Bovenin de kraan, zestig meter van de grond

Collin Buijserd is torenkraanmachinist. ’s Morgens tien ladders op en dan de hele dag boven blijven. Een drie ton wegende spant manoeuvreren is priegelwerk van bovenaf gezien. „Beetje hijsen, Collin. Beetje inkatten. Stop!”

06.45 uur Als een van de eersten rijden we het bouwterrein van het theatercomplex van Nieuwegein op. Bij de bouwkeet van de Duitse hoofdaannemer Züblin spuwen vijf busjes enkele tientallen slaperige Slowaken uit. Drie grote hijskranen en een rupskraan torenen boven ons uit. „Even een bakje koffie doen?”, zegt torenkraanmachinist Collin Buijserd. „Ha, Dusan”, groet hij de voorman van de Slowaken. „Die lui spreken nauwelijks een taal. Alleen wat Duits. Het is hier een beetje de Toren van Babel.”

Eerste verrassing. Onze kraan heeft geen lift. Tien ijzeren ladders op, zestig meter hoog. Collin vindt het best: het is de enige beweging van de dag.

07.20 uur Van beneden klinkt een schreeuw. Een Slowaak in lichtgevend pak zwaait met zijn helm. Collin trekt aan de rechter stuurknuppel. De zestig meter lange giek zwenkt naar rechts. Met de linkerstuurknuppel rolt hij de loopkat uit en laat de hijskabel zakken. Op een computerschermpje kan hij zien hoe hoog hij zit. En hoe zwaar de last is. Dit is kinderspel: een witte zak met betonijzer voor de betonvlechters, die al over hun vlechtwerk gebogen staan.

Tussen de staaldraden glimmen de rode leidingen van de sprinklerinstallatie en het gele pvc voor het elektriek. Allemaal handwerk. „Logistiek is het een zootje”, zegt Collin, „die Slowaken denken minder ver vooruit. Maar ik zie zelden zulk net betonwerk bij een Nederlandse aannemer. Het zijn vaklui en ze werken als paarden.” De Slowaken wonen in rijtjeshuizen in buurgemeenten en werken voor een Slowaakse onderaannemer. Twaalf uur per dag, met anderhalf uur pauze. Elke zes weken rijden ze een week op en neer naar huis. Collin vindt ze loyaler aan hun werkgever, maar wel onderdaniger.

07.50 uur De zon komt op. Schitterende skyline: Utrecht, IJsselstein, de Lekbrug bij Vianen, de zendmast van Lopik, de Utrechtse heuvelrug, de kerktoren van Jutphaas (de kraan kan helemaal om zijn as draaien). Kraandrijvers hebben horizontale contacten (met andere kraandrijvers) en verticale (met de werkvloer). Deels via portofoons, maar vaker nog met oog en oor. Zwaaien, roepen, fluiten, soms schelden.

„Collin, bist du frei?”, kraakt Dusan door de portofoon.

„Ein Moment bitte, Dusan, de buurman komt eraan.”

„Ha Jan, kan ik er even langs, ik ben zo weg”, zegt Collin.

Jan zit op de torenkraan van het aanpalend project, het nieuwe stadhuis van Nieuwegein. Ze houden elkaars draaicirkels scherp in de gaten. Jans kraan (van Ballast Nedam) is 10 meter hoger, maar tilt maar 16 ton. „De mijne kan 32 ton aan.” Maar die van Jan is fijner. Collins kraan heeft in de bediening een „irritante vertraging”. „Deze kraan heeft daardoor niet veel gevoel.” Collin pikt intussen wat pallets met kalkzandstenen bouwblokken op.

10.30 uur Het is een stille, zonnige dag. De wind blaast 7 km per uur, nog geen windkracht 1. Vorige week moest Collin halverwege de dag stoppen. „Bij windkracht 6 ligt zo’n beetje de grens. Dan hoor je de wind langs de cabine fluiten en gaat de kraan schommelen. Tegen de wind in werken is lastig. Maar ik bepaal zelf wanneer ik stop. En op de bouw zeggen ze eerder: weet je zeker dat je stopt? Alles is altijd te krap begroot.”

