Steun voor missie is er niet groter op geworden

De kans dat het kabinet Rutte kan rekenen op een Kamermeerderheid voor het voorstel een gecombineerde politietrainingsmissie naar het noorden van Afghanistan te sturen, is gisteren verder afgenomen.

Na afloop van een bijna acht uur durende hoorzitting met in totaal 28 deskundigen uit binnen- en buitenland uitten de fracties van GroenLinks, ChristenUnie en in mindere mate D66 grote twijfels. Deze partijen zijn aanstaande donderdag bij het slotdebat bepalend voor een meerderheid. De minderheidscoalitie van VVD en CDA kan niet rekenen op de steun van gedoogpartner PVV.

GroenLinks, ChristenUnie en D66 vrezen dat de missie ondanks de ontkenning van het kabinet toch een te militair karakter zal krijgen. Regeringsvertegenwoordigers uit Afghanistan wilden gisteren tijdens de hoorzitting niet uitsluiten dat door Nederland opgeleide agenten worden ingezet in de strijd tegen de Talibaan.

GroenLinks en D66 dienden in het voorjaar een motie in die de aanzet vormde voor de nu voorgestelde missie. Daarin vroegen ze om het opleiden van agenten voor civiele taken.

Fractieleider Jolande Sap van GroenLinks zei dat na de hoorzitting haar zorgen waren toegenomen. Dit betekent volgens haar dat de kans dat het zwaar verdeelde GroenLinks zal instemmen met de missie kleiner is geworden.

Zorgen over veilgheid trainers en militairen

„Kunduz is verschoond van Talibaan”, zei de minister van Binnenlandse Zaken generaal Bismillah Khan Mohammadi gisteren tijdens de hoorzitting over de voorgestelde missie naar Kunduz. Of hij daarmee doelde op de stad, het district, of de provincie (alle drie heten Kunduz), werd niet duidelijk. Er valt wel iets op af te dingen. Kunduz is geen Uruzgan, maar dat maakt de provincie zeker niet helemaal veilig. Van al het geweld in Afghanistan vindt 4 procent plaats in het noorden en daarvan is een derde in Kunduz, zei generaal Van Umh afgelopen vrijdag in een andere briefing voor de Kamer.

De veiligheid is één van de grootste punten van zorg in de Tweede Kamer. Groot is de angst dat militairen die komen om op te leiden straks volop zijn betrokken in gevechten.

Vanuit verschillende kanten, waaronder die van de Afghaanse minister, werd de garantie gegeven dat Nederlandse militairen niet worden ingezet voor offensieve, militaire acties. Het kabinet schrijft daarover in antwoorden op vragen van Kamerleden: „De kans dat de Nederlandse trainers en begeleiders bij zware gevechten betrokken raken is daarom uiterst beperkt.”

De provincie Kunduz kent een aantal wat gevaarlijkere gebieden. Deze worden daarom niet door politieagenten (EUPOL) maar door militairen bezocht. zei Markus Ritter, hoofd van de German Police Project Team (GPPT) in Kunduz. Deze teams, ook wel politiementor-teams genoemd (POMLT), worden gevuld met Nederlandse marechaussees en andere militairen. Voor hun beveiliging zijn ze aangewezen op de Duitsers. Jean Debie van de vakbond VBM/NOV zei dat dit alleen werkt als Nederlanders en Duitsers heel goed op de hoogte zijn van elkaars procedures om bijvoorbeeld luchtsteun aan te vragen.

Gaan de Duitsers de Nederlandse militairen wel helpen als dat nodig is, vroeg de Kamer aan de Duitse generaal Hans-Werner Fritz. Die gaf deze garantie. „Wij zullen anderen beschermen, net zoals anderen binnen de NAVO ons beschermen. Dit is een gedeelde NAVO-missie, die niet alleen door Nederland en Duitsland wordt gedragen.”

Voor de Nederlandse politieagenten die als trainer worden ingezet namens de EU, geldt dat zij volgens het kabinet „in principe” alleen buiten de poort optreden als zij zich van het ene kamp naar het andere verplaatsen. „Wij willen niet dat er uitsluitend op beveiligde locaties wordt gewerkt door de agenten”, zei Han Busker, voorzitter van Nederlandse Politiebond NPB, die het voorstel van de missie wel steunde.

Leidt Nederland op tot politieagenten of soldaten?

Civiel of militair? GroenLinks en D66 die vorig jaar het kabinet in een motie uitnodigden opnieuw in Afghanistan actief te worden, willen dat de Nederlanders poli tieagenten gaan opleiden en geen militairen. Maar het verschil tussen deze twee groepen is in een land als Afghanistan niet altijd even duidelijk. Maar toch moeten agenten en soldaten niet met elkaar verward worden vinden beide partijen. In de praktijk zijn de Afghaanse agenten een soort paramilitairen, die niet zelden worden ingezet in de strijd tegen de Talibaan of drugs- en smokkelbendes. Dat werd tijdens de hoorzitting bevestigd door generaal Ghulam Mujtaba Patang, commandant van de nationale politietraining in Afghanistan. Die zei dat de getrainde agenten weliswaar worden ingezet voor „rechten van de Afghanen”, maar ook in de „strijd tegen misdaad, corruptie en terrorisme zoals de Talibaan en Al-Qaeda”. De politie verricht dus taken van militairen. De Afghaanse minister van Binnenlandse Zaken Mohammadi was daarover tijdens de hoorzitting van gisteren heel open: „Schouder aan schouder trekken wij ten strijde tegen de dreiging. Wij hebben soms geen keuze”, zei hij.

Het kabinet schrijft aan de Kamer dat Nederland consistent zal blijven pleiten voor het strikt scheiden van militaire en civiele taken.

