De tentakels van het olieconcern Shell probeerde, tevergeefs, stabiliteit te brengen in Nigeria, een van de belangrijkste landen voor het concern. Dit zeggen Amerikaanse diplomaten in geheime ambtsberichten die via de Noorse krant in het bezig zijn va

Begrijpen wíé belangrijk is, niet wat. Dat is van belang in Nigeria. En Shell weet dat.

Dat blijkt – via WikiLeaks – uit Amerikaanse diplomatieke documenten.

De Amerikaanse diplomaat begon zijn telegram, verzonden vanuit de Nigeriaanse hoofdstad Abuja aan andere Afrikaanse hoofdsteden, aan een Amerikaanse buitenpost in Stuttgart en aan het ministerie van Energie in Washington, met een lokale levensles. „Begrijpen wíé belangrijk is”, schrijft hij, „niet wát belangrijk is – dat is vaak de helft van het werk in Nigeria.”

Shell weet dat. En dus probeert het bedrijf met iedereen contact te houden. Het olieconcern wil overal tentakels hebben, binnen de Nigeriaanse overheid in Abuja, binnen de lokale overheden in de olierijke maar straatarme Nigerdelta en zelfs met militie-eenheden die juist geld verdienen met het roven van olie en het kidnappen van werknemers van oliebedrijven.

Dat is het beeld dat ontstaat uit de honderden pagina’s aan Amerikaanse diplomatenpost over Shell in Nigeria, vooral verstuurd vanuit Den Haag en Abuja. De diplomaten beschrijven een chaotisch land waar politiek en economie door elkaar heen lopen, een land waarvan buitenstaanders de werking nauwelijks begrijpen. Zo zijn er telegrammen met titels als ‘Nigerians you should know: our top five in seven categories’.

De informatie gaat ook van Shell naar de overheid. Als in 2007 een van de twee Shell-bedrijven in Nigeria, de Shell Petroleum Development Corporation, failliet gaat belt de hoogste bestuurder in de regio, Ann Pickard, met de Amerikaanse ambassadeur. Het probleem is dat de Nigeriaanse overheid, deelnemer in SPDC, achterstallige betalingen heeft bij Shell. De rekeningen worden niet betaald, en dat terwijl, zegt Pickard, „we wel 2 miljard dollar aan geldstromen hebben gevolgd vanuit de centrale bank naar het oliebedrijf van de overheid”. Hoe Shell dat weet blijft onvermeld. Nadat het genoemde bedrijf heeft geweigerd achterstallige betalingen aan de Shell-dochter te voldoen, gaat de dochter failliet.

Nigeria is een „in potentie instabiele en gevaarlijke plek” om te werken, zegt een andere Shell-bestuurder. Dat is een eufemisme. Met name de Nigerdelta, waar de oliebedrijven voornamelijk actief zijn, is een kruitvat van tegengestelde belangen. Shell is het grootste olieconcern in het West-Afrikaanse land en tobt al jaren met opstandige bevolkingsgroepen, corruptie, georganiseerde misdaad en milieurampen.

Een Shell-bestuurder (wiens naam geheim moet blijven, zo staat in de telegrammen) schaart Nigeria in de rij Iran, Irak, Rusland en Venezuela. Desondanks is Nigeria bedrijfsmatig interessant genoeg voor Shell om te blijven.

Anderen vinden het ook een onoverzichtelijk land met onduidelijke machtsstructuren. Zo uitten de Verenigde Naties hun ongenoegen over gebrekkige coördinatie in de regio. De Nederlandse ambassadeur klaagt over een gebrek aan gezamenlijk optrekken van de Amerikaanse, Britse, Franse, Italiaanse en Nederlandse ambassades om de standpunten van zowel de respectievelijke overheden als de olieconcerns over een nieuwe wet over te brengen.

Diplomaten stellen ook weer vast dat ambtenaren worden omgekocht door bendes en dat overheidspersoneel overplaatsing naar de Nigerdelta aanvraagt „om hun voordeel te doen van de corruptie”. Anders gezegd: zelfs voor ingewijden is het onduidelijk wie precies wat heeft beloofd aan wie – en waarom.

Volgens de lokale leiders komt er pas een einde aan „het lijden” van de inwoners van de Nigerdelta als er werk is.

Hoe onveiliger het werd, hoe minder werk er overbleef voor de burgers. Verrichtten de lokale bewoners eerst het handwerk op de olie-installaties, nu doen militairen dat. Droegen de lokale burgers zorg voor de beveiliging, daarvoor laten soldaten zich nu naast hun werk inhuren.

De rebellen, volgens Shell schuldig aan grootschalige olieroof, kunnen aanspraak maken op een studiefonds dat de Verenigde Naties hebben ingesteld en in hoofdzaak door Shell wordt betaald. Alleen: de problemen van de bendeleden zijn wat meer bescheiden. Ze gaan niet eens naar school.

Het antwoord van een lokale leider in 2008: „Zij hebben geen drinkwater, geen scholen, geen ziekenhuizen; ze zijn bitter. En als ze zien dat hun vaders niet kunnen helpen om de overheid te bewegen basisvoorzieningen te leveren, dan varen ze uit tegen hun onderdrukkers.”

In datzelfde jaar worden de zogenoemde IOC’s (international oil companies) gevraagd of ze zich willen verbinden aan betere afspraken over mensenrechten en veiligheid voor Nigerianen. Maar natuurlijk. Het gesprek gaat echter al snel over een klacht van de oliesector, waar Shell zich ook achter schaart. Nergens ter wereld dragen de IOC’s zoveel belasting af op oliewinning als hier; waarom komen Nigeriaanse bedrijven met belastingontduiking weg en de multinationals niet?

Uiteindelijk verliest Shell een belangrijke concessie in een onrustig gebied. Pas dan beseffen de Nigerianen dat het vertrek van Shell ook geen oplossing is.

Andere oliebedrijven zullen komen. „Shell was altijd te bereiken in Londen”, zei een Ogoni-leider. „Maar hoe gaat het ons volk ooit lukken om de Chinezen te beïnvloeden?”