Kranen kunnen omvallen. Vorig jaar gebeurde dat in Capelle aan den IJssel. „De automatische remmetjes in de kat hielden het niet, dus de vracht schoot door naar het einde van de giek. Dat houdt hij niet. Toen de machinist zag dat het fout ging, is hij eruit gesprongen.” Elke kraan wordt na opbouw door een inspecteur gecontroleerd. Elke kraandrijver doet dagelijks zijn visuele controle.

De Slowaken, zegt Collin, houden er hele andere veiligheidsnormen op na. „Ze werken rustig zonder beveiliging op de steiger.” Maar in de zeven maanden dat hij op dit project zit, is er nog nooit iets gebeurd. Dat is bij de buren van het stadhuis wel anders. „Bij de bouwplaats van Jan, waar bijna alleen maar Nederlanders werken, heb ik al heel wat keren een ziekenauto voor zien komen rijden.”

11.25 uur „Let op, nu krijgen we frictie”, zegt Collin. Recht onder ons werkt een groep Brabantse ‘staalboeren’. Die komen vandaag stalen dakspanten op de oefenruimte voor de musici monteren. Precisiewerk met bouten en moeren. De dakdekkers willen hun rollen bitumen gehesen, maar de Slowaken rommelen lekker chaotisch door met hun vlechtijzer, steigerplanken en kalkzandsteen.

„Beetje hijsen, Collin”, zegt de Brabantse staalmonteur Kees door de portofoon. „Beetje inkatten. Stop!” Met behulp van de kraan wordt een drie ton wegende spant tussen twee stalen pilaren gemanoeuvreerd en met bouten handmatig vastgeklonken. Priegelwerk, van boven gezien.

13.00 uur Naast Collins pilotenstoel past nog net een vouwstoeltje. Ik kan rechtop staan. We kijken loodrecht door het glas omlaag. Een blaaskacheltje snort. Beneden lunchen of koffiepauze in de bouwkeet doen we niet. Collin blijft meestal de hele dag boven met paar pakjes brood en een flesje Aquarius. Voor een sanitaire stop heeft hij een lege fles achter de hand. Ik drink de hele dag niks.

15.30 uur Voor de Nederlanders loopt de werkdag ten einde. Kraandrijvers Jan en Johan halen hun hijsblok op en ‘vanen’ hun kraan: ze halen hem van de rem af zodat hij netjes op de wind gaat liggen. De staalboeren en de dakdekkers vertrekken. Nu ziet ‘Hauptführer’ Tibor, de baas van de Slowaken, zijn kans schoon. Eindelijk is de kraan voor de Slowaken alleen. Druk gebarend loopt hij over het terrein. Overal vandaan moet er ineens nog nodig van alles gehesen worden.

„Plannen is niet hun sterkste kant”, zegt Collin. Zolang de Slowaken blijven, werkt hij ook door. „Ik verdien goed met zoveel overuren”, zegt Collin, die eigen baas is. Hoeveel wil hij niet kwijt. De zon gaat onder achter de zendmast van Lopik.

17.15 uur Donker. Nog even van zestig meter hoogte een trappenhuis in elkaar flansen: met de hijskraan wordt een bordes op de centimeter in het trapgat vastgelijmd. Daarop wordt een trap gevlijd. De Slowaken lopen onverstoorbaar onder de twee ton wegende neerdalende betonblokken door.

18.30 uur Collin haalt zijn hijsblok op en vaant de kraan. Het stalen trapgat lonkt. Met zeebenen dalen we zestig meter af in het donker.

Van beneden torent het stalen karkas van de repetitieruimte opeens hoog boven ons uit. Als laatsten rijden we van het terrein af.

19.00 uur We eten spaghetti bolognese in een nieuwbouwwijk in Vianen. Twee blonde dochtertjes spelen in het rond. Collin: „Gekscherenderwijs zeg ik weleens: ik heb de hoogste opleiding van Nederland genoten.”

Tekst Laura starink

Foto’s Bob van der vlist