Stijgende inflatie nieuwe uitdaging obligatiemarkt

Hoop op een oplossing voor de eurocrisis zorgt voor een betere stemming op de Europese obligatiemarkt. Die komt niets te vroeg.

Ontdooit de Europese kapitaalmarkt? Die kwestie zinderde vanmorgen op de beurzen. De stemming rond de eurocrisis is omgeslagen van hel en verdoemenis naar een voorzichtig optimisme, nu beleggers verwachten dat de Europese top van regeringsleiders in maart harde resultaten oplevert over het ontwerp, de werkzaamheden en de toekomst van het Europese Financiële Stabiliteitsfonds. Vanmorgen lanceerde dat EFSF, dat put uit 440 miljard euro aan garanties van de eurolanden, voor het eerst een eigen obligatielening van 5 miljard euro en de belangstelling was overweldigend.

Mocht het inderdaad zo ver komen dat aangesloten probleemlanden tegen een relatief lage rente geld aantrekken uit dit fonds, en daarmee hun eigen hoogrentende (en dus zeer goedkope) staatsobligaties terugkopen, dan staat de eurocrisis er plots heel anders voor. Griekenland, Portugal en Ierland zouden dikke winst kunnen maken. Beleggers doen dat natuurlijk liever zelf en zouden door hun aankopen de effectieve rentes van de zwakke eurolanden naar beneden sturen. Ook dan wint de eurozone.

Zo ver is het nog niet: eerst moet de bijeenkomst in maart werkelijk duidelijkheid bieden. Met name Duitsland kan misschien wel bereid zijn om zijn zwakke europartners uit de problemen te helpen als zij alleen worden geplaagd door een liquiditeitsprobleem, zoals Spanje. Maar geldt dat ook voor lidstaten met een mogelijk solvabiliteitsprobleem, zoals Griekenland en Ierland? Nog steeds bestaat de mogelijkheid dat deze landen hun schulden moeten herstructureren, en dat beperkt de reacties op de financiële markten.

Maar hoe dan ook: het gaat voorlopig wat beter. Zelfs de euro bereikte vanmorgen op ruim 1,36 dollar per euro de hoogste koers in twee maanden. Twee grote Spaanse bedrijven, Iberdrola en Telefónica, brachten gisteren met succes obligatieleningen uit. Dat kenmerkt de verbeterde stemming op de markt.

Het zou tijd worden, want de markt is ook hard toe aan een overweging die haar in normale tijden volledig beheerst maar door alle perikelen op de achtergrond is geraakt. En dat is het monetaire klimaat waarin zij zich begeeft. Eerder deze maand werd bekend dat de inflatie in de eurozone is opgeklommen naar gemiddeld 2,2 procent in de maand december. Dat is nog niet alarmerend, vooral omdat de inflatie werd gedreven door grondstoffenprijzen, maar het is wél boven de ‘tegen de 2 procent’-inflatie die de Europese Centrale Bank nastreeft. In het Verenigd Koninkrijk is de inflatie inmiddels gestegen tot 3,7 procent. En ook in de Verenigde Staten stijgt de inflatie, zij het op een veel lager niveau.

Het herinnert beleggers aan twee zaken: als een economische herstel inderdaad doorzet, dan is de deflatoire omgeving van de afgelopen jaren straks verleden tijd. En: het buitengewoon soepele monetaire beleid van de centrale banken kan dan niet zo heel lang meer worden volgehouden. Vrijwel overal in het Westen zijn de officiële rentes nog steeds nul of iets daarboven. Dat betekent dat de reële rente (de rente minus de inflatie) overal negatief is. In reële termen beschikt de financiële sector niet alleen over gratis geld, hij krijgt het zelfs toe. Die situatie is eindig. En de markt kan maar beter snel herstellen voordat deze nieuwe uitdaging komt.