Nieuw geld na subsidiestop

Van de 70 culturele instellingen die sinds 1 januari 2009 geen meerjarige rijkssubsidie meer krijgen, is het merendeel doorgegaan met kortlopende projectsubsidies van rijk, gemeentes en fondsen. Slechts twintig bestaan nog in ongewijzigde vorm. De overige zijn afgeslankt of leiden een marginaal bestaan, zoals het Nederlands Fluitorkest. Van de 70 muziek- en theatergezelschappen zijn 24 gestopt, waaronder de Theatercompagnie en Suver Nuver.

Dat blijkt uit een inventarisatie die OCW heeft gemaakt op verzoek van Kamerlid Martin Bosma (PVV). Tijdens het Kamerdebat over de cultuurbegroting half december had Bosma om het overzicht gevraagd. De PVV vindt, net als regeringspartijen VVD en CDA, dat instellingen meer geld uit de markt moeten halen.

Uit de inventarisatie blijkt dat vrijwel geen van de instellingen is overgegaan op particulier geld. Enkel filmblad Skrien is na een stop op commerciële basis doorgegaan.

Het stoppen van meerjarige subsidie leidde er in zeven gevallen toe dat het Fonds Podiumkunsten vervolgens tweejarige projectsubsidie verleende. Ook gemeentesubsidie kwam geregeld in de plaats van meerjarige rijkssubsidie. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Rotterdamse theatergezelschap Bonheur dat nu structurele gemeentelijke subsidie krijgt. Ook het in 2009 opgerichte Fonds Cultuurparticipatie verstrekt subsidies, aan bijvoorbeeld Amateurkunst Talens Palet, een prijs voor amateurschilders en -tekenaars.

Kamerlid Jetta Klijnsma (PvdA) vindt dat het „waslijstje” onvoldoende zegt om conclusies te trekken. Op de vraag wat ze ervan vindt dat in de plaats van structurele rijkssubsidie nu bijvoorbeeld gemeentelijke subsidie komt, zegt Klijnsma: „De gemeente maakt eigen afwegingen.” De voormalig cultuurwethouder in Den Haag wijst op Alba theaterhuis dat nu geld van Den Haag en van het Fonds Cultuurparticipatie krijgt.