Innerlijk leven van Obama blijft een raadsel

Sinds vandaag ligt O: A Presidential Novel in de winkels, een roman over Obama.

Dat het boek teleurstelt was gezien de hoge verwachtingen onvermijdelijk.

Niet iedere Amerikaanse president is geknipt voor fictie. Het is nog te vroeg om te oordelen of dat ook voor Barack Obama geldt, maar de eerste poging om de huidige bewoner van het Witte Huis te herscheppen in een romanpersonage is niet geslaagd.

O: A Presidential Novel is niet de waardige opvolger geworden van Primary Colors, de klassieke roman uit 1996 over president Clinton. O, zoals het boek in de Amerikaanse pers wordt genoemd, ontbeert de scherpe observaties, pittige dialogen en vooral een tot de verbeelding sprekende hoofdpersoon, ingrediënten die van Primary Colors, geschreven door journalist Joe Klein, een onweerstaanbaar boek maakten.

Misschien was een teleurstelling onvermijdelijk. De verwachtingen waren hooggespannen, maar richtten zich minder op de inhoud van het boek dan op de identiteit van de schrijver. O, dat vanaf vandaag in de boekhandels is te krijgen, is geschreven door een auteur die (voorlopig) anoniem wenst te blijven, net als aanvankelijk de schrijver van Primary Colors.

Dat was door de uitgever weken geleden al bekendgemaakt en voedde de speculatie dat het boek was geschreven door een intimus van Obama: een (voormalige) medewerker, een tekstschrijver, een journalist. Misschien iemand die een rekening had te vereffenen, of wellicht een persoon die zich wegens het genadeloze, felrealistische portret van de president dat hij of zij had geschreven beter (even) onzichtbaar kon maken.

Of zat Obama zelf misschien achter de roman? Het was geen doldwaze gedachte, gezien de eerdere succesvolle pennenvruchten van de president, waaronder de evocatieve autobiografie Dreams From My Father. Wie O heeft gelezen weet dat die mogelijkheid met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moet worden uitgesloten. Het portret van de president in O is eendimensionaal en niet bepaald vleiend. Het komt erop neer dat hij zich superieur waant aan de Amerikaanse bevolking, die maar niet wil beseffen hoe goed zij het met hem heeft getroffen. O is even arrogant als on-Amerikaans. Obama is daarom als auteur alleen geloofwaardig als hij lijdt aan zelfhaat, of indien hij zichzelf op de hak heeft willen nemen. Waarschijnlijk is dat natuurlijk niet. Presidentiële zelfspot is aan grenzen gebonden.

O lijkt geschreven door een buitenstaander. Zijn president is koel rationeel, op het onthechte af. Hij observeert en analyseert, is niet uit zijn evenwicht te krijgen. Een intelligente maar beperkte man met onaangename trekjes. Daarmee sluit het portret van O naadloos aan bij het beeld van Obama dat is opgerezen uit non-fictieboeken en journalistieke portretten van de afgelopen twee jaar. De vrijheden die een schrijver van politieke fictie zich kan permitteren blijven onbenut.

Maar daar is het de schrijver ook niet om te doen. O: A Presidential Novel is in feite meer traktaat dan roman, meer een essay over de politieke cultuur van de afgelopen jaren en de nabije toekomst dan een intrigerend portret van de eerste Afro-Amerikaanse president van Amerika. De schrijver heeft het beste met zijn land voor. Of beter: hij hoopt op de restauratie van de grootmacht Amerika, die de afgelopen jaren door twee oorlogen en een economische crisis uit het lood is geslagen. En op het herstel van het politieke establishment.

O dacht de cultuur van Washington te kunnen veranderen, maar strandde op de taaiheid ervan. Hij heeft het mandaat dat hij van de kiezers kreeg overschat. De Amerikaanse bevolking, grillig en rusteloos, keerde zich een maand na zijn inauguratie in januari 2009 van hem af, toen bleek dat hij het economische tij niet per direct kon keren.

