DNB krijgt na Wellink twee gezichten - ‘president op afstand’

De Nederlandsche Bank krijgt naast een opvolger van president Nout Wellink in juli dit jaar ook een aparte toezichthouder financiële instellingen. De ministerraad bespreekt naar verwachting vrijdag een voorstel van minister De Jager (Financiën, CDA) hiertoe.

In de huidige opzet is de president verantwoordelijk voor zowel monetair beleid als het toezicht op banken. Volgens NRC-economieredacteur Melle Garschagen wordt de president bewust op afstand geplaatst.

“Daarmee wordt het afbreukrisico van de president verkleind. Nout Wellink kreeg veel kritiek in de nasleep van de overname van de ABN Amro en de ondergang van Icesave en de DSB Bank. Zijn prestaties als voorzitter van het Basels Comité van centrale bankiers bijvoorbeeld staan voor een groot deel in de schaduw van die optredens. Juist nu er een crisis in de eurozone is, is het belangrijk dat er vertrouwen is in de centrale bank. Dat begint bij het aanzien van de president. Hij zal in de toekomst niet meer betrokken zijn bij ‘akkefietjes’ en meer op afstand staan als een financiële instelling te maken krijgt met de nieuwe toezichthouder van de DNB.”

De commissie De Wit oordeelde dat DNB als toezichthouder meer had mogen verlangen van Icesave en het moederbedrijf Landsbanki. Rond de overname van ABN Amro verzuimde DNB goed te kijken of financiële markten wel stabiel genoeg waren voor de overname. Wellink was het maar ten dele eens met die conclusies.

Hogere eisen aan toezichthouder
Eerder kondigde De Jager al aan dat hij de rol van de raad van commissarissen van DNB wil versterken als interne toezichthouder en dat hij hogere eisen wil stellen aan de betrouwbaarheid en deskundigheid van commissarissen.

In oktober vorig jaar kwam De Jager met voorstellen om herhaling van debacles als DSB en Fortis en de geforceerde overname van ABN Amro in 2007 te voorkomen. Onderdeel hiervan waren onder andere de beperking van de macht van grootaandeelhouders zoals Dirk Scheringa bij DSB, beter crisismanagement, een eind aan misleidende marketing, betere toetsing van bestuurders en commissarissen van financiële bedrijven en vermindering van de aansprakelijkheid van financiële toezichthouders.