Het gezag van Moskou verdwijnt in de Kaukasus

Bomaanslag Moskou

Na weer een grote aanslag in Moskou kijkt Rusland opnieuw naar de noordelijke Kaukasus. Armoede en overheidsgeweld versterken daar terroristengroepen.

Als de aanslag op vliegveld Domodedovo inderdaad door zelfmoordterroristen uit de noordelijke Kaukasus is gepleegd, dan past dit in een angstwekkende ontwikkeling, die is ingezet met de zelfmoordaanslagen op de Moskouse metro in maart 2010. Met die gruweldaad, waarbij veertig mensen omkwamen, maakten de moslimrebellen hun dreigementen waar om het lokale geweld van de noordelijke Kaukasus uit te breiden naar andere delen van Rusland. Op die manier willen ze gewone burgers treffen, die zich al jarenlang doof en blind houden voor dat wat zich in een uithoek van hun land afspeelt.

Hoe je het ook wendt of keert, op de noordelijke Kaukasus woedt, sinds het uitbreken van de eerste Tsjetsjeense oorlog in 1994, een burgeroorlog die inmiddels aan vele tienduizenden het leven heeft gekost. Nog altijd gaat er geen dag voorbij of er wordt in het straatarme gebied een aanslag gepleegd door islamitische opstandelingen.

Hoewel de gelederen van de rebellen de afgelopen jaren zijn uitgedund als gevolg van een genadeloze repressie, blijven zij zich onafgebroken verzetten tegen het corrupte, lokale bestuur. Hun haat wordt gevoed doordat dit bestuur vrijwel al het overheidsgeld dat eigenlijk bestemd is voor het scheppen van werkgelegenheid en de bouw van scholen en ziekenhuizen, in werkelijkheid in eigen zak steekt. De hierdoor voortslepende armoede, en niet de militante islamitische propaganda, is de voornaamste reden om zich bij de rebellen aan te sluiten.

Het willekeurige overheidsgeweld tegen gewone burgers en vrome, niet-militante moslims is zelfs een belangrijke factor voor het oprichten van nieuwe militante groeperingen. „Zolang de veiligheidstroepen en de doodscommando’s huizen binnendringen en knapen aanhouden die vervolgens zonder een spoor achter te laten verdwijnen, zolang ze jonge mannen op klaarlichte dag op straat neerschieten, zal er geen einde komen aan het geweld”, zei de Ingoesjeetse oppositieleider Magomed Chazbijes treffend.

Zolang het president Medvedev niet lukt om op de noordelijke Kaukasus het gezag van Moskou te herstellen, zal de terreur dus tot de dagelijkse werkelijkheid behoren. Dat die werkelijkheid zich nu ook over de rest van Rusland lijkt uit te breiden is een pijnlijke bijzaak, die de toch al zwakke Medvedev in zijn hemd zet, omdat zijn ordehandhavers opnieuw aan het hele land laten zien dat ze niet op hun taak zijn berekend.

Nu de rebellen, volgens analisten, hun acties buiten de noordelijke Kaukasus zullen opvoeren nu in 2012 presidentsverkiezingen worden gehouden, is dat extra alarmerend.

Duidelijk is ook dat de lokale anti-terreuroperaties van de afgelopen jaren alleen maar contraproductief zijn geweest, aangezien de meeste slachtoffers bij nader inzien onschuldige burgers bleken te zijn. Tsjetsjenië is daar het meest extreme voorbeeld van. De knokploegen van Kadyrov arresteren, ontvoeren, verkrachten of vermoorden iedereen die ook maar de geringste verdenking van banden met de rebellen lijkt te hebben. Het zijn draconische maatregelen die de haat tegen de autoriteiten vergroten.

Een andere belangrijke factor die tot een drastische groei van het geweld op de noordelijke Kaukasus heeft geleid, is de economische crisis, die ambtenaren lijkt te hebben aangezet om nog meer overheidsgeld te stelen. De tragiek van de noordelijke Kaukasus is dat het meeste geld al verdwijnt nog voordat het naar de rekeningen van het lokale bestuur is overgeboekt. En daarmee blijkt de hoofdschuldige van het drama de verticale machtsstructuur te zijn, die door Vladimir Poetin in het leven is geroepen en ervoor zorgt dat op ieder lager niveau onder dat van de premier niemand in Rusland zelfstandig een beslissing durft te nemen.