Daarmee is de toon gezet. O speelt in de nabije toekomst. Het is een campagneboek, over de verkiezingen van 2012. De ware bedoelingen van de schrijver blijken uit zijn keuze voor de tegenstander van O. De Republikein Tom ‘Terrific’ Morrison is een droomkandidaat: generaal, ondernemer, gouverneur, patriot. Hij weigert zich neer te leggen bij het verval van zijn land. Zijn medicijn: belastingverlaging en terugtrekking van de troepen uit het moeras Afghanistan. Wat het laatste betreft: O ontbeert daarvoor door zijn etnische achtergrond en weke karakter het morele gezag. Morrison, ‘de George Washington van zijn tijd’, heeft dat juist wel. O doet zich noodgedwongen voor als havik omdat hij anders als doetje zou worden weggezet. Morrison heeft door zijn militaire achtergrond het aura van de wijze krijger en staatsman die zonder gezagsverlies een eind kan maken aan de oorlog.

Een zeer herkenbare Amerikaan, Tom Morrison, niets op aan te merken. Als romanpersonage is hij echter een mislukking: kleurloos, dodelijk saai. De auteur laat hier een gouden kans liggen: Barracuda, alias Sarah Palin, de kandidaat van de Tea Party. Zij wordt weliswaar opgevoerd, maar weigert om onduidelijke redenen het in de voorverkiezingen tegen Morrison op te nemen.

In een van de weinige geïnspireerde passages in het boek droomt O van een mogelijke strijd tegen haar: ‘Daar was ze, baby op haar heup, dik haar hoog opgestoken, kin naar voren, uitdagend, honend, pronkend met dat zinnelijke bibliothecaresse ding, zoet en hartig, moeder en roofdier, verleidelijk en gevaarlijk.’ O had met de ‘mythe’ Barracuda willen afrekenen, een politiek gevecht waarop ook de lezer zich had kunnen verheugen. In plaats daarvan krijgen hij en wij het met Morrison te stellen.

De schrijver van O moet niets hebben van de huidige president. Hij of zij verafschuwt de journalistiek, waarin primeurs worden nagejaagd van het kaliber wie als eerste bericht over het feit dat de president het woord ‘fuck’ in de mond heeft genomen. Aanhangers van de Tea Party worden afgeserveerd als een zootje ongeregeld: ‘De chronisch ontevredenen waren weer teruggekeerd naar de rafelranden van de samenleving, waar ze grotendeels konden worden gemeden door mensen die wel wat beters hadden te doen met hun tijd dan hun frustraties luidkeels kenbaar te maken.’

Hij of zij is vertrouwd met het jargon van golf en basketbal en behept met inzicht in beide sporten. Hij of zij beschrijft het verloop van een campagne in uitputtend detail, van vergaderingen en logistieke organisatie tot en met feesten. Het kan bijna niet anders of O is geschreven door een Republikeinse campagnestrateeg, tekstschrijver of een Republikeins gezinde journalist. Een ding staat vast: hij of zij heeft geen literaire ambities. De hoop op een betere toekomst wint het van het schrijven van een goede politieke roman.

In zekere zin had Klein het natuurlijk makkelijk. Clinton leidde een morsig persoonlijk leven. Hij was gehaat wegens periodieke bimbo eruptions en zijn opportunisme, maar door zijn sluwheid ongrijpbaar. Een dankbaar onderwerp voor een roman, evenals zijn paranoïde voorganger Richard Nixon, die zich omringd waande door vijanden en uiteindelijk in zijn eigen mes viel.

Obama is geen voer voor psychologen (Nixon) en heeft geen al te menselijk karakter (Clinton). Zijn innerlijke leven is voorlopig een raadsel. Knappe schrijver die daarvan een intrigerende politieke roman weet te kneden.

Uitgeverij Luitingh verwierf de vertaalrechten van O, dat deze zomer in vertaling zal verschijnen.