Utascha is goed, maar niet te koop

Nederlandse springpaarden behoren tot de wereldtop en zijn populair onder handelaren. Met een fonds probeert de hippische sport het talent in Nederland te houden.

Utascha SFN had normaal gesproken al in een buitenlandse stal gestaan. Dat weet springruiter Eric van der Vleuten zeker. Regelmatig informeert ‘de handel’ naar zijn talentvolle paard. „En dan kan ik zeggen dat Utascha niet te koop is”, zegt Van der Vleuten, die zondag bij Jumping Amsterdam met de negenjarige merrie bij de Grote Prijs verrassend als tweede eindigde.

Van der Vleuten was zijn vorige toppaard, Tomboy, kwijtgeraakt aan Athina Onassis, kleindochter van de Griekse scheepsmagnaat Onassis. Sportief een aderlating, financieel bepaald niet.

Zijn nieuwste paard Utascha SFN is niet te koop, hoeveel er ook wordt geboden. Want de merrie is een ‘fondspaard’, eigendom van het Springpaarden Fonds Nederland waaraan het dier de afkorting in de naam dankt.

Het fonds is opgezet om paarden van wereldklasse te behouden voor Nederlandse ruiters, vertelt bedenker en hippisch journalist Jacob Melissen. Nederlandse paarden behoren tot de wereldtop, maar worden vaak bereden door buitenlandse ruiters die er met prijzen vandoor gaan. Talentvolle Nederlandse paarden zijn populair en eigenaren krijgen er soms miljoenen voor geboden. Vorig jaar werden bijvoorbeeld Tomboy van Van der Vleuten en Okidoki van Albert Zoer weggekocht. De bondscoach van de Nederlandse springruiters, Rob Ehrens, is enthousiast over het fonds. De verkoop van de toppaarden verzwakte zijn team aanzienlijk. „Deze paarden kunnen nu niet meer vlak voor een groot toernooi worden verkocht.”

Utascha presteerde afgelopen jaar al onverwacht goed tijdens de prestigieuze Nations Cup. Mede dankzij een groot aantal foutloze rondjes van het jonge paard wist de Nederlandse equipe zich te handhaven in de belangrijkste landencompetitie. En ook bij Jumping Amsterdam deed de merrie het goed. „Ik weet nu dat ik nog een paar jaar op Utascha kan blijven rijden en ergens naartoe kan werken”, vertelde Van der Vleuten in de RAI. „Het is voor het eerst dat ik die zekerheid heb.”

Een andere ruiter met een fondspaard op Jumping Amsterdam was Ben Schröder. Hij heeft Floreen SFN in bruikleen, een jonger paard dan Utascha. Ook Schröder weet hoe het is om een paard kwijt te raken. Hij zegt dat de verkoop van paarden inherent is aan de sport, zo blijven de Nederlandse stallen draaien. Maar toch. Zijn internationale carrière kreeg een flinke knauw toen Rubert R. onder zijn zadel vandaan werd gekocht. Met Floreen wil hij weer de top halen. „Met dit paard hoop ik over een paar jaar grote landenwedstrijden te kunnen rijden”, zegt Schröder.

Het springpaardenfonds begon in 2006 met een startkapitaal van 3 miljoen euro, geholpen door zakenbank Van Lanschot. Het bedrag werd bijeengebracht door vermogende paardenliefhebbers, die zich inkochten via certificaten van tien-, vijfentwintig- of honderdduizend euro. Het fonds is nu eigenaar van zes paarden. De vijf paardenscouts van het fonds, ervaren handelaren en oud-ruiters die door Melissen werden benaderd, richten zich op veelbelovende jonge paarden van zo’n vijf jaar. Dieren die al snel honderd- tot tweehonderdduizend euro kosten. Eenmaal gekocht wordt een paard bij een Nederlandse ruiter gestald, die het opleidt en er na enkele jaren de wereldtop mee hoopt te bereiken.

De winstpremies die de SFN-paarden bij wedstrijden verdienen, komen voor de helft ten goede aan het fonds. Bij de verkoop van een paard gaat 25 procent van de opbrengst naar de oorspronkelijke eigenaar, die ook een van de vijf handelaren kan zijn. Driekwart van de verkoopprijs wordt weer in het fonds gestort.

Melissen stelt dat de sportieve kant van het fonds belangrijker is dan het financiële rendement. „Dat stond ook in de prospectus.” Het belangrijkste doel is springpaarden van het hoogste niveau langer in Nederland houden, aldus Melissen.

Het fonds loopt tot 2018. Dan moeten alle paarden zijn verkocht en zien de certificaathouders of hun investering geld heeft opgeleverd. Tussentijds worden er wel paarden verhandeld. Zo werden twee fondspaarden van de hand gedaan omdat zij de verwachtingen niet waarmaakten. Melissen: „Als we in 2012 of 2013 met het fonds substantieel bijdragen aan de prestaties van Nederlandse springruiters, dan is het geslaagd.”