Wikken en wegen over een nieuwe missie naar Afghanistan

De kans dat het kabinet een Kamermeerderheid krijgt achter het plan om militairen en politietrainers naar het Afghaanse Kunduz te sturen, is gisteren afgenomen. Na een lange hoorzitting, met 28 binnen- en buitenlandse experts, uitten GroenLinks, ChristenUnie en D66 twijfels. Zij vrezen dat de missie een te militair karakter krijgt. Donderdag bepaalt de Kamer een definitief standpunt. Overwegingen bij de voorgestelde uitzending.

Veilgheid: ook Kunduz is gevaarlijk

„Kunduz is verschoond van Talibaan”, zei de Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken, generaal Bismillah Khan Mohammadi, gisteren op de hoorzitting over de voorgestelde missie naar Kunduz. De provincie mag geen Uruzgan zijn, helemaal veilig is ze niet. Peter van Uhm, de hoogste Nederlandse generaal, wees de Kamer er vrijdag op dat ook in Noord-Afghanistan sprake is van geweld.

De veiligheid van een Nederlandse missie is één van de grootste zorgen van de Kamer. Groot is de angst dat manschappen die komen opleiden, toch in gevecht raken. De Afghaanse minister gaf de garantie dat Nederlandse militairen niet worden ingezet voor offensieve, militaire acties. Het kabinet acht de kans dat trainers en begeleiders bij zware gevechten betrokken raken „uiterst beperkt”.

Bepaalde delen van de provincie Kunduz zijn wat gevaarlijker dan andere. Waar het gevaar groter is, komen geen agenten van de Europese politiemissie Eupol, maar militairen, zei Markus Ritter, hoofd van het Duitse politieprojectteam in Kunduz.

Het is de bedoeling van het Nederlandse kabinet dat er straks ook marechaussees en andere militairen naar Kunduz gaan. Die komen in zes Police Operational Mentoring and Liaison Teams (POMLT), onder gezag van de NAVO. Voor hun beveiliging zijn ze aangewezen op de Duitsers.

Gaan de Duitsers de Nederlandse militairen wel helpen als dat nodig is, wilde de Kamer weten. De Duitse generaal Hans-Werner Fritz gaf die garantie.

Voor Nederlandse politiemensen die de EU als trainer inzet, geldt dat zij volgens het kabinet „in principe” afgeschermd in kampen zitten. Ze lopen alleen enig risico als zij van kamp wisselen. Han Busker, voorzitter van politiebond NPB, pleitte ervoor dat de agenten uitsluitend op beveiligde locaties werken. Zijn bond steunt de missie.

Kosten: 468 miljoen, maar niet uit hulpgeld

De kosten van uitzending van een gecombineerde militaire en politiemissie naar Afghanistan worden in de jaren tot 2014 geraamd op 468 miljoen euro. Onduidelijk is vooralsnog uit welke begroting dit geld komt.

GroenLinks, D66 en ChristenUnie, cruciaal voor een meerderheidsbesluit door het kabinet, willen geen van drieën dat de missie gefinancierd wordt met geld voor ontwikkelingshulp.

Dit zal nauwelijks het geval zijn, blijkt uit de antwoorden van het kabinet op vragen uit de Tweede Kamer. Van de 468 miljoen wordt 38 miljoen euro toegerekend aan de begroting voor ontwikkelingssamenwerking. Het betreft uitgaven die puur met hulpactiviteiten te maken hebben.

Ook de begroting van Defensie wordt niet direct aangesproken. De missie wordt voornamelijk betaald uit zogeheten HGIS-middelen. Dit staat voor Homogene Groep Internationale Samenwerking. In dit fonds wordt jaarlijks geld gereserveerd voor internationale activiteiten als vredesmissies.

De Defensiebegroting kent standaard een post voor uitzending van militairen in missies naar het buitenland. Een deel van de kosten beschouwt Defensie dan ook als „reguliere bedrijfsvoeringskosten”. Extra kosten, bijvoorbeeld voor transport, toelagen en vergoedingen, brandstof, munitie en extra onderhoud, worden wel ten laste gebracht van het HGIS-fonds.

Het voorstel voor de missie behelst ook de aanstelling van vijf justitiële experts in Kunduz. Zij zullen zich vooral bezighouden met de opbouw van de rechtsstaat. Deze deskundigen worden betaald uit het daarvoor bestemde stabiliteitsfonds van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Civiel of militair? GroenLinks en D66, die het kabinet vorig jaar uitnodigden opnieuw in Afghanistan actief te worden, willen dat de Nederlanders politieagenten opleiden, geen militairen. Het verschil is in Afghanistan niet altijd duidelijk. Toch moeten agenten en soldaten niet met elkaar verward worden, vinden vooral GroenLinks en ChristenUnie.

