Frustratie: veel te weinig buitenlanders

De immigratie in Canada bereikte het afgelopen jaar het hoogste niveau sinds 1971.

Het land werft mensen in het buitenland, de selectie is op basis van vaardigheden.

Negen uur op een doordeweekse ochtend in Winnipeg, en in de gangen van een kantoorgebouw aan de hoofdstraat van het Canadese prairiestadje krioelt het van de immigranten. Nieuwkomers uit Azië, Afrika en andere delen van de wereld stromen binnen uit de lift, en trekken hun winterjassen uit. Het is bar koud buiten, maar dat mag de pret niet drukken: ijverig gaan ze zitten in klaslokalen voor lessen over de Canadese maatschappij – een eerste stap om een weg te vinden in hun nieuwe land.

De meesten zijn ‘vers van het vliegtuig’, in het jargon van de Canadese integratiesector: nog maar vier à zes weken zijn ze in Winnipeg. In de workshops van integratieorganisatie ‘Entry’ leren ze praktische zaken, van hoe je een sollicitatiebrief schrijft, tot hoe mensen elkaar groeten. Vandaag vertelt een gastdocent over de Canadese arbeidsmarkt.

„Ik ben hier bijna een maand”, zegt Fides Castillo, een 46-jarige immigrante uit de Filippijnen. Ze is met haar man en drie kinderen gekomen, op aandringen van een neef die vijf jaar geleden emigreerde. „Mijn twee jongste kinderen zijn al begonnen op school. We logeren bij mijn neef, want we hebben nog geen werk. Maar ik hoop snel een baan te vinden.”

Castillo en haar klasgenoten maken deel uit van een groeiende stroom migranten in Winnipeg, hoofdstad van de provincie Manitoba. Ongeveer 15.000 nieuwkomers kwamen in 2010 naar de provincie van 1,2 miljoen inwoners, het hoogste aantal sinds 1947. Frustratie in Manitoba ligt daaraan ten grondslag – niet over een toestroom van vreemdelingen, maar juist het tegenovergestelde: de provincie vond dat er niet genoeg buitenlanders kwamen. Er wordt, evenals in heel Canada, een actief beleid gevoerd met een doelstelling die weinig andere landen hebben: meer immigratie.

„Alle provincies van Canada willen meer immigranten”, zegt Jennifer Howard, minister van Werkgelegenheid en Immigratie van Manitoba. Canada ontvangt jaarlijks ruim een kwart miljoen nieuwkomers, op een bevolking van 34 miljoen – een relatief hoog aantal, en een belangrijke bron van bevolkingsgroei. Veruit de meeste migranten vestigen zich in grote steden als Toronto, Montreal en Vancouver. Winnipeg, dat kampt met een krimpende bevolking, wilde „ook profiteren van de voordelen”, zegt Howard. „We moesten harder werken om meer mensen te trekken.”

Om dat te bereiken startte Manitoba een trend: het begon zelf immigranten te werven in het buitenland, onder meer via internet. De provincie ‘nomineert’ kandidaten bij de Canadese overheid, die verantwoordelijk is voor immigratie en visa uitgeeft. Gegadigden worden beoordeeld op taalvaardigheid, scholing en professionele kwaliteiten, maar ook op familiebanden. Want wie al familie heeft in Manitoba is meer geneigd om zich er permanent te vestigen. Het gevolg is een kettingreactie: nieuwkomers uit landen als de Filippijnen, India en China vestigen zich met hun gezin, en moedigen familieleden aan te volgen.

Met het beoogde resultaat: de immigratiestroom naar Manitoba is in tien jaar in omvang vertienvoudigd, zegt Fanny Levy, hoofd van de afdeling die de aanmeldingen verwerkt. Er staan kasten vol mappen van kandidaten, gerangschikt op achternaam. Dertig medewerkers van diverse achtergronden evalueren de aanmeldingen.

Het nominatie-initiatief is de jongste stap in de verfijning van het Canadese immigratiestelsel, een geoliede migratiemachine die er in toenemende mate op is gericht om het aanbod van nieuwkomers af te stemmen op de vraag in het land, met name op de arbeidsmarkt. Sommigen spreken van designer immigration, ofwel ‘immigratie op maat’: de nadruk ligt op de selectie van mensen met vaardigheden waaraan behoefte is in Canada.

Na aankomst in Canada begint het echte werk. Via organisaties als Entry komen nieuwkomers terecht bij instanties die hen op weg helpen op de arbeidsmarkt, als Employment Solutions for Immigrant Youth. Het organiseert sollicitatietrainingen en regelt werkervaringsplaatsen bij plaatselijke bedrijven, voor een gesubsidieerd minimumloon.

Volgens Rita Chahal van de Kamer van Koophandel staan bedrijven open om immigranten aan te nemen. „Iedereen wint”, meent Chahal. „Nieuwkomers willen graag werken, daarvoor zijn ze gekomen. Hun bereidheid om te doen wat nodig is om te slagen is groot, niemand verwacht dat dingen uit de lucht vallen.”

Zo is Winnipeg op weg om, in navolging van grotere Canadese steden, een multiculturele stad op de prairie te worden, compleet met Filippijnse kranten en Indiase festivals. In weerwil van internationale trends lijkt niemand daar tegen. Er is geen anti-immigratiepartij, geen graffiti tegen buitenlanders. Alle federale partijen, inclusief de regerende Conservatieven, werven immigrantenstemmen.

„We zijn allemaal opgegroeid met de multiculturele identiteit van Canada”, besluit minister Howard. „Het wordt gezien als iets om te vieren. Ik spreek mensen van alle generaties, overal in de provincie, en ik heb geen weerstand ervaren tegen immigratie”, zegt ze. „Er is een brede consensus dat we meer mensen moeten opnemen.”