De hemel spiegelt ons soms iets voor

De Fin Pekka Parviainen specialiseert zich in het fotograferen van bijzondere optische verschijnselen in de natuur. Zijn opnames zijn te vinden op www.polarimage.fi. Parviainen fotografeerde ook voor de Engelse heruitgave van het vermaarde Licht en kleur in het landschap van prof.dr. M. Minnaert.

De hier getoonde luchtspiegelingen ontstaan alleen bij een ongewone temperatuuropbouw van de atmosfeer. Zij kunnen zo sterk zijn dat ze eilanden zichtbaar maken die in feite achter de horizon liggen. In het klein komen ze voor op asfaltwegen die lang in de zon lagen.

Luchtspiegelingen zoals deze zijn de verklaring gebleken voor een raadselachtige waarneming op 24 januari 1597. De Nederlandse overwinteraars op Nova Zembla zagen op die dag voor het eerst na een lange poolnacht de zon weer boven de horizon komen. Dat was twee weken eerder dan technisch mogelijk leek. Aan de juistheid van de waarneming is lang getwijfeld. Men vermoedde dat de overwinteraars zich in de datum hadden vergist. De kwestie heeft geleerden tot op het niveau van Kepler beziggehouden.

Afgelopen week verscheen bij de Historische Uitgeverij de studie Het Nova Zembla verschijnsel – Geschiedenis van een luchtspiegeling. De Groningse fysicus Siebren van der Werf geeft hierin een nauwgezette, maar heel leesbare beschrijving van de waarneming en het daaropvolgende wetenschappelijk dispuut. En hij levert definitief en onweerlegbaar eerherstel voor Barentsz en Van Heemskerck. Er schortte niets aan de datum, de zon werd zichtbaar dankzij een luchtspiegeling. Van der Werf heeft die in een computermodel nagebootst.