Colin Firth: 'George VI verraste me'

„Ik kan me met George VI goed identificeren.” Acteur Colin Firth over zijn Oscar-waardige rol als stotterende koning en status als sekssymbool.

Scene uit de film A Single Man (2010) Foto: Cineart

Ze hebben Colin Firth net ‘Happy Birthday’ toegezongen, de 1.800 mensen die de wereldpremière van zijn nieuwe film The King’s Speech bijwoonden, tijdens het Toronto Film Festival. Hij moet nog blozen van die onverwachte serenade, maar hij geeft toe dat het verjaardagslied uit zoveel kelen het feit dat hij 50 werd wel „ietsje gemakkelijker” heeft gemaakt. En de enthousiaste ontvangst van zijn film was het enige cadeautje dat hij echt nodig had.

Firth vierde zijn vorige verjaardag ook al in Toronto; toen presenteerde hij daar zijn film over een homoliefde, A Single Man. Die film leverde hem een Oscar-nominatie op, maar Jeff Bridges ging er met de prijs vandoor, voor zijn rol in Crazy Heart.

Maar dit jaar, is de verwachting, heeft de beschaafde Brit grote kans om een Oscar in de wacht te slepen. Voor zijn vertolking van de rol van koning George VI die, met steun van zijn vrouw, koningin Elizabeth (Helena Bonham Carter), en de onorthodoxe logopedist Lionel Loque (Geoffrey Rush), zijn stotterproblemen overwint, om zijn volk tijdens de Tweede Wereldoorlog moed te kunnen inspreken.

Als oudste van drie kinderen van academici die de wereld rondreisden, kreeg Firth een rol in het succesvolle theaterstuk Another Country in West End, Londen, kort nadat hij in 1983 de toneelschool verlaten had.

Zijn filmdebuut beleefde hij een jaar later, in de filmversie van dat theaterstuk. Hij werkte door als acteur, maar pas sinds zijn optreden als Mister Darcy in de tv-serie Pride and Prejudice in 1995 werd hij gezien als iemand die een romantische hoofdrol kan spelen. Zijn status als sekssymbool voor de denkende vrouw bevestigde hij met rollen in de Bridget Jones-films en Love Actually.

Toen hij in 1989 in Valmont speelde, begon hij een vijf jaar durende relatie met zijn tegenspeelster Meg Tilly en ze kregen een zoon, Will, die nu 20 is. Tijdens zijn Pride and Prejudice-periode had hij een relatie met hoofdrolspeelster Jennifer Ehle (die in The King’s Speech de vrouw van de logopedist speelt), voordat hij een vaste relatie kreeg met de Italiaanse filmproducente Livia Giuggioli. Zij en hun twee zoons, Luca (9) en Mateo (7) verdelen hun tijd tussen Londen en Italië.

Na de première vertelt Firth over acteren als de stotterende koning, de race om de Oscars en zijn huiselijk leven.

Wat denkt u van al het gepraat over Oscars voor ‘The King’s Speech?’

Mijn ervaring vorig jaar heeft me daar wat minder nerveus voor gemaakt. Je hebt een hele weg te gaan van première tot de Oscar-uitreikingen.

Hoe belangrijk is het voor u om een Academy Award te winnen?

Ik denk dat de Oscars en andere prijzen mensen bewust kunnen maken van kleine films als deze. Ik ben er erg trots op en zou graag willen dat zo veel mogelijk mensen The King’s Speech zien. Het is natuurlijk prettig dat er zoveel positieve reacties zijn; ik heb in de afgelopen jaren negatieve kritieken genoeg gehad.”

Wordt het makkelijker om het hele prijzencircus te doorlopen omdat het voor de tweede keer is?

„Zeker niet. Sommige van mijn vrienden hebben dit eerder meegemaakt en het wordt nooit makkelijker, zeggen ze. Het is allemaal nogal surreëel, zo anders dan je gewone, alledaagse leven.”

Heeft u er eigenlijk plezier aan beleefd, genomineerd zijn?

