Frisse film van een groot talent met veel lef

Les amours imaginaires. Regie: Xavier Dolan. Met: Monia Chokri, Niels Schneider, Xavier Dolan.In: 15 bioscopen. ****

Les amours imaginaires van de jonge Canadese filmmaker Xavier Dolan (1989) is een film over de wispelturige aard van liefde en verlangen. De vrienden Francis (Dolan zelf) en Marie (Monia Chokri) vallen allebei op de blonde krullenbol Nicolas (Niels Schneider), die in een associatieve montage vergeleken wordt met de schoonheid van Griekse standbeelden, vooral natuurlijk met Adonis. Francis en Marie doen er alles aan om Nicolas voor zichzelf op te eisen en elkaar dwars te zitten in hun pogingen de liefde van Nicolas te winnen. Liefde en verlangen zijn ondoorgrondelijke, irrationele krachten. Dat Dolan over zo’n uitgekauwd onderwerp toch een zeer frisse film weet te maken, is prijzenswaardig.

Ieder van de drie hoofdpersonen wordt op gezette tijden extreem vertraagd gefilmd terwijl op de geluidsband het lied Bang Bang van de Egyptisch-Franse zangeres Dalida klinkt. Het is een beetje behaagziek en heeft her en der al vergelijkingen opgeroepen met Wong Kar-wai en François Ozon, filmmakers die ook graag slow motion en vrij obscure popliedjes gebruiken. Maar Dolan doet het gewoon.

Ook elders in de film schrikt hij er niet voor terug om zijn stijlkeuzes flink te benadrukken, soms op het irritante af. Zo filmt hij een drietal bedscènes met een rood-, groen- en blauwfilter, met de cellosuites van Bach eronder (in de uitvoering van de Nederlandse cellist Pieter Wispelwey).

In de interviews over mislukte liefdes waarmee hij zijn vertelling doorspekt, gebruikt hij af en toe een zoomlens. Hiermee markeert hij niet alleen heel duidelijk de verschillende sequenties, ook demonstreert Dolan zo zijn onmiskenbare gevoel voor expressieve filmische middelen. Zijn stijlkeuzes getuigen van durf, maar ze werken emotioneel ook sterk: alles valt uiteindelijk op zijn plek. Als bij een perfecte liefde.