Taart van toevallige elementen

Sommige dingen ontstaan uit toeval, of uit een verbinding tussen toevallige elementen. Als dat tot een vondst leidt wordt gesproken van ‘serendipiteit’. Ik zag het ergens frivool gedefinieerd als „op zoek gaan naar een naald in een hooiberg en er met een leuke boerenmeid weer uit rollen”. Meestal wordt het gebruikt bij een ongezochte wetenschappelijke vondst, waarbij de onderzoeker dan toch ook wel enige schranderheid aan de dag moet leggen om de verschillende elementen te combineren. Denk aan Archimedes die het badwater zag stijgen toen hij erin stapte. Menigeen moet ook toen al in bad gestapt zijn zonder enig begrip voor wat dan ook te krijgen. Het is vaak ongelooflijk wat mensen kunnen bedenken en kunnen combineren tot iets nieuws.

Nu ja, ik wilde alleen maar iets vertellen over een combinatie die tot een taart leidde.

Het ging zo: in de gang staan al een poos lang appelen, moesappelen, van een bevriende boom (nu ja, niet de boom maar de eigenaren). Die appelen moeten tot moes verwerkt worden, want ze worden zacht. Dat is één.

Een collega was op reis geweest naar Sri Lanka. Hij schreef over de ongelooflijke vanillestokjes die hij daar had gezien en stuurde er ook twee op. Heerlijke, kleverige, geurige vanillepeulen waren het. Er werken echt leuke mensen bij deze krant hoor. Dat is twee.

En dan was er ook een recept dat ik al jaren geleden van een vriendin had gekregen, voor perentaart met bessengelei. Dat is drie.

Nu en zo kreeg de serendipiteit een kans: het werd een appelcustard met vanille. De taart is niet ingewikkeld (en kan dus ook met peren gemaakt worden). Hij moet goed afkoelen voor hij aangesneden wordt.

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Schil de appelen. Ontdoe ze van de klokhuizen en snijd ze in vieren. Bak ze in de boter met drie eetlepels suiker tot ze lichtbruin zijn geworden.

Bekleed een springvorm met een doorsnede van 24 cm met bakpapier (het bakpapier eerst verfrommelen, dan gaat het makkelijker). Leg de appelen in de vorm.

Doe de slagroom met de eieren, de rest van de suiker, de bloem, de nootmuskaat en het merg van een vanillestokje (stokje in de lengte halveren en het merg eruit schrapen) in een kom en klop dat door elkaar. Giet het over de appelen.

Zet de taart in de oven en bak hem ongeveer drie kwartier of tot een scherp mes er schoon weer uit komt.

Maak de saus door de rosé met de suiker, de citroenschil en het kaneelstokje te verwarmen. Laat ongeveer een kwartier trekken. Schep de gelei in de warme rosé en roer tot die is opgelost. Maak de maïzena aan met een beetje water of met wat van de (ietsje afgekoelde) rosé en roer dat door elkaar. Giet bij de saus en roer tot die gebonden is (dat duurt een paar minuten). Laat de saus afkoelen en dien hem op met de eveneens afgekoelde taart.