Linkse of rechtse zorg, dat is de vraag

Politici in de Tweede Kamer hebben onvoldoende „kennis, capaciteit en aandacht” voor de gezondheidszorg. Het debat over de zorg is hierdoor niet alleen versnipperd, maar wordt ook op basis van oude, ideologische standpunten gevoerd. Dat zeggen Philip Idenburg en Michel van Schaik, respectievelijk partner van het adviesbureau BeBright en directeur gezondheidszorg van Rabobank, in Diagnose 2025: over de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg.

Een beter begrip van de zorg, zo is de veronderstelling in het boek, leidt tot betere beslissingen. Adviseur Idenburg en bankier Van Schaik brengen de context van de zorgsector daarom gedetailleerd in kaart. Zij doen dat aan de hand van zeventien trends en schrijven vervolgens drie toekomstscenario’s.

Detrends die de auteurs uitgebreid beschrijven kunnen grofweg worden verdeeld in brede maatschappelijke verschijnselen en ontwikkelingen specifiek in de zorg. Vergrijzing, verkleuring en welvaartsziekten als overgewicht beïnvloeden bijvoorbeeld zowel de zorg als de samenleving als geheel. Hetzelfde geldt voor globalisering, digitalisering en de steeds bredere toepassing van geavanceerde technieken. Zo is het mogelijk om röntgenfoto’s uit een ziekenhuis in Middelburg in Singapore te laten analyseren.

De door Idenburg en Van Schaik geïdentificeerde trends binnen de zorgsector spitsen zich toe op de kosten. Nederland besteedt 9,8 procent van het bruto binnenlands product aan zorg – 74 miljard euro per jaar. Dat is meer dan het gemiddelde van 8,9 procent van de landen die zijn aangesloten bij de OESO, de club van rijke landen. Maar wel minder dan Frankrijk (11 procent), België (10,2 procent) en Duitsland (10,4 procent).

In de OESO-landen zijn de zorgkosten de afgelopen tien jaar gemiddeld met 4,1 procent per jaar gestegen. De kostenstijging wordt niet alleen veroorzaakt door de vergrijzing en dure medische technologie. De ontwikkeling wordt ook sterk beïnvloed door het ‘Baumol-effect’: de productiviteit in de zorg stijgt minder snel dan de lonen, waardoor de kosten relatief hoger worden.

De drie scenario’s van Idenburg en Van Schaik houden rekening met een forse toename van de zorgkosten, tot minimaal 100 miljard en maximaal 150 miljard euro in 2025. Waar we uitkomen hangt af van keuzes van de politiek en de ontwikkeling van de economie.

Leeft de economie op, dan is er voor de politiek ook geen reden om hard in te grijpen in het gevoelige zorgdossier. Dat levert het eerste scenario op voor 2025: kwalitatieve en dure zorg voor een brede groep mensen, ingegeven door linkse politici.

Blijft de economie kwakkelen terwijl noodzakelijke herstructureringen uitblijven door politiek verdeeldheid, dan zal de zorg worden uitgehold. Stagneert de economie en hebben rechtse politici de macht, dan wordt de zorg aan de markt overgelaten en ontstaat er een tweedeling met topzorg voor de rijken en matige zorg voor de armen.

De auteurs geven niet expliciet hun mening, maar het is duidelijk dat zij het meest vrezen voor het tweede scenario waarin economisch herstel uitblijft en de politiek verzuimt om rationele keuzes te maken. Dat is voor Nederland de ‘slechtste koop’: veel geld voor matige zorg.

Diagnose 2025 is een goed gedocumenteerde oproep aan de politiek om op basis van feiten keuzes te maken. Maar doordat er slechts scenario’s geschetst worden mist het boek een expliciete visie. De auteurs geven hiermee de politiek de ruimte om de feiten alsnog ideologisch in te kleuren.