Koning Albert accepteert ontslag bemiddelaar nu wel

Johan Vande Lanotte tijdens een persconferentie na rapportage bij koning Albert II. Foto Reuters / Thierry Roge

Johan Vande Lanotte, de Koninklijke bemiddelaar bij de Belgische kabinetsformatie, heeft vanmiddag voor de tweede keer - en dit keer met succes - zijn ontslag aangeboden bij koning Albert II. “Er was geen reëel perspectief op vooruitgang.”

Vande Lanotte zat de hele dag samen met de voorzitters van de vier Vlaamse partijen (N-VA, CD&V, SP.A en Groen!) om een uitweg te zoeken uit de impasse tussen de Vlamingen en de Walen. Gisteren sprak hij al met de Waalse partijen PS, CDH en Ecolo. Maar die ultieme poging, met betrekking tot de gezondheidszorg, is dus mislukt.

Formatie duurt nu al 227 dagen
Het was de tweede keer in drie weken tijd dat Vande Lanotte zijn ontslag bij de koning indiende. Op 6 januari gooide hij de handdoek voor de eerste keer in de ring, sinds hij op 21 oktober 2010 was aangesteld tot Koninklijk bemiddelaar. Albert II aanvaardde dat ontslag toen niet. Hij wilde dat Vande Lanotte doorging met de steun van vertegenwoordigers van de grootste partijen Elio Di Rupo (PS) en Bart De Wever (N-VA). Afgelopen weekend demonstreerden de Belgen nog massaal tegen de trage regeringsvorming.

Kantelmoment
De onderhandelingen tussen de Vlaamse en Franstalige partijen over een beleidsnota voor de zesde grote staatshervorming van België liepen eerder vast, omdat de Vlaamse partijen N-VA en CD&V een aantal wezenlijke aanpassingen van de nota eisten. De hervorming heeft als kern het overdragen van meer verantwoordelijkheden aan de deelstaten Vlaanderen en Wallonië.

Vande Lanotte vandaag tijdens zijn persconferentie naar aanleiding van zijn ontslag: “Ik zag geen uitweg meer uit de impasse. De dag dat N-VA en CD&V mijn nota verworpen was daarbij een kantelmoment.” De bemiddelaar bendadrukte volgens De Standaard met klem dat dit volgens zijn overtuiging het keerpunt was. Vande Lanotte was bijna honderd dagen in functie.

Omdat een brede hervorming niet meer tot de mogelijkheden behoort, hoopten de CD&V en de N-VA dat de deelstaten op kleinere schaal meer bevoegdheden konden krijgen. Een van de beleidsdomeinen waarop de twee partijen meer verantwoordelijkheden bij de deelstaten wilden neerleggen was de gezondheidszorg. Dit voorstel stuit echter op bezwaren bij de Franstalige partijen.