Hollandse paarden: not for sale

Talentvolle Nederlandse paarden zijn populair en worden vaak weggekocht.

Het SFN wil springpaarden van het hoogste niveau langer in Nederland houden.

Utascha SFN had normaal gesproken al in een buitenlandse stal gestaan. Dat weet springruiter Eric van der Vleuten zeker. Regelmatig wordt bij hem naar het talentvolle paard geïnformeerd. „En dan kan ik gewoon zeggen dat Utascha niet te koop is”, zegt Van der Vleuten, die zondag bij Jumping Amsterdam als tweede eindigde bij de Grote Prijs.

Dat was niet zo bij zijn vorige toppaard, Tomboy. Het miljoenenbod op dat paard was zo goed, dat de ruiter het niet kon weigeren. Opvolger Utascha SFN was het eerste paard dat vier jaar geleden werd gekocht door het Springpaarden Fonds Nederland, waaraan het dier de afkorting dankt. Het doel van dit fonds is paarden van wereldklasse behouden voor Nederlandse ruiters, vertelt bedenker Jacob Melissen. Nederlandse paarden behoren tot de wereldtop, maar vaak zit er een buitenlandse ruiter op. Talentvolle Nederlandse paarden zijn namelijk populair en eigenaren krijgen er soms miljoenen voor aangeboden. Vorig jaar werden bijvoorbeeld Tomboy van Van der Vleuten en Okidoki van Albert Zoer weggekocht. De bondscoach van de Nederlandse springruiters, Rob Ehrens, zegt dan ook blij te zijn met het fonds. De verkoop van de toppaarden verzwakte zijn team aanzienlijk. „Deze paarden uit het fonds worden niet vlak voor een groot toernooi verkocht.”

Utascha presteerde afgelopen jaar al onverwacht goed tijdens de prestigieuze Nations Cup. Mede dankzij een groot aantal foutloze rondjes van het jonge paard wist de Nederlandse equipe zich te handhaven in de belangrijkste landencompetitie. En ook bij Jumping Amsterdam deed de merrie het goed. „Ik weet nu dat ik nog een paar jaar op Utascha kan blijven rijden en ergens naartoe kan werken”, vertelde Van der Vleuten in de RAI. „Het is voor het eerst dat ik die zekerheid heb.”

Een andere ruiter met een fondspaard op Jumping Amsterdam was Ben Schröder. Hij heeft Floreen SFN in bruikleen, een jonger paard dan Utascha. Ook Schröder weet hoe het is om een paard kwijt te raken. Hij zegt dat de verkoop van paarden inherent is aan de sport, zo blijven de Nederlandse stallen draaien. Maar toch. Zijn internationale carrière kreeg een flinke knauw toen Rubert R. onder zijn zadel vandaan werd gehaald. Met Floreen wil hij weer de top halen. „Met dit paard hoop ik over een paar jaar grote landenwedstrijden te kunnen rijden”, zegt Schröder.

Het springpaardenfonds begon in 2006 met een startkapitaal van 3 miljoen euro, geholpen door zakenbank Van Lanschot. Het bedrag werd bijeengebracht door vermogende paardenliefhebbers, die zich inkochten via certificaten van tien-, vijfentwintig- of honderdduizend euro. Het fonds is nu eigenaar van zes paarden. De vijf paardenscouts van het fonds, ervaren handelaren en oud-ruiters die door Melissen werden benaderd, richten zich op veelbelovende jonge paarden van zo’n vijf jaar. Dieren die al snel honderd- tot tweehonderdduizend euro kosten. Eenmaal gekocht wordt een paard bij een Nederlandse ruiter gestald, die het opleidt. En hoopt er na enkele jaren de wereldtop mee te bereiken.

De winstpremies die de SFN-paarden bij wedstrijden verdienen, komen voor de helft ten goede aan het fonds. Bij de verkoop van een paard gaat 25 procent van de verkoopprijs naar de oorspronkelijke eigenaar, die ook een van de vijf handelaren kan zijn. Driekwart van de verkoopprijs wordt weer in het fonds gestort.

Melissen benadrukt dat de sportieve kant van het fonds belangrijker is dan het financiële rendement. „Dat stond ook in de prospectus.” Het belangrijkste doel is springpaarden van het hoogste niveau langer in Nederland houden, aldus Melissen.

Het fonds loopt tot 2018. Dan moeten alle paarden zijn verkocht en zien de certificaathouders of hun investering geld heeft opgeleverd. Tussentijds worden er wel paarden verhandeld. Zo werden twee fondspaarden van de hand gedaan omdat zij de verwachtingen niet waarmaakten. „Na de Olympische Spelen van 2012 zou het best goed kunnen dat we besluiten om Utascha te verkopen”, legt Melissen uit. „Maar het hoeft niet.”

Van der Vleuten zegt dat het fonds geluk heeft met Utascha als eerste paard. „Iedereen is op zoek naar zo’n paard. Niet alle fondspaarden zullen zo goed worden.” Melissen beaamt dat. „Maar als we in 2012 of 2013 met het fonds substantieel bijdragen aan de prestaties van Nederlandse springruiters, dan is het geslaagd.”

Oud-springruiter en paardenhandelaar Emile Hendrix ontdekte Utascha. Hij is een van de scouts, of selecteurs, van het fonds. De scouts zijn nog op zoek naar paarden, Melissen hoopt er uiteindelijk zo’n tien te bemachtigen. De scouts zoeken naar jonge paarden. Hoewel je nooit zeker weet hoe die zich ontwikkelen, loopt het fonds zo minder risico, denkt Hendrix. „Als een paard van twee of drie ton een blessure krijgt, hoef je veel minder af te schrijven dan bij een paard van 1 miljoen.”

De meerderheid van de selecteurs moet zich voor de koop van een nieuw fondspaard uitspreken. Dat gaat niet altijd even makkelijk, vertelt Hendrix. „Ik denk dat we misschien iets meer paarden hadden kunnen kopen. Met twaalf tot vijftien paarden in het fonds verhoog je de kans op een toppaard.” Utascha is nu een van de betere paarden die er op de wereld rondlopen, zegt de oud-olympiër. „Dat betekent nu dat één op de acht paarden een topper is. In mijn eigen stal haal ik dat gemiddelde niet.”