Hartaanval? Naar de psychotherapeut

Psychotherapie helpt tegen hartaanvallen. Hartpatiënten die in psychotherapie gingen, kregen in de acht jaar daarna bijna de helft minder hartaanvallen dan lotgenoten die ‘gewone zorg’ kregen. In de therapiegroep overleed in die tijd bovendien een kwart minder mensen.

De cognitieve gedragstherapie hielp de patiënten om stress te herkennen en beheersen, schrijven Zweedse onderzoekers in het gisteren uitgekomen nummer van het Amerikaanse medisch-wetenschappelijke tijdschrift Archives of Internal Medicine. De hartpatiënten kregen groepstherapie, in twintig sessies, verspreid over een jaar.

Reden om dit psychotherapieonderzoek te beginnen, was dat bijna eenderde van de hartziekten ontstaat door huwelijksmoeilijkheden, werkstress, eenzaamheid, depressie, angst, vijandigheid en boosheid. Door een andere levenshouding is daar iets aan te doen. Dichtgeslibde kransslagaderen rond het hart ontstaan dus niet alleen door vet eten, stil zitten, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte die de gezondheid van het hart bedreigen.

Psychotherapie, zelfs ‘psychosociale zorg’ bij hartpatiënten, is in Nederland geen gemeengoed. Nederlandse patiënten hebben daar wel behoefte aan. Dat staat in een vorige maand uitgekomen onderzoek. In 2006 concludeerden Nederlandse deskundigen dat er ‘momenteel geen sprake is van een systematische aanpak van psychosociale problematiek’. Het gaat dan vooral om het behandelen van al bestaande angst, woede en depressie bij hartpatiënten. In het Zweedse onderzoek kregen alle hartpatiënten therapie aangeboden, of er nu problemen waren of niet.

Praten helpt hartpatiënt van angst af: pagina 10