„Ik wist eigenlijk wel dat ik niet zou winnen vorig jaar en dat maakte alles een stuk makkelijker: anders zou ik volkomend verzenuwd zijn geraakt.”

Waarom wilde u zo graag deze rol in ‘The King’s Speech’ spelen?

„Het drama van de hele situatie fascineerde me. Aan het begin van de oorlog had het Britse volk behoefte zijn koning te horen, om moed ingesproken te krijgen. Hitler en Mussolini waren zulke meeslepende sprekers. Voor Bertie, zoals hij door zijn familie genoemd werd, was het elke keer alsof hij een berg moest beklimmen als hij voor een microfoon moest spreken.”

Hoe heeft u zich voorbereid om een zo bekende figuur als koning George VI te spelen?

„Zijn bekendheid maakte het gemakkelijker. Omdat hij zoveel gefilmd en gefotografeerd is, had ik een hoop materiaal om te bestuderen. Ik heb keer op keer naar zijn toespraken geluisterd. En we mochten sommige van zijn dagboeken inzien, dat gaf me veel inzicht in zijn persoonlijkheid.”

Was er iets aan hem wat u verraste?

„Ik wist niet dat hij zo’n bijzonder gevoel voor humor had. Hij was gevat en had een droge humor die hij alleen toonde in privékringen. In het openbaar moest hij zo stijf en stoïcijns zijn. Maar als hij niet op zijn hoede hoefde te zijn, in zijn eigen kring, had hij iets warms. Ik hoop dat we dat laten zien.”

De film toont ook zijn ongelukkige jeugd.

„Ik was verbaasd over wat hij heeft moeten doormaken als jongetje: een gouvernante die zijn oudere broer adoreerde en zo voortrok, en hem zó haatte dat het grensde aan misbruik; de dwang zijn rechterhand in plaats van zijn linkerhand te gebruiken; zijn vader die hem negeerde.”

Stotterde hij daarom?

„Mijn zus is een logopedist, die zulke spraakproblemen met psychologie probeert op te lossen. Ze vertelde me dat veel mensen stotteren omdat ze voortdurend bezig zijn te analyseren hoe ze in de oren van anderen klinken. Het was opmerkelijk dat Logue, de logopedist, 75 jaar geleden net zo’n aanpak had.”

Was het moeilijk de stem van de koning na te doen?

„Ik heb hem niet zozeer willen imiteren alswel de aarzelingen die hij had, de pauzes die hij in zinnen aanbracht willen weergeven en dat is, hoop ik, gelukt. Ik heb hulp gehad van een taalcoach en die was van onschatbare waarde.”

Kent u iemand die stottert?

„Jaren geleden heb ik met Bruce Macadie gewerkt, een ontwerper voor filmproducties, die stotterde. Hij was een referentiepunt voor mij. Ik kwam erachter dat Derek Jacobi zijn stotter als Claudius in I, Claudius, ook op hem heeft gebaseerd.”

Hoe bent u koning George VI gaan zien?

„Zoals zijn vader, off screen, in de film zegt: Bertie was erg dapper. Hij was zich er niet van bewust, maar hij toen het er op aankwam overwon hij al zijn angsten. Hij was er niet voor klaargestoomd om koning te worden, maar toen zijn broer troonsafstand deed schrok hij er niet voor terug om alles op zich te nemen.”

De film is niet bepaald vleiend voor zijn broer David, die zijn koningschap als Edward VIII opgaf om met de Amerikaanse Wallis Simpson te trouwen.

„Ik weet dat mensen daarover heel sterk verdeeld zijn: voor en tegen dat paar. Ik weet niet of mevrouw Simpson nou zo’n roofdier was als wel gezegd wordt; maar het leven dat ze samen leidden vind ik wel nogal leeg en oppervlakkig. Uitgaan, dat was wat ze voornamelijk deden.”

Hoe vond u het om samen met Helena Bonham Carter de ouders van de huidige Britse koningin te spelen?

