De beslissing is ook aan mij

De abortuszorgverlening in Nederland is van een hoog niveau.

Maar één partij wordt over het hoofd gezien: de man.

Bij een abortus zijn twee belangen doorslaggevend – dat van de vrouw en dat van het kind. Het is niet voor niets dat zwangerschappen na de 24ste week niet meer mogen worden afgebroken. De Wet afbreking zwangerschap (Wafz) zoekt met deze grens een evenwicht tussen de belangen van de twee grootste belanghebbenden.

De vrouw heeft recht op zelfbeschikking. Het ongeboren kind heeft, indien het voldoende is volgroeid in de buik, recht op leven. Tussen deze twee belangen bestaat een evenwicht dat weliswaar ingewikkeld is, maar al drie decennia voldoet.

Hoewel de Nederlandse abortushulpverlening inmiddels tot een van de beste ter wereld behoort, wordt het belang van één belangrijke partij hier nauwelijks in de gaten gehouden – dat van de betrokken man.

De wet is bijvoorbeeld zonneklaar. Het woord ‘vrouw’ komt daar maar liefst 27 keer in voor. Bij ‘man’ en ‘partner’ blijft de teller steken op nul. Dat is een volkomen begrijpelijke situatie. Het omgekeerde zou volstrekt onwenselijk zijn. Het is de vrouw die een beslissing neemt over de ongewenste zwangerschap, in samenspraak met haar arts. De wet voldoet dus, maar wat mij betreft is de wet niet alles.

Toen ik enkele jaren geleden mijn vriendin naar een abortuskliniek vergezelde, voelde ik me daar niet serieus genomen. Mijn gedachten en gevoelens werden niet gehoord, hoewel het besluitvormingsproces tussen mij en mijn vriendin gelijkwaardig was verlopen. Dat voelde vervelend. In gesprek met diverse andere mannen die hetzelfde hebben meegemaakt, bleek dat meer mannen zich niet serieus genomen voelden in de kliniek.

Dat is om drie redenen jammer.

In de eerste plaats is het maken van een eigen keuze door de man goed voor de vrouw. De keuze voor een abortus is voor de meeste mensen misschien wel de moeilijkste beslissing die ze ooit te nemen hebben. De mannen die zeggen – hoe lief misschien ook bedoeld – dat hun partner maar een beslissing moet nemen en dat ze hoe dan ook achter haar zullen staan, belasten hun partner daarmee met een enorme verantwoordelijkheid. Bij stellen die samen een beslissing nemen, ervaart de vrouw na afloop minder emotionele problemen, blijkt uit Zweeds onderzoek.

Ten tweede is het goed voor de man dat zijn opvattingen op alle tijdstippen in het proces worden gehoord in de beslissing, om de simpele reden dat de uitkomst ervan ook voor hem verstrekkende gevolgen heeft. Wanneer het opvoeden van kinderen een gezamenlijke kwestie is, geldt hetzelfde voor het krijgen ervan. Ook bij mannen kan het vooraf nadenken over de beslissing helpen bij het achteraf verwerken ervan.

De derde reden is dat een gezamenlijk proces goed is voor de relatie. Stellen die samen deze stressvolle periode goed doormaken, kunnen groeien in hun samenzijn. Door de verdieping van het gedeelde vertrouwen versterken ze hun liefde.

Niet alleen individuele mannen en vrouwen zullen hun mindset moeten veranderen, ook in de abortushulpverlening is een nieuwe manier van denken nodig. Natuurlijk komen hulpverleners nogal wat mannen tegen die niet per se de beste bedoelingen hebben. Deze mannen wordt ook in de toekomst beleefd de deur gewezen.

Veel mannen willen wel degelijk meepraten en meedenken over de abortusbeslissing. Zij voelen zich in deze situatie net zo betrokken als hun vrouw en willen graag serieus worden genomen. Het is goed wanneer zij actief worden betrokken bij de besluitvormingsgesprekken. De hulpverleners van de klinieken dienen te beseffen dat dat voor alle partijen, inclusief de vrouw, wier belang uiteindelijk blijft prevaleren, de beste manier is.

Basti Baroncini is auteur van het boek ‘Man en abortus: over de keuze, de ingreep en de verwerking’.