Levenseindekliniek is een uiterste oplossing

Is Nederland klaar voor een ‘levenseindekliniek’? De NVVE, Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, vindt van wel en de artsenorganisatie KNMG vindt van niet. Het gaat om een voorziening voor desperate patiënten die op een huisarts met principiële of persoonlijke bezwaren tegen euthanasie stuiten. Hoewel ze aan de criteria van ondraaglijk en uitzichtloos lijden voldoen, krijgen zij dan niet de hulp die wettelijk mogelijk is. Een kwestie van rechtsongelijkheid dus, die voor veel extra leed kan zorgen; veroorzaakt door artsen die deze hulp om hen moverende redenen weigeren. Zo’n kliniek is dus een oplossing voor wettelijk toegestane maar niet geboden hulp.

Ook de KNMG erkent het probleem. Patiënten komen er soms te laat achter dat hun arts niet wil meewerken. En wat dan? De artsen laten het in eigen kring bij een advies om „tijdig en helder” met de patiënt te praten. En dan door te verwijzen naar een huisarts die deze begeleiding wél wil geven. Zij leggen hun probleem dus bij de patiënt en schuiven de oplossing onderling door. Daarnaast vrezen artsen dat zo’n kliniek het de weigeraars in eigen kring te makkelijk maakt om deze zware patiënten te vermijden. De ‘levenseindekliniek’ als toevlucht dus, niet alleen voor patiënten maar ook voor artsen met bezwaren. Verder denken de artsen dat zo’n kliniek te veel op de dood gericht is en daarom ook te snel aan die vraag wil voldoen. Bijvoorbeeld bij dementerende of psychiatrische patiënten met een doodswens moet een arts langer betrokken zijn om te kunnen beoordelen of het lijden uitzichtloos is.

Alleen deze laatste bezwaren snijden hout. Een levenseindekliniek kan letterlijk een sterfhuis worden, waar de vraag niet meer is óf de patiënt wel wil overlijden, maar wanneer. Zo’n kliniek past in een ontwikkeling in de zorg waar de arts de à la carte-dienstverlener is. Voor elke medische wens of fysiek gebrek een eigen kliniek. Zo ontstaat een nieuwe praktijk met eigen specialisten: de driedaagse levenseindedokter.

Er kan volmondig erkend worden dat een sterfkliniek een logische oplossing is voor een probleem dat vooral artsen verzuimen op te lossen. Dan neemt de burger terecht zelf het heft in handen. Uiteindelijk draait dit ook om beslismacht: van de burger over zichzelf of van de arts over de patiënt. Deze krant kiest dan principieel voor zelfbeschikkingsrecht van de burger. Maar een levenseindekliniek is wel een uiterste oplossing voor een probleem dat eerst, en wellicht beter, door de artsen opgelost kan worden. Patiënten die aan het einde van hun leven zijn gekomen, moeten niet tot een zoektocht naar hulp worden gedwongen. Dat individuele artsen deze hulp niet willen of kunnen geven is te respecteren. Maar de beroepsgroep moet meer willen doen om die hulp vrij toegankelijk te maken.