Mexico is verlamd door de corruptie

Afgelopen vrijdag werden in Mexico tien leden van een drugsbende gedood.

De drugsoorlog in het land kan nog jaren duren, zegt emeritus hoogleraar Buve.

Soms komt er nog goed nieuws van het Mexicaanse front. La Familia Michoacana, een van de grote drugskartels in het land, is „geheel ontmanteld”, maakte de politie onlangs bekend; uiteengevallen in kleine roofbendes nadat de politie de leider Nazario Moreno Gonzáles – bijgenaamd ‘De Gekste’ – begin vorige maand had doodgeschoten.

Zelf spreekt La Familia in haar thuisbasis, de westelijke deelstaat Michoacán, van een wapenstilstand voor de maand januari. Zo wil de bende laten zien dat ze „niet schuldig is aan de misdaden die de federale overheid aan de media rapporteert”, zo stond op spandoeken die werden opgehangen.

Maar Raymond Buve (77), emeritus hoogleraar Latijns-Amerikaanse Geschiedenis aan de Universiteit Leiden, is pessimistisch. „Waarschijnlijk kan de overheid de strijd tegen de drugskartels winnen, maar het zal jaren duren en de maatschappelijke ontwrichting zal enorm zijn.”

Sinds president Felipe Calderón de kartels in 2006 de oorlog verklaarde zijn er volgens recente tellingen bijna 35.000 doden gevallen. Voor de noordelijke grensstad Ciudad Juárez was 2010 het bloedigste jaar met ruim 3.100 slachtoffers.

Mexico is verlamd door corruptie, zegt Buve, die sinds 1967 in Mexico doceert. In Michoacán werden ruim een jaar geleden meer dan dertig burgemeesters, aanklagers, politiechefs en andere overheidsfunctionarissen opgepakt die soms tienduizenden dollars aan smeergeld van La Familia ontvingen. Op één na zijn ze allen vrijgesproken bij gebrek aan bewijs, meldde de Los Angeles Times. Velen hebben hun baan weer terug.

De corruptie is historisch geworteld, vertelt Buve, en nauw verbonden met de ononderbroken regeringsmacht van de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI) en haar voorlopers in de periode van 1929 tot 2000. „Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw is het de Mexicaanse overheid geweest die in de drugshandel infiltreerde – en niet andersom.”

Verdovende middelen waren begin twintigste eeuw nog vrij verkrijgbaar in Mexico, voor medische doeleinden. Buve: „De markt voor recreatief gebruik was heel klein. De bevolkingsdichtheid was laag en de meeste Mexicanen waren boertjes, echte paupers.” Marihuana werd wel gebruikt door armen en militairen, Chinese migranten rookten opium en kunstenaars en de bourgeoisie gebruikten cocaïne, morfine en heroïne.

Al snel ontstonden de eerste smokkelroutes naar de Verenigde Staten waar papaverteelt al in 1914 werd verboden. „De Amerikaanse markt was lucratief. Zeker toen de VS in de Eerste en Tweede Wereldoorlog hennep en papaver nodig hadden voor de soldaten. Als pijnstillers, maar vermoedelijk ook om ze high te maken.”

Het eerste grote schandaal brak uit in 1947 toen de gouverneur van de deelstaat Sinaloa en oud-minister van Defensie, generaal Pablo Macías Valenzuela, door landelijke kranten werd aangewezen als beschermheer van een bende opiumsmokkelaars. Valenzuela, lid van de PRI, beschuldigde zijn politieke tegenstanders van laster en voltooide zijn termijn.

De politiek reguleerde de politie en de politie de drugshandel – beide in ruil voor een deel van de winst. Ook toen de drugssmokkel naar de VS in de jaren vijftig en zestig explosief groeide en het geweld in het criminele circuit toenam. De hoofdstad van de deelstaat Sinaloa, Culiacán, werd in de jaren vijftig al omschreven als ‘een nieuw Chicago met gangsters op sandalen’. Nixon lanceerde in 1969 Operation Intercept, Reagan in 1982 zijn War on Drugs.

Buve: „Territoriaverdeling, zekere garanties afgeven, zo gaat het al decennialang. Calderón is een president met twee lamme armen: politie en justitie. Lang niet alle agenten en officieren van justitie zijn corrupt, maar wel genoeg om essentiële informatie voor een politieactie links en rechts te laten uitlekken. De corruptie is een direct gevolg van het beleid dat politici jarenlang hebben gevoerd: als de Amerikanen zich willen platspuiten en de drugshandel vooral een kwestie is van transport, ga je gang.”

In de jaren 80 en 90 kwam er geleidelijk een einde aan la dictadura perfecta (‘de perfecte dictatuur’) van de autoritaire PRI. Onder druk van de astronomische staatsschuld en de hoge inflatie verloor de centrumpartij terrein aan de rechtse PAN, de Nationale Actie Partij, en de linkse PRD, Partij van de Democratische Revolutie.

De drugssmokkel raakte ontregeld. „In steden en deelstaten werden burgemeesters en gouverneurs, de top, vervangen door mensen van een andere partij. Zij die er uitvlogen wilden hun inkomsten uit drugshandel niet kwijt. Nieuwelingen stonden klaar om de smokkel over te nemen. Een ander gevolg was decentralisering: de regio’s gingen zich sterker voelen tegenover de centrale macht.”

In 2000 volgde een machtswisselin: Vicente Fox van de PAN werd president. Hij wist het groeiende geweld tussen de drugskartels niet te stoppen. Het was Fox’ partijgenoot en opvolger Calderón die in 2006 als president 6.500 militairen naar deelstaat Michoacán stuurde om de orde te herstellen. Gemaskerde La Familia-leden hadden er net vijf afgehakte hoofden op een dansvloer geworpen. Calderóns operatie luidde de Mexicaanse drugsoorlog in.

Maar ondanks de arrestaties en liquidaties van enkele grote drugsbazen zit Calderón vast in de strijd. Buve: „Er is crisis en werkloosheid. De drugsoorlog vergt enorm veel slachtoffers en Calderón bagatelliseert het. Dan denken de mensen: onder de PRI was het slecht, maar niet zo slecht als nu. Het is al duidelijk dat de PAN bij de verkiezingen in 2012 het grootste pak slaag in haar leven krijgt. Wie komt er dan weer aan de macht? De PRI. Maar goed, hopelijk is de nieuwe PRI de oude niet.”