Nog onvoldoende een koele kikker, zoals kampioen Lee

Lee Kyu-hyuk uit Zuid-Korea werd voor de vierde keer wereldkampioen

sprint. Stefan Groothuis eindigde als vierde – na ook nog even gediskwalificeerd te zijn geweest.

Lee Kyu-hyuk gisteren in actie tegen Stefan Groothuis, op de tweede 500 meter van de WK sprint. De Koreaan won de race met ruim verschil en legde daarmee de basis voor zijn wereldtitel. Foto Bas Czerwinski 23-01-2011, Heerenveen. WK sprint. Kyou-Hyuk Lee in actie tijdens zijn tweede 500 meter tegen Groothuis. Foto Bas Czerwinski

Drievoudig wereldkampioen sprint Lee Kyu-hyuk en tweevoudig olympisch kampioen Shani Davis, in 2009 winnaar van de WK sprint, kletsten maandag in Thialf even bij op een bankje langs het ijs en gaven elkaar een hand: „Good luck.” En gisteren stonden de twee ervaren schaatsers in een kolkend Thialf gewoon weer in de finale van de WK sprint, in de laatste rit op de duizend meter. De Zuid-Koreaan deed precies wat nodig was voor zijn vierde wereldtitel. Davis won de slotafstand en pakte brons. Business as usual, alsof er niets bijzonders was gebeurd.

„Fuck”, schreeuwde Stefan Groothuis in de catacomben. Hij trapte tegen een reclamebord en beende met vier treden tegelijk de trap op. Gediskwalificeerd wegens het overschrijden van de lijn tussen binnen- en buitenbaan op de tweede 500 meter. Weg eerste plaats in het tussenklassement halverwege het toernooi. Weg titelkansen. Drie kwartier verkeerde hij tussen hoop en vrees in de opwarmruimte. „Ik heb wel even een potje zitten sjanken”, gaf Bokito (zijn bijnaam) later toe. Blij dat hij na een protest toch mocht rijden op de slotafstand. Maar de teleurstelling en woede overheersten. Natuurlijk had het gedoe over die „verrotte regel” zijn concentratie verstoord. Vierde. „Hier heb je geen reet aan.”

Groothuis (29) leek juist zo koel, toen hij midden in zijn opwarmrondjes vlak voor de tweede 500 meter ploeggenoot Jan Smeekens na diens knappe 34,99 nog even een klopje op de rug gaf. Maar vanaf de start zag hij tegenstander Lee steeds verder wegrijden. „Te hoge kont”, constateerde coach Jac Orie later. Niet diep genoeg in de schaatshouding zitten, waardoor de afzet niet effectief is. „Wat slordigheidjes”, vond Groothuis zelf. Baanrecord voor Lee in 34,77; Groothuis op grote achterstand: 35,56. Kansloos, nog voor alle rumoer over dr.Bibber (de dit seizoen ingevoerde schaatsregel) begon.

„Zonde”, oordeelde routinier Jan Bos, die afscheid nam met de twaalfde plaats waarmee hij in 1997 ook aan zijn weg naar de wereldtop begon. „Vanmorgen in de auto dacht ik nog hoe mooi het zou zijn als Stefan wereldkampioen zou worden. Nog twee decent races en hij had de titel. Maar je moet ook met de spanning kunnen omgaan, de rust kunnen bewaren. Ik hoop dat dit hem mentaal wat sterker maakt, want dit is niet de eerste keer dat hem zoiets overkomt.”

De wereldkampioen sprint van 1998, die het opkomende talent Groothuis in 2002 naar zijn DSB-ploeg haalde, trok een vergelijking met de ervaren Lee (32). „Dat is zo’n koele kikker. Als je op een moment van topspanning zo’n geweldige 500 meter rijdt, leg je de druk voor de tegenstander enorm hoog. Dan is de kans groter om fouten te maken. Lee is de terechte kampioen. Hij is een groot sprinter.”

De zoon van een ijsbaaneigenaar in Seoul leerde het vak van topsprinter ook pas na jaren. In 1993 debuteerde hij al internationaal, maar zijn beste prestaties (onder meer twee wereldrecords) bewaarde hij voor onbeduidende trainingswedstrijdjes. Pas na zijn vierde olympisch mislukking, in Turijn 2006, vond hij zijn sleutel naar succes: ontspanning. Geen ellenlange drills meer in de training of opgeklopte spanning voor een wedstrijd. Nee, hij nam vanaf nu rustig een sigaretje tussen de races door en champagne op een feestje na afloop, vertelde hij na zijn eerste wereldtitel in 2007 in Hamar.

„Officieel spreek ik geen Engels en rook ik niet”, vertelde hij gisteren lachend in vloeiend Engels, met een vrijwel lege fles champagne voor zich op tafel. Waar hij in Thialf rookte? „Dat is geheim, zelfs mijn coach mag er niets van weten. Nou goed, misschien ruikt hij af en toe iets.”

Maar zelfs met alle ontspanning mislukte ook bij Lee de WK van 2009 in Moskou door een valpartij, en kwam hij er in Vancouver weer niet aan te pas. Gisteren zag hij zijn jonge landgenoot Mo Tae-bum, die als tweede eindigde, nog dichtbij komen. Maar inmiddels staat hij met vier wereldtitels wel op gelijke hoogte met Eric Heiden en zijn vriend Jeremy Wotherspoon, met alleen Igor Zjelezovski (zes titels) nog voor zich op de eeuwige ranglijst van de WK sprint. In Sotsji kan Lee in elk geval het record aantal van zes olympische deelnames evenaren van de Australiër Colin Coates.

Groothuis heeft de komende jaren kansen genoeg om een wereldtitel te halen, stelde hij al voor het toernooi. In de zomer van 2004 wilde hij stoppen met schaatsen omdat zijn ploeg werd opgeheven. In 2007 trapte hij in zijn eigen achillespees en miste het seizoen. Als podiumkandidaat viel hij op de WK in Moskou en in Vancouver miste hij eremetaal omdat hij in de aanloop ziek werd. Maar van zijn lichting – met de tijdelijk gestopte Beorn Nijenhuis en de niet voor de WK geplaatste Simon Kuipers – staat hij wel vooraan. Hij won dit seizoen wereldbekerwedstrijden op de 1.000 meter en versloeg zaterdag op die afstand zelfs Davis.

„Stefan reed twee jaar geleden 36,2, 1.09 en 1.47”, analyseert Orie. „Nu is dat 35,2, 1.08,5 en 1.45. Ik geloof niet dat hij mentaal een probleem heeft met de spanning. Hij was hier niet anders dan normaal, het moet alleen allemaal net lukken. Lee laat gewoon zien dat hij de beste sprinter is. Stefan moet nog sneller worden en hard blijven werken. Lee heeft ook heel wat kansen verpest voor hij was waar hij nu is.”

Bos, met Erben Wennemars (in 2004 en 2005) de enige Nederlandse wereldkampioen sprint, constateerde tevreden dat debutant Kjeld Nuis (21) als vijfde eindigde. „Het sprinten staat er goed voor in Nederland.” Met Groothuis als onbetwiste kopman. „Hij is een supersterke schaatser, die genoeg kans heeft om nog eens wereldkampioen te worden.”