Regeren in crisistijd

De sluimerende eurocrisis begint nu openlijk ook de politiek te raken in de kwetsbaarste landen van Europa.

In Portugal, dat afgelopen maanden langs de rand van default is gelopen en net niét heeft hoeven putten uit het Europese noodfonds, heeft de socialistische partij (PSP) bij de presidentsverkiezingen gisteren een schrijnende nederlaag geleden. Haar kandidaat Alegre legde het niet alleen af tegen zittend president Cavaco Silva, een conservatieve econoom die met 53 procent in één ronde werd herkozen, maar wist zelf amper 20 procent van de stemmen te halen. De regering van de socialistische premier Socrates moet nu rekening houden met verkiezingen, waarna de oppositie vermoedelijk in het verschiet zal liggen.

In Ierland is het al zo ver. In februari worden er vervroegde verkiezingen gehouden. Die zijn dit weekeinde onvermijdelijk geworden, omdat eerst premier Cowen opstapte als leider van de republikeinse centrumpartij Fianna Fáil en daarna de Groenen zich als coalitiepartner uit de regering terugtrokken.

De politiek toestand in Ierland is niet naadloos te vergelijken met die in Portugal. Premier Cowen draagt een grote politieke verantwoordelijkheid voor de crisis in Ierland. De afgelopen twee decennia is hij vijftien jaar minister of premier geweest. Hij heeft nadrukkelijk bijgedragen aan alle wetgeving die er eerst voor zorgde dat Ierland zich oppompte tot ‘Keltische Tijger’ en daarna dat deze kennelijke luchtbel leegliep. Het is ook Cowen geweest die niet heeft kunnen voorkomen dat de bankencrisis escaleerde tot een existentiële schatkistcrisis voor de Staat en zijn burgers. Ierland moest de vernederende gang maken naar het Europese noodfonds voor de euro en staat nu dus onder curatele.

De staatsschuldcrisis in Portugal heeft andere oorzaken. Het land heeft afgelopen decennia weliswaar geprofiteerd van EU-subsidies, maar die hebben niet geleid tot zulke structurele productiviteitsverhogingen dat het nu met die dure euro de mondiale concurrentie aankan. Anders dan in Ierland is er in Portugal amper sprake van een onroerendgoedbubbel. Bovendien heeft president Cavaco Silva er status. Tussen 1985 en 1995 was hij premier. Zijn naam is daarom verbonden met de bloei in het gouden decennium sinds het einde van het fascisme in 1974.

Er zijn ook overeenkomsten. In beide landen heeft de burger er geen vertrouwen in dat de zittende macht de economie weer in goede banen kan leiden. In beide landen is ook een structurele benadering van het herstel geboden. Alleen sanering van de overheidsfinanciën is niet genoeg. Zowel Ierland als Portugal moet een keuze maken over het type productieve welvaart dat ze nu, na de leeggelopen jubeljaren, willen gaan realiseren.