijn mentale stoornissen min of meer aan het criminaliseren”, zegt John Houston, overheidscommissaris geestelijke gezondheid in Alabama. “De gevangenis wordt een standaardfaciliteit voor geestelijke gezondheidszorg omdat er geen reguliere middelen beschikbaar zijn.”

Medicijngebruik vergt discipline
Dat er ooit psychiatrische ziekenhuizen zijn gekomen hebben de Verenigde Staten te danken aan mensenrechtenactivist Dorothea Dix (1802 - 1887). Zij vond het inhumaan dat geesteszieken zomaar in gevangenissen werden gestopt. De groei van instellingen zette door tot 1950, totdat de genoemde tegenbewegingen kwamen. Een andere reden voor de ‘de-institutionalisering’ was de bloei van de farmaceutische industrie. Stoornissen werden beheersbaar met medicijnen. Maar, zo betoogt het rapport, ernstige patiënten kunnen geen welgeïnformeerde keuzes maken in hun behoefte aan medicatie. Laat staan dat ze hun medicatie op gezette tijden innemen.

Terug op het niveau van 1840
De conclusie van het rapport is alarmerend. “Voor meer dan honderd jaar werden psychiatrisch patiënten in ziekenhuizen behandeld. Nu zijn we weer terug op het niveau van 1840, omdat we grote aantallen mentaal zieken in gevangenissen stoppen.”

Het enige verschil met de negentiende eeuw is dat ernstige gevallen opgesloten werden nog voordat ze iets strafbaars hadden gedaan en dat psychiatrische mensen nu, zoals Jared Loughner, zelf de gevangenis in ‘wandelen’. Hoe dan ook, de uitkomst is gelijk: de gevangenissen zitten vol met mensen die eigenlijk opgenomen en verpleegd hadden moeten worden. De gevangenis is immers een station te ver.

Lees in het artikel ‘Ga eens tekeer tegen de isoleer‘ over de geschiedenis van psychiatrische instellingen in Nederland. En in ‘Bureaucratie heeft dakloze niet op de radar‘ over geesteszieken die geen toegang tot zorg en opvang hebben.