Het graan en de orkaan

Speculatie in voedsel is van alle tijden. Sterker nog: het termijncontract, waarbij tegen een vooraf vastgestelde prijs goederen kunnen worden gekocht en verkocht, stamt uit de landbouw, waar zowel boeren als verwerkers van voedsel een zekere prijs nastreefden voor een onzekere oogst. Waar de één een risico wil vermijden, is een ander nodig om dat risico juist aan te gaan. Het gebruik is terug te voeren op het oude Mesopotamië.

Tegelijkertijd is voedsel een te belangrijke grondstof om zomaar voor de wolven van de financiële markten te gooien. In de vroege zomer van 2008 bereikten de prijzen van graan, mais en vooral rijst recordhoogten. De maatschappelijke gevolgen, met name in Aziatische ontwikkelingslanden waar de voedselrekening hoog opliep, waren fors en het was vooral te danken aan de financiële crisis later in dat jaar dat de prijspiek even snel verdween als hij was gekomen.

Nu, ruim twee later, stijgen de voedselprijzen weer flink, ditmaal met graan als aanvoerder. De recente omwenteling in Tunesië had vooral een binnenlandse politieke en maatschappelijke dynamiek, maar onvrede over de hoge voedselprijzen kan daar de katalysator zijn geweest. Hoge voedselprijzen zorgen in zwakkere landen snel voor honger en groeiende armoede.

De vraag is of speculanten voor de prijspiek verantwoordelijk zijn. De Franse president Sarkozy heeft daarop al bevestigend geantwoord. Hij wil, als voorzitter van de groep van twintig belangrijkste landen voor de wereldeconomie (G20), de wereldvoedselmarkt transparanter maken en speculatie in de voedselprijzen aanpakken. Maar diverse onderzoeken naar de gebeurtenissen van 2008 hebben inmiddels geen bewijzen gevonden dat speculatie de hoofdrol speelde bij de prijspiek. Dat betekent niet dat speculanten vrijuit gaan: waar deze markten altijd voornamelijk het domein waren van producenten en eindgebruikers, met marktmakers als smeerolie, is er nu onmiskenbaar meer geld van beleggers in gevloeid. Steeds meer geld jaagt op hetzelfde volume aan grondstoffen. Dat dit, zoals ook in de oliemarkt, geen effect zou hebben, kan moeilijk worden verdedigd, ook al is het niet met harde bewijzen aan te tonen.

Toch is beter om eerst de andere stap te nemen die Sarkozy overweegt: een grotere transparantie van de wereldvoedselmarkt zelf. Uitwisseling en openbaarmaking van verwachte oogsten, ook door landen die daar tot dusverre niet erg open over zijn, is de beste manier om verrassingen te voorkomen. Dat geldt ook voor uitvoerstops, zoals vorig jaar die van Russisch graan. Kalmte op de voedselmarkt gaat niet alleen over het temmen van speculanten, zij is vooral het gevolg van realistische verwachtingen. Want als er weinig geheimen zijn en weinig verrassingen, dan valt er ook veel minder te speculeren.