Bewoners trots op offers voor de vrijheid

Bloedig protest in de Tunesische stad Kasserine heeft een belangrijke rol gespeeld bij de val van president Ben Ali.

Zonder Kasserine zou de Tunesische opstand nooit een succes zijn geworden. Daar zijn de jongeren in café El-Malouf vast van overtuigd.

„Kijk, dit is een buurjongen van mij”, zegt Mehdi Halimi, een 23-jarige student Frans, terwijl de vreselijke videobeelden over het schermpje van zijn zaktelefoon lopen. „Hij is gestorven op weg naar het ziekenhuis. Zijn naam was Mohammed Rtibi.”

De afgelopen weken is veel aandacht gegaan naar het nabije Sidi Bouzid, waar Mohammed Bouazizi zichzelf op 17 december in brand stak uit protest tegen de werkloosheid en de corruptie onder het regime van president Zine al-Abidine Ben Ali. Bouazizi groeide uit tot hét symbool van de Tunesische opstand.

Maar hier in Kasserine, vier uur rijden ten zuiden van Tunis, zijn de meeste doden gevallen: 52 volgens een onvolledige telling. „Sidi Bouzid is de vonk geweest, maar Kasserine was de vlam”, zegt Samir Tahri, een vakbondsman.

Café El-Malouf is de trendy plek van Kasserine – dat wil zeggen een banaal koffiehuis waarvan de muren felgroen zijn geschilderd. De jongeren hier hebben ze allemaal op hun zaktelefoon staan: de video’s van het bloedbad dat tussen 7 en 10 januari werd aangericht door sluipschutters van het oude regime.

„Facebook is onze redder geweest”, zegt Atef Dhibi (27). „Toen het schieten begon, zijn we onmiddellijk onze video’s op Facebook gaan zetten en vandaar zijn ze de wereld rondgegaan. Zelfs Al-Jazeera heeft ze overgenomen. Als dit in 2005 was gebeurd, dan hadden ze Kasserine gewoon met de grond gelijk gemaakt en niemand zou het geweten hebben.”

Nu gingen de beelden van de doden in Kasserine in een mum van tijd Tunesië en de wereld rond. Vier dagen later was Ben Ali gevlucht.

Veel was er niet nodig om Kasserine te doen ontvlammen. Het is een stoffige provinciestad in een regio die weinig meer produceert dan olijfolie. Er is één cellulosefabriek die lang niet genoeg werk verschaft voor de ruim 70.000 inwoners. Meisjes kunnen terecht in de ateliers die in onderaanneming werken voor Benetton, waar ze minder dan 100 euro per maand verdienen. De jongens rest twee keuzes: de harga, de clandestiene vlucht naar Europa, of de contre, de smokkel vanuit het naburige Algerije.

Walid Griri (27) had voor het laatste gekozen. Hij was de enige kostwinner in een gezin van tien. Nu is hij dood. „Walid was op weg naar de begrafenis van een vriend die de vorige dag was doodgeschoten toen de politie het vuur opende”, vertelt zijn jongere broer Kais in de schamele woning waar de familie is verzameld. „Walid was een gewonde man aan het helpen toen hij zelf in het hoofd werd geschoten door een sluipschutter.”

Meer nog dan het verdriet om een verloren zoon leeft bij de Griri’s het gevoel door de wereld vergeten te zijn. „Kasserine heeft meer dan de helft van de martelaren geleverd voor de opstand maar iedereen heeft het alleen over Sidi Bouzid”, zegt nichtje Najwa Hizi fel. „Zolang Tunesië bestaat, heeft men Kasserine links laten liggen. Wij voelen ons zelfs meer Algerijns dan Tunesisch omdat het weinige wat wij verdienen uit Algerije komt.”

Vader Amar zegt dat hij bereid is om ook zijn jongste zoon Kais en zichzelf op te offeren om ervoor te zorgen dat de laatste restanten van het regime van Ben Ali worden opgeruimd. „Wij leven in de schaduw”, zegt broer Kais treurig.

De familie van Mohammed Ghedraoui is berustend. „Wij zijn trots op de bijdrage die Mohammed heeft geleverd”, zegt moeder Zohra Mejri, „en we hopen dat de regering nu echt iets gaat doen voor Kasserine.”

De 23-jarige Mohammed werd kort na Walid Griri doodgeschoten. „De betoging trok hier voorbij; hij is naar buiten gerend en minuten later is iemand ons komen vertellen dat hij dood was”, zegt schoonvader Mukhtar Khadrawi. Mohammed had een diploma maar werkte in een shisha-café om de familie te helpen overleven. Hij wilde politieman worden, niet omdat hij dat zo leuk vond maar omdat het de kortste weg was naar een vast inkomen. „En nu is hij gedood door een politiekogel”, zegt zijn moeder.

Democratie zal de werkloosheid in Kasserine niet meteen doen verdwijnen, maar de corruptie hopelijk wel. Want onder Ben Ali moest voor alles betaald worden: een baan, een diploma, zelfs voor een certificaat van armoede. Ook op de smokkel uit Algerije, op zich een gevolg van de corruptie in Tunesië, verdiende de heersende maffia zijn procentje.

„Vergis u niet,” zegt student Halimi, „wij zijn niet in opstand gekomen om materiële redenen. Meer nog dan brood wilden wij onze vrijheid.”

Nu ze die hebben, zijn de jongeren van Kasserine vastbesloten om zich niet opnieuw te laten vergeten. Zondagochtend trokken ze daarom met honderden naar het busstation om er bussen op te eisen. Vervolgens vertrokken ze onder luid gejoel naar Tunis om zich bij het protest te voegen tegen de aanwezigheid van ministers van Ben Ali’s RCD-partij in de Tunesische interim-regering.

„Dit was in de eerste plaats een sociale opstand”, zegt ook Hosni Majed (31), die een master economie heeft maar werkloos is. „Dat wil zeggen dat het een combinatie was van economische en politieke omstandigheden. Bovenal ging om de menselijke waardigheid.”

Majed heeft hoop dat Kasserine deze keer niet vergeten wordt. „Geen enkele regering die Kasserine links laat liggen zal vanaf nu nog kunnen overleven in Tunesië.”