Choleraramp in Haïti had niet gehoeven

Organisaties als Cordaid en het Rode Kruis krijgen ten onrechte de schuld van de cholera-epidemie op Haïti.

De ware oorzaak van de uitbraak is politieke onwil.

In juni 2009 en in maart 2010 maakte ik voor BNN als producer-redacteur twee documentaires over Haïti. Eerst Patrick Ramptoerist en, na de ramp in 2010, Patrick terug naar Haïti. Bij dat laatste bezoek waarschuwden verschillende organisaties al voor de uitbraak van cholera. Dat was zes maanden voor de daadwerkelijke uitbraak. De specialisten van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cordaid zeiden dat bijvoorbeeld, net als de Engelse woordvoerder van het Rode Kruis (zijn laptop en paspoort waren door een regenvloedgolf uit zijn tent gespoeld). Hun grootste angst was dat er door het vervuilde water ziektes de kop op zouden steken.

De meer dan 625.000 ontheemde Haïtianen wonen veelal beneden in de stad. Bij hevige regenval komt er een golf van 30 centimeter door je tent.

Er moesten daarom nieuwe wijken gebouwd worden op hoger gelegen terreinen, met goede water- en regenafvoer en sanitaire voorzieningen. Dan kon de verspreiding van ziektes worden tegengegaan. Cordaid had de spullen al klaarliggen. Maar dan moest wel per direct op grote schaal land onteigend worden: voordat het regenseizoen aanbrak.

Maar veel Haïtianen wilden niet weg. Reden? Men was bang dat er ‘boven’ geen voedsel en medische hulp zouden zijn. En dat dieven hun spullen uit de puinhoop – die ooit het huis was – zouden stelen.

Het was best mogelijk geweest Haïtianen te overtuigen dat hulp ook daar beschikbaar was. Het probleem was echter dat er nooit op grote schaal land onteigend is. Waarom is dat niet gebeurd?

De NGO’s zeggen dat ze met man en macht probeerden de Haïtiaanse overheid en de VS (als leading nation in de VN) te overtuigen. Hun oproep: we respecteren de soevereiniteit van Haïti, maar onteigen het land. Desnoods betalen we er zelf voor aan de grote landeigenaren en de kleine landeigenaren. Zodat we met bouwen kunnen beginnen.

Wat ze echter ook hebben geprobeerd, er zat geen schot in de zaak. In maart bereidden ze zich al weer voor op noodhulp en op een mogelijke uitbraak van cholera. Ondertussen bleven ze door lobbyen op eigen en lokale overheden en media. En zo werd het een kwestie van afwachten.

Sinds de jaren negentig is er een sterke opkomst van non-gouvernementele organisaties (NGO’s). Zij worden naar voren geschoven om het vuile werk op te knappen bij armoede, conflicten of rampen, waar overheden niet internationaal kunnen of willen ingrijpen. Zo ook in Haïti.

Het is nu een jaar na de aardbeving. De straten zijn schoon, maar het puin is nog lang niet geruimd. De lokale overheid is instabiel en tot overmaat van ramp is de cholera uitgebroken. Die epidemie breidt zich nog steeds uit buiten de hoofdstad Port-au-Prince. Het ministerie van Gezondheidszorg van Haïti meldt dat bijna 200.000 mensen zijn geïnfecteerd en dat het dodental tegen de 4.000 loopt. Gelukkig zijn er indicaties dat het aantal nieuwe gevallen terugloopt.

Bij de bestrijding van de cholera krijgen NGO’s een belangrijke rol. Maar tegelijkertijd krijgen ze ook de zwartepiet: waarom heeft ons geld niets uitgehaald? Waarom is er niets structureel veranderd?

Maar NGO’s valt weinig te verwijten. Zij waarschuwden de internationale politiek juist vergeefs voor deze epidemie.

De politici uit de donorlanden, echter, zetten te weinig druk op Haïti en de VS, die meer militairen dan ontwikkelingswerkers in het land hebben. Durfden de VS geen druk op de politici en landeigenaren te zetten, uit angst dat ze politiek zouden overlopen naar Venezuela, Colombia en Cuba? Of is het – net als in Afghanistan en Irak – een kwestie van prioriteiten en gebrek aan competentie? Het lijkt mij niet moeilijk om de landeigenaren te compenseren, gezien de flinke hoeveelheid gereserveerde ontwikkelingshulp. En met 20.000 troepen van de VN en VS is het buitenland oppermachtig op de grond. Veel politici zitten er met Amerikaanse steun.

Maxime Verhagen, destijds minister van Buitenlandse Zaken en waarnemend minister van Ontwikkelingssamenwerking, heeft – werkend aan zijn trans-Atlantisch cv – in ieder geval niet publiekelijk druk uitgeoefend. Wellicht te druk met de verkiezingen?

Het probleem voor NGO’s is dat zij niet eigenhandig Haïti kunnen opbouwen. Net zoals de oneerlijke economische verhoudingen in de wereld niet alleen kunnen worden opgelost met bijvoorbeeld microkrediet; of zoals lokale media- en democratiseringsprojecten niet zinvol zijn zonder internationale pressie.

Natuurlijk is er ruimte voor verbetering bij de NGO’s zelf – bijvoorbeeld: betere coördinatie tussen de honderden verschillende organisaties – maar er gaat ook veel goed. Er is nu meer medische hulp dan ooit. En NGO’s huren lokale bewoners in, zodat hun diensten, zoals water- en voedselverkoop of medische hulp, niet worden weggeconcurreerd.

Maar uiteindelijk is het de politieke onwil bij landen als Nederland om bij de VN, VS en Haïtiaanse overheid aan de bel te trekken, desnoods publiekelijk, die deze cholera-uitbraak heeft doen ontstaan.

Lambrecht Wessels is conflictanalist en politicoloog.