Ik doe mee! Ik ook! En ik!

We bezuinigen op het onderwijs, terwijl we weten dat dit geen goed plan is.

Dus zal iedereen zich straks afvragen: „Whose crazy idea was this anyway?”

Illustratie Hajo

Wil je onderdrukte vrouwen bevrijden – daarover lijkt iedereen het eens – dan moet je ze hun baan afpakken. De toegang ontzeggen tot openbare gebouwen. De kans ontnemen op ontplooiing. Het is de beste manier om hen op te nemen in de moderniteit.

Lijsttrekker Hero Brinkman van de PVV in Noord-Holland herhaalt het nog maar eens, in Het Parool. „Voor ons is het hoofddoekje symbool voor onderdrukking van de vrouw”, zegt hij. Best. Wat gaat hij dan tegen die onderdrukking doen? Emancipatie bevorderen, mannen aanspreken op hun gedrag, onderdrukkers bestraffen? Nee, niets van dat alles. Hij gaat simpelweg die onderdrukte vrouwen de toegang tot het provinciehuis verbieden. Niet alleen de ambtenaren en bestuurders, maar ook de bezoekers. Er komt geen onderdrukte vrouw meer in.

Een efficiënte aanpak lijkt het. Punishing the victim. Je hoeft niet meer op zoek naar oorzaken of daders, je rekent gewoon af met de slachtoffers. Toch leidt zo’n efficiënte aanpak tot een vervelend, maatschappelijk jojo-effect. Zoals mensen steeds dikker worden als ze afvallen, zo worden samenlevingen steeds onvrijer als je mensen bevrijdt door hen te onderdrukken.

Inmiddels kent iedereen dat jojo-effect wel. We weten allemaal al jaren dat we half ontkleed op het vliegveld staan, met de riem uit onze broek en schoenen in de hand, om vrijer te worden. We weten dat er wordt afgeluisterd, gefouilleerd en gefolterd om vrijer te worden. Dat vrouwen een geloof en een leven worden ontzegd om vrijer te worden. Het interessante is dat we dit maatschappelijke jojo-effect allemaal doorzien en er toch in meegaan; dat we dikker worden en toch blijven afvallen; dat we afvallen en toch dikker blijven worden.

Het jojo-effect doet zich ook op andere terreinen voor. Zo weet iedereen dat het onzin is om universiteiten een boete op te leggen van 3.000 euro voor elke student die niet presteert. Universiteiten, die zulke studenten niet mogen weren, hebben immers maar één manier om de boete te ontlopen: de belabberdste studenten zo snel mogelijk een diploma geven. Dat doen ze dan ook.

Hoewel het onderwijspeil broodnodig omhoog moet, gaat het door dit beleid natuurlijk rap naar beneden; het onderwijs valt niet af, het wordt dikker. Over vijftien jaar zal een parlementaire enquête worden gehouden naar de vraag wie er zo stom is geweest. Wel, iedereen is zo stom geweest, van de minister-president tot de ambtenaren aan toe.

De vraag is waarom we dit jojo-effect, dat we doorzien, niet voorkomen. Er zijn verschillende antwoorden mogelijk. Een daarvan, de meest vriendelijke, is dat de beslissingen een uitkomst zijn van de Abilene Paradox, waartegen in managementliteratuur zo streng wordt gewaarschuwd. Situaties waarin alle betrokkenen weten dat ze gezamenlijk de verkeerde kant oplopen en toch vrolijk doorgaan. Vergaderingen waarin de foute beslissing zichtbaar op tafel ligt en niemand iets doet om de schade te voorkomen.

De Abilene Paradox werd geformuleerd door Jerry B. Harvey, in zijn artikel The Abilene Paradox and other Meditations on Management. Het inzicht schoot hem te binnen tijdens een bezoek aan zijn schoonouders in Texas, op een bloedhete dag. Om de familie te amuseren, stelde zijn schoonvader voor naar Abilene te rijden, 85 kilometer verderop, om daar te gaan eten. Hoewel niemand van de aanwezigen zin had, stemden ze allemaal in met het voorstel, omdat ze dachten dat de anderen er wel zin in hadden.

Aan het eind van de dag, weer thuis, doodmoe en verhit, stelden ze tot ieders ontzetting vast dat ze een reis hadden gemaakt die ze geen van allen hadden willen maken. Waarom waren ze in vredesnaam naar Abilene gegaan?

Harvey liet zo zien hoe je tot collectieve besluiten komt die regelrecht ingaan tegen de individuele verlangens. Achteraf vraagt iedereen zich af wie er zo stom is geweest – „whose crazy idea was this anyway?” –, maar een volgende keer herhaalt het proces zich gewoon weer. De groepsdynamiek is zo sterk dat mensen hun bezwaren niet durven uit te spreken, uit angst voor uitsluiting en represailles. Individueel geven mensen grif toe dat de financiering van het hoger onderwijs aan elkaar hangt van perverse prikkels, maar gezamenlijk vinden ze het tegenovergestelde; individueel vindt iedereen alle beveiligingsmaatregelen tegen het terrorisme bizar, maar ons democratische besluitvormingsproces schroeft ze alleen nog maar verder op. We willen niet naar Abilene, maar we gaan wel naar Abilene.

Toch kun je in de Abilene Paradox ook de ontroerende behoefte herkennen van het individu om de anderen te behagen. Om te doen wat je denkt dat anderen wensen. Een collectieve welwillendheid met fatale gevolgen. Hero Brinkman wil helemaal geen vrouwen onderdrukken; hij doet het alleen omdat hij denkt ons ermee te plezieren. Zullen we hem laten weten dat wij het bij nader inzien ook niet meer willen? Whose crazy idea was it anyway?

Marjolijn Februari is essayist en filosoof.