„Beiden vinden we dat de film de sterke liefde tussen de twee weergeeft. Het toont hoe toegewijd George VI was als vader. Gelukkig hadden we een periode van drie weken om te repeteren. Het is erg leuk om met Helena te werken, hoewel ze moest verdragen dat ik het evenwicht moest vinden tussen stotteren en mijn teksten zeggen.”

Zal koningin Elizabeth de film zien?

„Ik mag hopen dat ze hem leuk vindt, als ze hem ziet. Ik weet dat prins Charles er nieuwsgierig naar is. Zijn privésecretarissen zagen de film, en waren positief.”

Heeft u zich met koning George VI kunnen identificeren?

„Dat kunnen we allemaal, denk ik. Wie kent niet de angst dat-ie niet de juiste woorden vinden kan en dan ineens met de mond vol tanden staat? Ieder acteur is bang dat hij zich zijn teksten niet kan herinneren. Wanneer dat je overkomt, dat je je tekst kwijt bent en op het toneel staat, is dat een verschrikkelijk gevoel. Ik word weer zenuwachtig als ik er aan denk.”

Dus u begreep zijn faalangst?

„Dat is iets wat iedere acteur leert kennen, op enig moment in zijn carrière. Toen ik net begon kende ik dat gevoel niet. Mijn eerste baan na de toneelschool was een acteur vervangen in een succesvolle toneelstuk in West End in Londen. Ik was helemaal niet zenuwachtig, hoewel ik dat wel had moeten zijn.”

In hoeverre heeft u als acteur baat gehad bij uw onconventionele achtergrond?

„Dat hielp enorm, denk ik. We zijn toen ik een jongen was zo vaak verhuisd, ook nog een tijd in Afrika gewoond, dat ik mezelf vaak buitenstaander voelde. In staat zijn om de zaken zowel als Engelsman als als buitenstaander te zien, heeft me enorm geholpen als acteur.”

Hebben uw ouders uw beslissing acteur te worden gesteund?

„Omdat ze zo op hun op universitaire werk gericht waren, maakten ze zich zorgen dat ik mijn studie opgaf om te gaan toneelspelen. Want met acteren je geld verdienen is een onzeker bestaan, vol ups en downs.”

Was ‘Pride and Prejudice’ een ‘up’?

„Dat was zonder twijfel een hoogtepunt voor mij. Ik ben nog steeds verbaasd dat ik de rol van Mr. Darcy kreeg; ik was 35 toen we die tv-serie maakten. Toen die in Engeland vertoond werd, was ik in Italië omdat ik net de vrouw had ontmoet die mijn echtgenote zou worden. Haar familie was zeer verbaasd dat dit zeer ingehouden personage uit het boek van Jane Austen als sexy beschouwd werd.”

En vervolgens speelde u een moderne versie van Mr. Darcy in de Bridget Jones-films.

„Dat was erg leuk om te doen. Werken met Renee (Zellweger) is geweldig en ik grijp iedere kans aan om in een rol te vechten met Hugh Grant.”

Wat vindt u vrouw van uw status als sekssymbool?

„Ik denk dat ze dat allemaal geamuseerd bekijkt. Ze kent me als de man die zijn sokken niet opruimt, er zeer ongeschoren uit kan zien en dat soort dingen. Toen we elkaar ontmoeten, had ze echt geen idee wie ik was en dat is eigenlijk een leuke manier om elkaar te leren kennen.”

Hoe heeft u Livia ontmoet?

„Ze werkte aan een film waar ik in speelde. We ontmoetten elkaar terwijl we op locatie draaiden in Zuid-Amerika. Ik herinner me nog dat ik haar in een groep zag en meteen wist: met haar moet ik nader kennismaken.”

Heeft ze u Italiaans geleerd?

„Ik worstel er mee, maar de kinderen spreken vloeiend Italiaans. Dat maakt mijn onbeholpen pogingen grappig voor hen om te horen.”

Wat wordt uw volgende film?

„Er wordt een filmversie gemaakt van de spionnenroman Tinker, Tailor, Soldier, Spy (Edelman, bedelman, schutter, spion) van John le Carré. Een fantastische Zweed, Tomas Alfredson regisseert hem.”