Recordomzet in dramatisch slecht jaar dankzij hoge marktprijzen

Vooral de oogst van zeven hectare gele uien is spannend. De akker staat er het hele jaar schitterend bij: mooie loof- en knolontwikkeling. Maar door de vele regen loopt de kwaliteit hard achteruit. Een klein deel staat zelfs onder water.

Dinsdag 12 oktober kunnen we eindelijk toeslaan, na een paar drogere dagen. De koper van de uien loopt zenuwachtig rond op het land. Het is martelen. Noodgedwongen rijden we met de machines de uien kapot die we niet konden opladen. Je vernielt zo je eigen oogst.

Met veel moeite brult mijn tractor van 100 pk zich met volle wagen door de modder. De lap moet er die dag af, er is weer regen voorspeld. Om half twee ’s nachts rijden we de laatste vracht binnen. Een van de mannen die nooit wat mankeert, valt ’s nachts thuis flauw, waarschijnlijk door de stress. De volgende ochtend staat hij er weer gewoon om 7.00 uur. Pootgoed rooien.

Mijn vader (57) heeft sinds 1980 een akkerbouwbedrijf op Schouwen-Duiveland. Op de 156 hectare verbouwen hij en twee andere boeren tarwe, aardappels, uien, suikerbieten en op kleinere schaal knolselderij en graszaad. Ieder jaar help ik als als tractorchauffeur bij de oogst. Er zijn tonnen geïnvesteerd in drainage en nieuwe landbouwmachines.

Later blijkt dat zo’n twintig procent van die partij gele uien onbruikbaar is (met watervellen en rot). Normaal ligt de uitval rond de vijf procent. Maar: na 12 oktober hadden we de blok nooit meer kunnen rooien, omdat het weer alleen maar slechter werd. Diverse boeren besloten te wachten op beter weer, wat niet kwam. De vorst viel al eind november in, opeens was het einde verhaal.

Stress, angst voor veel neerslag, angst voor vorst, zorgen over de kwaliteit van de oogst, materiaalpech, dagen van zestien tot wel twintig uur; het hoort allemaal bij de landbouwoogst. Maar afgelopen nat en koud najaar was het extreem en noopt landbouwers tot een heroïsch gevecht met het weer.

In de jaren 2007 tot 2009 heeft de maatschap van mijn vader redelijk gedraaid, met jaaromzetten tussen de 600.000 en 700.000 euro. 2010 was een topjaar, met een geschatte omzet van 1,1 miljoen. Dankzij de hoge voedselprijzen op de wereldmarkt. Vooral aardappels leverden veel op: 20 tot 30 eurocent per kilo, waar zo’n 10 cent normaal is.

Gunstig was dat de maatschap voor slechts een kwart van de aardappelen vooraf prijsafspraken had gemaakt. Daardoor kon ze haar slag slaan op de vrije markt. Ook uien, die ze altijd voor de vrije markt laten, verkopen goed: tussen de 20 en 25 eurocent per kilo, waar die in een gemiddeld jaar 10 à 15 cent is.

Voor veel andere boeren in Nederland was 2010 een dramatisch slecht jaar. Wie door de polders rijdt, ziet her en der verloren velden met gewassen liggen. Landelijk is zo’n 3.000 hectare aardappelen en 800 hectare uien niet gerooid, in beide gevallen zo’n vier procent van het totale areaal in Nederland. Rond de helft van de witlofwortelen en winterwortelen is niet meer te redden.

Steven Verseput is freelance-journalist