Politietraining helpt de rechtsstaat

Het opleiden van de politie versterkt de rechtsstaat, en daarmee levert Nederland een bijdrage aan de wederopbouw van Afghanistan, is een redenering. „In Uruzgan heeft Nederland geleerd dat ontwikkeling van de rechtsstaat essentieel is voor het vertrouwen van de bevolking in de overheid”, schrijft het Kabinet.

Opvallend was dat de aanwezige Afghaanse hulporganisaties dit onderschreven, maar dat de Nederlandse directeurs van in Afghanistan actieve hulporganisaties dat heel anders zagen. Willem van der Put, Directeur Healthnet TPO: „Voordat je effectief politie kunt opleiden, moet er eerst nog veel meer gebeuren aan wederopbouw. Je moet op kleine schaal verandering aanbrengen in de dorpen zonder militairen. We moeten stoppen met de gewapende aanpak. Je voedt daarmee de weerstand tegen je aanwezigheid, met een geweldsspiraal tot gevolg.”

René Grotenhuis, directeur van Cordaid, laakte het gebrek aan een langetermijnstrategie in Afghanistan. „De politiemissie heeft pas zin als de internationale gemeenschap tot een politieke oplossing komt.” Het is volgens hem niet zinnig om in de politie te investeren als er geen degelijke ‘exitstrategie’ is. „Anders wordt de politie een paramilitaire groep die de Talibaan in de dorpen in de gaten moet houden.”

De Afghaanse organisaties benadrukten juist dat de politie meer legitimiteit krijgt als ze door ervaren, Nederlandse trainers worden opgeleid. Het streven van de Afghanen om in de toekomst het aandeel vrouwen in de politie naar twintig procent te brengen, is ook goed voor de vrouwenemancipatie in Afghanistan, zei Sima Samar, hoofd van de Afghan Independent Human Rights Commission. Ze voegde daaraan toe: „U helpt onze veiligheid, en daarmee ook de veiligheid in de wereld. De klus is nog niet klaar, dus maak dit af.”

Goed voor het aanzien en de invloed van Nederland

In het voorstel van het kabinet wordt er met geen woord over gerept, maar defensiedeskundige Rob de Wijk zei het gisteren tijdens de hoorzitting onomwonden: de voorgestelde politietrainingsmissie kan „bijdragen aan het opnieuw op de kaart zetten van Nederland”.

Na het vertrek van de Nederlandse troepen uit Uruzgan, afgelopen zomer, is Nederland het enige NAVO-land dat niet meer militair meedoet in Afghanistan. De afgelopen jaren bleek dat de prominente rol van Nederland als leidende troepenmacht in Uruzgan voor aanzien elders in de wereld zorgde. Zoals de uitgelekte ambtsberichten van de Amerikaanse ambassade in Den Haag bevestigden, lag er een directe koppeling tussen de Nederlandse ambities om bij de G20 aan tafel te zitten en de inspanningen in Uruzgan.

Het voorstel van het kabinet geeft Nederland toch wel een NAVO-rol in Afghanistan. Los van de trainers en de beschermers wil het kabinet ook 70 Nederlandse militairen in de diverse staven plaatsen. „Op deze wijze draagt Nederland bij aan het ontwikkelen en opstellen van richtlijnen voor ISAF en NTM-A (de politietraining, red.)”, schrijft het kabinet.

Voorts denkt het kabinet met de nieuwe missie ook meer betrokken te kunnen worden bij beleidsdiscussies over de strategie in Afghanistan. Gevraagd door de Kamer in de schriftelijke voorbereiding op het debat wat hiermee wordt bedoeld, schrijft het kabinet: „Het gaat om beleidsdiscussies over de strategie en hervormingen van de Afghaanse overheid ten aanzien van politieopbouw en ontwikkeling van het justitiële apparaat.”

Door mee te doen aan de missie kan Nederland een „effectievere bijdrage” leveren aan discussies en „meer invloed uitoefenen” op besluiten die worden genomen, aldus het kabinet.

Missie wordt nauwelijks betaald uit hulpgelden

De kosten van de voorgestelde missie worden geraamd op in totaal 468 miljoen euro tot en met 2014. Onduidelijkheid was uit welke begroting dit geld komt.

De partijen die bepalend zijn voor een meerderheid voor het kabinetsbesluit, GroenLinks, D66 en ChristenUnie, wilden geen van allen dat de missie gefinancierd zou worden met geld uit het fonds voor ontwikkelingshulp.

Dit is ook nauwelijks het geval, zo blijkt uit de antwoorden op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer. Van het totale bedrag van 468 miljoen wordt 38 miljoen toegerekend aan de begroting voor ontwikkelingssamenwerking. Het gaat hier om de uitgaven die puur met hulpactiviteiten te maken hebben.

Ook de begroting van Defensie wordt niet direct aangesproken. De missie wordt voornamelijk betaald uit zogeheten HGIS-middelen. Dit staat voor Homogene Groep Internationale Samenwerking. In dit fonds wordt jaarlijks geld gereserveerd voor internationale activiteiten zoals vredesmissies.

Op de Defensiebegroting wordt jaarlijks geld vrijgemaakt voor het uitzenden van militairen in missies naar het buitenland. Een deel van de kosten wordt door Defensie dan ook beschouwd als „reguliere bedrijfsvoeringskosten”. Extra kosten zoals transport, toelagen en vergoedingen, brandstof, munitie en extra onderhoud worden wel weer ten laste gebracht van het zogeheten HGIS-fonds.

In het voorstel is ook de aanstelling van vijf justitiële experts in Kunduz opgenomen. Zij gaan zich voornamelijk bezighouden met de opbouw van de rechtsstaat.

Deze mensen worden betaald uit het daarvoor bestemde stabiliteitsfonds van het ministerie van Buitenlandse Zaken.