In feite zijn Afghaanse agenten paramilitairen, inzetbaar tegen Talibaan en tegen drugshandelaren en smokkelaars. Dat bevestigde generaal Ghulam Mujtaba Patang, verantwoordelijk voor de training van Afghaanse agenten. Volgens hem strijden ze voor de „rechten van de Afghanen” en tegen „misdaad, corruptie en terrorisme” – en daarmee tegen „Talibaan en Al-Qaeda”.

De politie verricht dus taken van militairen. Minister van Binnenlandse Zaken Mohammadi was daarover open. „Schouder aan schouder trekken wij ten strijde tegen de dreiging. Wij hebben soms geen keuze”, zei hij. Volgens het kabinet zal Nederland consistent pleiten voor strikte scheiding van militaire en civiele taken.

Wederopbouw: missie is daarvoor niet voldoende

Dit is de redenering: opleiden van politie versterkt de rechtsstaat en daarmee draagt Nederland bij aan de wederopbouw van Afghanistan. „In Uruzgan heeft Nederland geleerd dat ontwikkeling van de rechtsstaat essentieel is voor het vertrouwen van de bevolking in de overheid”, schrijft het kabinet. Afghaanse hulporganisaties onderschreven dit gisteren op de hoorzitting.

Nederlandse hulporganisaties die in Afghanistan actief zijn, zien het heel anders. Willem van der Put, directeur van Healthnet TPO: „Voordat je effectief politie kunt opleiden, moet er veel meer gebeuren aan wederopbouw. Je moet op kleine schaal veranderingen aanbrengen in de dorpen, zonder militairen. We moeten stoppen met de gewapende aanpak. Je voedt anders de weerstand tegen je aanwezigheid.” En dat leidt weer tot geweld.

René Grotenhuis, directeur van Cordaid, laakte het gebrek aan een langetermijnstrategie in Afghanistan. „De politiemissie heeft pas zin als de internationale gemeenschap tot een politieke oplossing komt.” Het is anders niet zinnig in politie te investeren. „Dan wordt de politie een paramilitaire groep die de Talibaan in de dorpen in de gaten moet houden.”

De Afghaanse organisaties benadrukken dat de politie juist meer legitimiteit krijgt als ze door ervaren, Nederlandse trainers wordt opgeleid. Het streven het aandeel van vrouwen binnen de politie naar 20 procent te brengen, is ook goed voor de vrouwenemancipatie in Afghanistan, zei Sima Samar, hoofd van de Afghan Independent Human Rights Commission. „U helpt onze veiligheid, en daarmee ook de veiligheid in de wereld. De klus is nog niet klaar, dus maak dit af.”

Aanzien: Nederland doet mee

In het voorstel van het kabinet wordt er met geen woord over gerept, maar defensiedeskundige Rob de Wijk zei het gisteren tijdens de hoorzitting in Den Haag onomwonden: de politietrainingsmissie kan ertoe bijdragen dat Nederland zich „opnieuw op de kaart” zet.

Na het vertrek van de Nederlandse troepen uit Uruzgan, afgelopen zomer, is Nederland het enige NAVO-land dat niet meer militair meedoet in Afghanistan. De afgelopen jaren bleek dat de prominente rol van Nederland als leidende troepenmacht in Uruzgan internationaal aanzien bracht. Zoals de uitgelekte ambtsberichten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag bevestigden, lag er een directe koppeling tussen de Nederlandse ambities om bij de G20 aan tafel te zitten en de inspanningen in Uruzgan.

In het voorstel van het kabinet krijgt Nederland toch weer een NAVO-rol in Afghanistan. Onderdeel van de missie zijn ook zeventig Nederlandse militairen voor diverse staven. Daarmee „draagt Nederland bij aan het ontwikkelen en opstellen van richtlijnen voor ISAF en [de politietraining] NTM-A”, schrijft het kabinet.

Door een nieuwe missie naar Afghanistan kan Nederland, zo verwacht het kabinet, een „effectievere bijdrage” leveren aan de internationale „beleidsdiscussie” over de opbouw van politie en justitie in Afghanistan en „meer invloed uitoefenen” op besluiten.