Arabische CNN weet regimes steeds te tergen

Al-Jazeera was gisteren doelwit van Palestijnse woede. De satellietzender is bijna alle Arabische regimes een doorn in het oog.

De boodschapper had het weer gedaan: tientallen Palestijnen bestormden gisteren het bureau van de Arabische televisiezender Al-Jazeera in Ramallah om hun woede kenbaar te maken over de ‘Palestine Papers’. „O Jazeera, jullie zijn spionnen”, scandeerden betogers die een Israëlische vlag verbrandden met ‘Al-Jazeera’ erop geschreven.

Niemand gelooft dat hun woede spontaan was. Al-Jazeera heeft met zijn onthullingen over ongekende concessies aan Israël tijdens vredesoverleg in 2008 de Palestijnse Autoriteit in grote verlegenheid gebracht. Het inzetten van betogers is een blijk van ongenoegen waarvan Arabische regimes zich eerder hebben bediend. Al-Jazeera heeft het vaak meegemaakt.

Palestijnse leiders beschuldigen Al-Jazeera ervan hun de oorlog te hebben verklaard in dienst van Israël of anders wel van Iran. Een Palestijnse leider, Yasser Abed Rabbo, beschuldigde de emir van Al-Jazeera’s thuishaven Qatar ervan „de campagne van Al-Jazeera het groene licht te hebben gegeven”. „We hopen dat zijne majesteit de transparantie tot het hoogste niveau zal uitbreiden; wij willen transparantie in de Qatarese relaties met Israël en Iran.”

Afgezien van de Arabische wereld zelf werd Al-Jazeera in de eerste jaren na zijn geboorte in 1996 wijd en zijd toegejuicht als de Arabische CNN. Al-Jazeera stelde zich uitdrukkelijk onafhankelijk op van de autoritaire Arabische regimes. In zijn uitzendingen komen oppositieleiders hun standpunt naar voren brengen. Zijn missie moest worden gezien als wekroep, aldus leiders van het satelliettelevisiestation, om de verstarde Arabische samenlevingen op te schudden, en dat werd internationaal toegejuicht.

Maar bijvoorbeeld het Amerikaanse enthousiasme bekoelde drastisch door de verslaggeving van Al-Jazeera over internationaal terrorisme (‘huiszender van Al-Qaeda’), over de oorlog in Afghanistan en later de strijd in Irak na de Amerikaans-Britse invasie van 2003. Al-Jazeera versloeg de oorlog live en door een Arabische bril, zoals CNN dat door een Amerikaanse bril deed. En dat betekende veel bloedige details over dode Iraakse burgers in de Arabische huiskamers en een navenant toenemend anti-Amerikanisme. In april 2003 werd een verslaggever van Al-Jazeera gedood toen het bureau van de zender in Bagdad werd getroffen door een Amerikaanse raket. Al-Jazeera meldde destijds zes weken eerder de coördinaten van het kantoor aan de Amerikaanse autoriteiten te hebben toegestuurd, implicerend dat de treffer zo was bedoeld.

Met een geclaimd bereik van 220 miljoen huishoudens (CNN 260 miljoen) heeft Al-Jazeera veel invloed. Talrijke Arabische regimes hebben de afgelopen jaren hun machteloze woede over de berichtgeving van de zender vertaald in intrekking van zijn vergunning of sluiting van zijn kantoren. De Iraakse regering, bondgenoot van de Amerikanen omdat Al-Jazeera een „negatief beeld” van Irak zou schilderen, maar ook – onder andere – Bahrein, Egypte, Algerije, Marokko en Israël. Jeruzalem verweet de zender partij te kiezen voor de fundamentalistische Palestijnse organisatie Hamas.

Vijf weken geleden sloten de Koeweitse autoriteiten het kantoor van Al-Jazeera wegens zijn berichtgeving over een politie-inval bij een bijeenkomst van de oppositie. Al-Jazeera werd al van 2002 tot 2005 geweerd uit het emiraat.

Alleen Qatar, dat de zender financiert, heeft geen problemen. Volgens een in het kader van WikiLeaks gepubliceerd document van de Amerikaanse ambassadeur in Doha wordt de zender door de emir gebruikt naar gelang zijn diplomatieke agenda dat vergt. De staf van Al-Jazeera ontkent dat ten enenmale.