Berlijn wil zijn mooie Nefertiti niet afstaan

Een smeulende affaire rond het beeld van Nefertiti in het Berlijnse Neues Museum kan uitgroeien tot een heuse diplomatiek-culturele rel tussen de Bondsrepubliek en Egypte.

Nefertiti komt maar niet tot rust. Haar buste staat te pronken in het Neues Museum in Berlijn. Achter pantserglas en met 24 uur persoonlijke bewaking per dag. Maar helemaal veilig is ze misschien niet. Het wereldberoemde beeld van de Egyptische koningin, gemalin van Achnaton (14de eeuw voor Christus), is inzet van een escalerende eigendomsstrijd die deze week een nieuwe fase is ingegaan. Nefertiti, trots bezit van Duitsland, wordt opgeëist door Egypte.

Met haar ene mooie oog staart ze dromerig in de verte. Haar lange smalle gezicht is een uiting van het verfijnde realisme waarmee de beeldhouwkunst van het oude Egypte zich voor eeuwig heeft onderscheiden. Nefertiti’s beschilderde, kalkstenen portretbuste is ook vandaag nog felbegeerd. Zal ze blijven of moet ze gaan?

Andermaal heeft een egyptoloog en hooggeplaatste cultuurfunctionaris in Kairo, dr. Zahi Hawass – een man met directe toegang tot de Egyptische president Hosni Mubarak – een brief geschreven aan dr. Hermann Parzinger, voorzitter van de Stichting Pruisisch Kunstbezit en in naam eigenaar van Nefertiti. Korte samenvatting: Egypte verlangt teruggave van de buste. Die eis is eerder bij Parzinger gedeponeerd, maar nu dwingender geformuleerd dan voorheen.

In Berlijn zitten ze ermee. Zo’n brief maakt zenuwachtig, hoewel Hermann Parzinger bezwerend zegt: „De opstelling van de Stichting Pruisisch Kunstbezit is onveranderd. Nefertiti blijft de beste ambassadeur voor Egypte in Berlijn. Het is bovendien ons belang om de samenwerking met Egyptische experts als Zahi Hawass te koesteren.”

De Duitse minister van Cultuur Bernd Neumann was directer: „Nefertiti is rechtmatig eigendom van de Stichting Pruisisch Kunstbezit.” Nefertiti zal, als het aan Neumann ligt, niet aan Egypte worden teruggegeven. Zijn collega van Buitenlandse Zaken, minister en vice-kanselier Guido Westerwelle, uitte zich in mei vorig jaar in soortgelijke bewoordingen.

En toch blijven de Egyptenaren vasthoudend. De brief van Zahi Hawass zou vermoedelijk als een minder relevante herhaling van zetten zijn afgedaan, als hij niet was geschreven in Hawass’ nieuwe hoedanigheid van onderminister van Cultuur. Kortom, een officieel regeringsschrijven. Dat laatste bleek bij navraag toch niet helemaal het geval, hoewel Hawass liet doorschemeren dat hij in zijn streven de buste terug te halen, wel degelijk door de Egyptische regering wordt gesteund. Als hij het hogerop zoekt, kan de nu nog smeulende affaire uitgroeien tot een heuse diplomatiek-culturele rel tussen de Bondsrepubliek en Egypte.

Hoe kwam Nefertiti, wier naam ‘de schone is gekomen’ betekent, eigenlijk in Duitsland terecht? Ze werd in 1912 in Amarna in Midden-Egypte opgegraven door de joods-Duitse egyptoloog en architect prof. dr. Ludwig Borchardt, die de buste aantrof in het voormalige atelier van Tutmoses, beeldhouwer aan het hof van de Egyptische koning. Borchardt was op pad gestuurd door de Berlijnse zakenman en mecenas James Simon, die een fascinatie voor oud-Egyptische kunst had. Zijn collectie, sinds zijn dood in 1932 ondergebracht bij diverse Berlijnse musea, was van wereldfaam.

De uiterst precies werkende Borchardt sprak met de Egyptische autoriteiten af dat hij zijn opgravingen met hen zou delen. Zijn onderhandelingspartner was de Franse egyptoloog dr. Gustave Lefebvre, die in Egyptische overheidsdienst was. Met hem kwam Borchardt een „deling van vondsten” overeen. Zo kreeg de Duitser de ene helft van de opgravingen in handen, waaronder Nefertiti, en was de andere helft voor de Egyptenaren.

Met instemming van Lefebvre werd de buste naar Berlijn verscheept. Grote opwinding daar over de spectaculaire vondst. Niet veel later barstte internationaal het gekrakeel los. De Egyptenaren beschuldigden Borchardt ervan dat hij bewust de waarde en betekenis van Nefertiti tegenover zijn collega Lefebvre te laag had ingeschat. En ze zeiden dat er tijdens de verdeling was gesjoemeld. „We zijn door de Duitsers bedrogen”, luidde de aanklacht vanuit Kairo.

In wezen is dat ook nu nog het verwijt. Dr. Zahi Hawass en dr. Hermann Parzinger zijn de geestelijke erfgenamen van dr. Gustave Lefebvre en prof. dr. Ludwig Borchardt. Ze strijden nog steeds om hetzelfde beeldhouwwerk. Waarbij de Duitsers voorlopig het juridische gelijk aan hun kant lijken te hebben.

Het Neues Museum en de Stichting Pruisisch Kunstbezit laten desgevraagd weten dat de in 1912 opgegraven kunstschatten „in exacte lijsten zijn vastgelegd”. Van de vondsten - ook van Nefertiti - zijn foto’s gemaakt „die de schoonheid en kwaliteit van de objecten ondubbelzinnig weergeven. Van verwisseling bij de deling kan geen sprake zijn geweest”.