Wat ik wel/niet zeg tegen de werkster

De dienstbode verdween en maakte plaats voor de werkster. Maar in de tussentijd zijn we de vanzelfsprekende omgang met huispersoneel verleerd. We maken schoon en ruimen op voordat de werkster komt.

Iedereen wil de Volendamse werkster, die van huis uit precies weet hoe je schoonmaakt. Haar huis is ook zo schoon. Zo’n vrouw die je eigenlijk moet remmen, dat je moet zeggen: Nou Lies, dat hoeft allemaal niet hoor. Kom, we drinken even koffie. (...) Maar ja, die vind je niet. (Vrouw, 46 jaar, alleenwonend, geen kinderen)

Sommige werkgevers zijn zo van: vandaag kun je de ramen wassen. Ik kan dan juist denken: de ramen kunnen nog wachten, de radiator is juist vies. (...) Dan zegt zij: nee, doe de ramen maar vandaag en de andere dingen later. Na een maand is de radiator zo vies dat het een dag kost deze schoon te krijgen. Ik kijk altijd: wat kan wachten en wat moet echt vandaag gebeuren. (Vrouw, 42 jaar, Litouwen)

De relatie tussen de werkster en de persoon die haar inhuurt om het huis schoon te maken, is vaak ongemakkelijk. Terwijl diezelfde werkgever geen enkele moeite heeft met de serveerster of met de loodgieter. In haar onderzoek Gewoon Schoonmaken, de troebele arbeidsrelaties in betaald huishoudelijk werk, beschrijft Sjoukje Botman waarom dat zo is. Ze promoveert vandaag aan de Universiteit van Amsterdam.

De werkster doet het werk waar de werkgever geen zin in en vaak ook geen tijd voor heeft. Het werk heeft een lage status en het is fysiek zwaar. Huishoudelijk betaald werk wordt gekenmerkt door dienstbaarheid en ongelijkheid. Maar het is vooral de werkgever die daar moeite mee heeft.

De meeste werkgevers hebben geen zakelijke arbeidsrelatie met hun werkster. „Ze vermijden werkgeverschap”, zegt Sjoukje Botman, die 21 werksters en 19 werkgevers uit Amsterdam interviewde. „Werkgevers maken meestal geen heldere afspraken over wat er schoongemaakt moet worden en hoe. Als ze ontevreden zijn, zeggen ze het niet. Als ze zo ontevreden zijn dat ze van de werkster afwillen, verzinnen ze een smoesje. Ze zeggen dat ze het zelf gaan doen.”

Werkgevers zijn vaak autochtone, hoger opgeleide tweeverdieners, al dan niet met kinderen. De werksters zijn meestal laag opgeleid, ze klussen zwart bij naast een uitkering of inkomen. De laatste jaren zijn het steeds vaker illegalen die van het loon moeten leven en sparen voor een beter leven in hun land van herkomst.

De werkverhouding tussen werkster en werkgever ís ook bijzonder. In tegenstelling tot de serveerster of de loodgieter werkt de werkster in het privé-domein van de werkgever: het eigen huis. In de privésfeer willen werkgevers graag enige afstand bewaren, maar dat is lastig. De huishoudelijke hulp zit in het wasgoed, in kasten, haalt bedden af, sopt de wc en de douche. Intiemer kan bijna niet.

We zijn de omgang met huispersoneel verleerd, zegt Botman. Begin vorige eeuw deden dienstboden hetzelfde werk, maar standverschillen waren zo geaccepteerd dat niemand er problemen mee had. Na de Tweede Wereldoorlog verdween het uitbesteden van betaald huishoudelijk werk. Huisvrouwen ontleenden eigenwaarde aan een goedlopend huishouden. Ze deden het werk zelf. Pas in de laatste decennia van de vorige eeuw kwam de werkster terug. Vrouwen gingen werken en kregen minder tijd. Maar dat is niet de enige reden, zegt Botman. „Status en lifestyle spelen ook een rol.”

De vanzelfsprekende omgang met huispersoneel kwam niet zo makkelijk terug als de werkster zelf. En dus gaan mensen de wc schoonmaken voordat de werkster komt. En driftig het huis opruimen. Of niet. Maar dan komt de irritatie naderhand, als de spullen onvindbaar zijn. Of als ze zelf de fotolijstjes weer recht moeten zetten. Irritaties worden meestal niet uitgesproken, zegt Botman. „‘Ik ben al blij dat ze komt’, zeggen ze dan. En: ‘Ik laat het helemaal aan haar over.’ Waarmee ze ook willen uitstralen dat ze zo lekker makkelijk zijn.”

Werkgevers voelen zich ongemakkelijk als ze achter de computer zitten terwijl iemand anders het huis schoonmaakt. Ze zorgen liever dat ze weg zijn. Sommige werksters zien de werkgever nooit. Botman: „Maar je kunt best een gesprekje aanknopen. Vraag eens waarom jouw werkster uit Indonesië of Colombia hier staat te poetsen.”

De werkgevers die hun werkster serieus nemen, heldere afspraken maken en haar goed betalen, ook vakantiegeld en reiskosten, voelen zich het minst ongemakkelijk. „Als je goed betaalt, kun je ook zeggen hoe je het wil hebben.”

Schoonmaken is zwaar werk, zegt Botman, die in haar studententijd huizen poetste als bijverdienste. „Soms vragen werkgevers echt te veel. Als je het zelf nooit meer doet, of alleen tussendoor met zo’n nat doekje uit een pakje rondveegt, is het lastig te weten wat je in drie uur kunt doen.” Haar viel het arbeidsethos en de routine van de werksters op. „Ze hebben voldoening als ze het huis schoon en fris achterlaten.”

Sheila Kamerman