Voorbijvliegende vogels mogen niet worden meegeteld

De lenzen van de verrekijkers glanzen. Gidsen liggen opengeslagen. „Kijk, dit is een heggenmus, en dit een huismus en dit een ringmus.”

Vogelliefhebbers hielden afgelopen weekeinde 26.648 tellingen in Nederlandse tuinen en op balkons. Onderaan de streep van de Nationale Tuinvogeltelling – een jaarlijks evenement van de Vogelbescherming in samenwerking met SOVON, de wetenschappelijke instelling voor vogelonderzoek – eindigden 712.906 vogels.

De spelregels zijn eenvoudig: iedereen mag een half uur tellen en het hoogste aantal van een soort noteren. Zie je na twee minuten een koolmees en twintig minuten later opnieuw, dan is dat hoogstwaarschijnlijk dezelfde koolmees. Dan heb je dus een koolmees gezien. De waarnemingen zijn beperkt tot de gecultiveerde wereld om het huis. Langsvliegende vogels tellen niet mee.

Opnieuws voert de huismus de toptien aan, net als vorig jaar, met meer dan honderddertigduizend waarnemingen. In Amsterdam telde een vogelkenner op het Java-eiland meer dan veertig huismussen. Dit jaar staat de koolmees op nummer twee, vorig jaar was dat de merel. Nieuw in de toptien is de ekster, terwijl de roodborst eruit is verdwenen.

Volgens woordvoerder Marieke Dijksman van Vogelbescherming is de grote afwezige dit jaar de tjiftjaf, een kleine zangvogel. „Vermoedelijk zijn die de strenge winter ontvlucht en weggetrokken naar warmere streken”, aldus Dijksman. Bijzondere waarnemingen dit jaar zijn de bos- en de kerkuil en de vuurgoudhaan, een zangvogeltje. Ook werd de frater enkele malen waargenomen. Dat is opvallend. Deze vinkachtige kiest als leefgebied eerder een graanveld dan een stadstuin. Tot morgenmiddag 12.00 uur kunnen liefhebbers hun tellingen nog insturen.

Dankzij de telling groeit het inzicht in de invloed van de koude decembermaand. Vooral het aantal winterkoningen en ijsvogels lijkt ernstig gedaald. Die soorten hebben het bij ijs en sneeuw zwaar te verduren. Dit jaar zijn er slechts 36 ijsvogels waargenomen tegenover 353 twee jaar geleden. De populatie had al zwaar geleden door de voorgaande strenge winters. Dat is een verlies want de ‘dolk op wieken in een jasje van kobalt’, zoals Arie van den Berg dichtte, geldt als een van onze mooiste soorten. De koude heeft ook twee vogelsoorten opgeleverd die uit het hoge noorden zijn afgedaald, de pestvogel en de keep.

Volgens Vogelbescherming geeft de telling ook inzicht in het gedrag van de huismus. De populatie van deze soort is de afgelopen 25 jaar gehalveerd. De telling toont aan welke biotoop de huismus kiest. In Amsterdam ken ik een groep van deze sociaal levende soort die bivakkeert in een verwilderde struik die rond een ijzeren hekwerk groeit. Buurtbewoners hebben de al te ijverige plantsoenendienst al meermalen erop gewezen die struik vooral niet te verwijderen. Huismussen hebben kleine, stadse wildernissen nodig. Als die verdwijnt, loopt de populatie nog verder terug.

De Tuinvogeltelling is weliswaar het enige landelijke evenement op het gebied van vogeltelling, maar het is beslist niet de enige. Vogelkenners in het hele land turven voor SOVON vogels. Nederland is daartoe verdeeld in zogeheten atlasblokken waarbinnen de tellers hun werkzaamheden verrichten. Tellen is populair: het verenigt waarneming en wetenschap. Het is verbazend hoeveel vogels je in een willekeurig half uur soms ziet. En op een fietstocht door de stad zie je met gemak de hele toptien. En dan schiet er ook nog weleens een slechtvalk of sperwer door je blikveld. Of je hoort ganzen boven de stad. Zit er een aalscholver op een lantaarnpaal. Keffen de meerkoeten in de gracht. Vogels maken stad en tuin tot exotische oorden.

Kester Freriks