Rotterdam heeft geen krant meer

In ruim veertig jaar is het Rotterdamse medialandschap radicaal uitgedund. Kranten verdwenen, nieuwe titels haalden het niet. „Politici kunnen hier hun gang gaan.”

Nog twee jaar en dan zegt hij zijn abonnement op. „Het blijft een aardige krant, maar de Nieuwe Rotterdamsche Courant die straks in Amsterdam wordt gemaakt, dat wil ik niet meemaken.” Schrijver en historicus Jan Oudenaarden is een geboren en getogen Rotterdammer. Hij zegt ‘de’ NRC, niet ‘het’ NRC, zoals ‘ze’ in Amsterdam doen.

Oudenaarden is niet de enige in Rotterdam die met misnoegen heeft kennisgenomen van de aankondiging, vorige maand, dat NRC Handelsblad over twee jaar de huidige locatie langs de A20 verlaat en verhuist naar de hoofdstad. „Belachelijk! Alsof je Feyenoord naar Amsterdam verhuist”, mopperde fractievoorzitter Marco Pastors van Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar. Het stadsbestuur zegt het afgelopen jaar alles in het werk te hebben gesteld om NRC Media te behouden voor – het centrum van – Rotterdam.

De pijn zit diep in de tweede stad van Nederland. NRC is een landelijke krant, maar in tegenstelling tot Amsterdam (Het Parool) beschikt Rotterdam ook al niet meer over een eigen lokale krant, die de stad en de regio Rijnmond dagelijks kritisch tegen het licht houdt. Het Rotterdams Dagblad (RD) ging zes jaar geleden op in het Algemeen Dagblad (AD) en leeft sindsdien voort als „een katern zonder enige duiding en dus betekenis”, zegt Peter Ouwerkerk, oud-journalist van Het Vrije Volk en het RD.

Ouwerkerk kan zich nog opwinden over „de brute eliminatie” van de krant, die in 1991 ontstond na een fusie van Het Vrije Volk en het Rotterdams Nieuwsblad. In tegenstelling tot de zes overige regionale titels die op last van uitgevers PCM en Wegener opgingen in het AD was de Rotterdamse krant wél levensvatbaar. Op het moment van de overname schommelde de oplage rond de 90.000. Ouwerkerk: „Met die doldwaze beslissing is een hele generatie afgeschreven; mensen die het oude Rotterdam nog hebben meegemaakt, mensen ook die juist tijd en geld hebben om een goede krant te lezen. Dat zijn lezers die diepgang willen en dus niet zo’n flutkatern, waar ook de voorzitter van de vogelvereniging wekelijks een stukje in mag schrijven.”

Ook de Rotterdamse gemeenteraad wist de ondergang van het zelfstandige RD niet te voorkomen. Ondanks een door alle partijen aangenomen motie, die in december 2004 opriep „dat er voor een goed functioneren van de lokale democratie een Rotterdamse krant moet zijn”. Ironisch genoeg hebben diezelfde politici nu vrij spel, constateert oud-journalist Nico Haasbroek. „Kwaliteitsjournalistiek in Rotterdam is vrijwel verdwenen, waardoor politici bijna ongestoord hun gang kunnen gaan. Lees hun tweets er maar op na, het gaat nergens over. En in de huis-aan-huisbladen staan louter en alleen gelikte pr-praatjes.”

Waar het volgens Haasbroek in Rotterdam vooral aan ontbreekt, is „kritische opinievorming die mensen aan het denken zet in deze desondanks bruisende stad”. Om die reden lanceerde de oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal vijf jaar geleden het opinieblad Nieuw Rotterdam (oplage 5.000 exemplaren). Haasbroek en zijn partner Mieke van der Linden staken 50.000 euro in het project, kregen auteurs zover dat deze afzagen van een vergoeding en ontvingen bemoedigende reacties van lezers. Toch sneuvelde het blad. „Het was uiteindelijk gewoon te duur.” Zowel het Bedrijfsfonds voor de Pers als de gemeente Rotterdam bleek niet bereid om financiële steun te verlenen.

Haasbroek zegt het stadsbestuur niets kwalijk te nemen, maar: „Het ging om een ton, dat is peanuts voor de gemeente. Een van de speerpunten van dit college is het vasthouden en het binden van hoogopgeleiden. Zulke mensen willen geprikkeld worden, uitgedaagd. Dat zijn geen types die zitten te wachten op allerlei glossy magazines, waar de gemeente wel duizenden euro’s insteekt om de eigen boodschap te verkondigen.”

Geert-Jan Laan kwam in 1968 in Rotterdam, toen de havenstad nog maar liefst zes kranten telde: Het Rotterdams Parool, De Rotterdammer, Rotterdamsch Nieuwsblad , De Maasbode, Het Vrije Volk en de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In ruim veertig jaar heeft zich „een ongekende kaalslag” voltrokken, constateert de oud-hoofdredacteur van Het Vrije Volk droogjes. Als voorzitter van het Nederlands Persmuseum is hij momenteel bezig met de samenstelling van een expositie over de teloorgang van de Rotterdamse krantencultuur, die komend najaar te zien is in het Historisch Museum Rotterdam. „Goed dat je belt, want dat herinnert me eraan dat we NRC Handelsblad ook een plekje moeten geven.”

Laan zette vier jaar geleden het gratis dagblad Rotterdam Vandaag&Morgen (oplage 50.000) op, als een antwoord op „het falen” van de fusiekrant AD/RD. Geldgebrek speelde ook hem parten. Na zeven nummers hield hij het voor gezien. De krant onderhoudt sindsdien nog slechts een website.

Laan: „We hadden de pech dat de advertentiemarkt instortte, net op het moment dat wij begonnen. Maar afgaande op de gretige afname en de enthousiaste reacties blijf ik zeggen: een Rotterdamse stadskrant heeft bestaansrecht. Vraag is alleen welke investeerder het in dit internettijdperk aandurft om geld in een papieren krant te steken.”