Corruptie hindert Indiërs bij hun jacht op succes

India presenteert zich graag als dynamische opkomende economie. Maar de corruptie zit zo diep dat het landsbestuur er door verlamd raakt.

Vijf ministers en 130 ondernemers reizen deze week vanuit India naar het Wereld Economisch Forum in Davos. Niet eerder was de Indiase afvaardiging zo groot. Het weerspiegelt de groeiende ambities van het land.

‘Hoe meer, hoe beter’, geldt als je de boodschap van stabiele groei en evenwichtige welvaart wilt uitdragen. Maar daar staat de vrees tegenover dat in Davos een ander thema zal overheersen, namelijk dat van ‘India - Corruptieland’.

„Ik denk niet dat we verstoppertje kunnen spelen”, zei voorzitter Hari Bhartia van de invloedrijke koepelorganisatie van de Indiase industrie (CII) onlangs. „Er zullen veel vragen worden gesteld over de integriteit van ons bestel.”

India is al maanden in de ban van omkoopschandalen. De hele wereld was afgelopen najaar getuige van de chaos bij de voorbereiding van de Gemenebest Spelen in Delhi. Een luxueus appartementengebouw in Mumbai, bedoeld voor oorlogsweduwen, is ingepikt door hoge militairen en hun vriendjes. De overheid is miljarden euro’s misgelopen doordat vergunningen voor mobiele telefoonfrequenties werden verkwanseld aan bedrijven.

De storm over de affaires wil maar niet luwen. De oppositie boycot het parlement, de regering gedraagt zich lijdzaam. Vorige week herschikte premier Manmohan Singh zijn regering, maar wat daaruit moet worden opgemaakt over corruptiebestrijding, is onduidelijk. Geen enkele minister werd de laan uitgestuurd. De voor de Gemenebest Spelen verantwoordelijke minister M.S. Gill van Sport kreeg een andere post.

Wel moest eerder al minister van Telecom, A. Raja, het veld ruimen wegens het omkoopschandaal met de telefoonlicenties. Diens opvolger, de immer goedgehumeurde Kapil Sibal, heeft het aanzien van de Congres-regering evenwel verder beschadigd door te verklaren dat er eigenlijk niets aan de hand is. Dat telefoniebedrijven hun licenties voor een habbekrats kregen, is alleen maar in het voordeel van de gewone man, redeneerde hij. Hij kan dan immers goedkoper bellen.

Vorige week liet het Hooggerechtshof van zich horen. Het gaf minister Sibal een schrobbering door te stellen dat hij het onderzoek naar de ‘telefoniezwendel’ moet overlaten aan de opsporingsautoriteiten. De minister had er wijs aan gedaan „een zeker verantwoordelijkheidsgevoel” te tonen in zijn uitspraken.

Het Hof boog zich over nog een omstreden onderwerp: zwart geld. Het land barst ervan. Afgelopen weekeinde op de kunstbeurs ‘India Art Summit’ in Delhi informeerden met diamanten behangen belangstellenden of er ook onder de tafel afgerekend kon worden. Volgens berekeningen van de Amerikaanse organisatie Global Financial Integrity is sinds India’s onafhankelijkheid (in 1947) zo’n 340 miljard euro illegaal het land uitgesluisd. Jaarlijks verliest India bijna twaalf miljard euro. „Puur en simpel diefstal van nationaal kapitaal”, oordeelde het Hof vorige week. De prangende vraag die het de regering stelde: wat doet u om het geld op de buitenlandse rekeningen terug te vorderen?

Het beeld van corruptie en hebzucht maakt het er niet gemakkelijker op India’s ontwikkelingsmodel aan de buitenwereld slijten. Toch moet India er niet voor terug schrikken zich in Davos te presenteren als een aantrekkelijke investeringsbestemming, als een opkomende dynamische economie met hoge en tegelijkertijd stabiele en duurzame groei, stelde minister Nandan Nilekani onlangs in een strategienotitie.

„De komende tien jaar zijn cruciaal”, zegt hij in zijn werkkamer, in een kantoortoren bij Con-naught Place in het centrum van Delhi. „We hebben hoge groei, de belastinginkomsten nemen toe en daardoor komt meer geld beschikbaar voor sociale bescherming, onderwijs en gezondheidszorg. We hebben een vliegwiel op gang gebracht. Steeds meer mensen worden betrokken bij de welvaartsgroei. Dat is onze boodschap, en die staat heel stevig overeind.”

Nilekani, mede-oprichter en oud-topman van het vooraanstaande IT-concern Infosys, vertegenwoordigt het ‘nieuwe’ India. In 2009 haalde premier Singh hem vanuit Bangalore naar Delhi. Zijn opdracht: zorg ervoor dat alle 1,2 miljard Indiërs een uniek, digitaal aangestuurd identiteitsnummer krijgen zodat ze zich overal en altijd kunnen legitimeren. Dat is van groot belang voor bijvoorbeeld de 120 miljoen interne migranten, die elders in het land werk zoeken. Het kan de grootschalige verduistering van overheidssubsidies helpen terugdringen. In sommige regio’s zijn meer voedselkaarten in omloop dan er inwoners zijn.

„Een digitale identiteitskaart is het belangrijkste wapen van armen en gemarginaliseerden tegen uitsluiting”, zegt Nilekani. „Ze krijgen een identiteit.”

Dat klinkt mooi, maar hoe zit het dan met het oude, corrupte India? „In de jaren twintig van de vorige eeuw zag je in Chicago of in Parijs soortgelijke omstandigheden”, zegt hij. Nilekani laat het achterste van zijn tong niet zien. „Ik zit nu in de regering”, verontschuldigt hij zich.

In 2008 verscheen zijn bestseller Imagining India. Als er revolutie komt in India, zal dat geen sociale revolutie zijn zoals in vroegere eeuwen in Europa, maar een digitale, schrijft hij. Twee weken geleden kreeg de miljoenste inwoner, in Noord-Tripura in het verre noordoosten, een digitale identiteitskaart. Over vier jaar moeten 600 miljoen mensen de kaart hebben. Tegen die tijd is het ‘nieuwe’ India halverwege met zijn voorgenomen digitale revolutie.