Twee passen en... ram

De afgang ging in hoog tempo, maar zover ik het kon beoordelen zag ik geen overtredingen. Stefan Groothuis nam de trap naar de catacomben van het schaatsstadion op reglementaire wijze.

Het waren 25 treden, naar de kelder van Thialf. De net gediskwalificeerde Groothuis tikte met zijn schoenen in een razend tempo iedere traptree heel kort aan. Op een ritme van woede. Er holde een cameraman van de NOS achter hem aan. Ook hulde voor die kerel. Hij hield bijna gelijke tred met de schaatser.

Bij traplopen kun je veel fouten maken; halverwege besluiten een tree over te slaan is een slecht idee. Met de hand glijden over de reling en maar zien waar je voeten uitkomen? Nooit doen.

Eigenlijk kon je aan alles zien dat hier een potentiële wereldkampioen sprint de trap afging. Groothuis deed het met zo veel kracht. Maar goed, hij was net uit het toernooi gezet. Over de beruchte rode middenlijn gereden.

Na de trap doemde een glazen schuifdeur op. Ideaal om alle agressie op te botvieren. Groothuis die zoals actiefilmacteur Jackie Chan met een karatesprong door de ruiten heen vliegt. Wedden? Van achteren zag je hoe hij zich sterk maakte. Maar nee. Hij spaarde het glas. De deuren schrokken op en weken snel uiteen.

Er kwam een mooi recht stukje, een betonnen gang met een tijdelijke wand als scheiding. Een pas, twee passen. En… ram. Met links trapte Groothuis loeihard tegen het hek. Daarna liep hij de mooiste passen van het schaatsweekeinde. Zijn bovenbenen en billen knapten zowat uit zijn pak.

God, wat was Groothuis boos. Bij een volgende trap, omhoog deze keer, was hij met een paar schaatssprongen zo uit beeld verdwenen.

Het overschrijden van de lijn met de schaats zette schaatsliefhebbend Holland in vuur en vlam. We hebben een pestpokkenhekel aan regels, zo bleek maar weer eens.

Bovenin het stadion sprong gastcommentator Erben Wennemars uit zijn vel. „Ze maken de sport gewoon kapot, wat een belachelijke regel. Het is een 180 graden-bocht waar je met 60 kilometer per uur uitkomt. Ik weet zeker dat Stefan die hele lijn niet gezien heeft.”

Zolang er regels zijn – hoe imbeciel ook – moet je je eraan houden in de sport. Anders is de lol eraf. Dan kun je als zwemmer ook halverwege het bad omkeren.

Coach Jac Orie wilde camera’s op de lijnen. Ik ook. En een zwaailicht. Een sirene. En elektrische schokapparatuur als je er met de ijzers tegenaan rijdt.

Zuur bleef het, voor Groothuis. Later mocht hij toch nog rijden, maar de boosheid en zijn slechte 500 meter leken hun tol te eisen.

Op internet vond ik een filmpje met Groothuis. Hij vertelde in zijn woonkamer welke boeken hij las. Zijn topdrie: In de ban van de ring van Tolkien, Fjodor Dostojevski’s Misdaad en straf en Kafka op het strand van Haruki Murakami.

Weer eens wat anders dan De ontvoering van Freddy Heineken.

Hij las voor uit het boek van Murakami. Het had perfect gepast onder de catacombenscène na de diskwalificatie: „Pijn? Dat had niks met pijn te maken. Ik voel me of ik ben gevild, aan een spit gestoken en platgestampt in een vijzel en of er daarnet een kudde wilde stieren over me heen is gegaloppeerd.”